Klein Alfabet van de Italiaanse Politiek

Deze lijst wordt constant bijgewerkt en is altijd incompleet. Handig voor wie inzicht wil krijgen in de belangrijkste thema’s uit de Italiaanse politiek, of voor wie vastloopt tussen de palazzi en de istituzioni tijdens het lezen van een krant.

A

Appalti (mv. van appalto) – aanbestedingen. Bread and butter van de Italiaanse politiek. Via aanbestedingen worden vriendjes (zie cricca) bevoordeeld en weten de verschillende maffia’s zich in de ‘bovenwereld’ te vestigen. De crisis in de gezondheidszorg in de regio Calabrië werd door gouverneur Scopelliti aangegrepen om nieuwe ziekenhuizen te beloven. Dat lost de incompetentie en het geldgebrek niet op, maar dan heb je weer appalti.

Arcore – gemeente in de regio Lombardije. Villa San Martino in deze plaats is het woonhuis van Silvio Berlusconi. In de pers wordt de naam van de villa zelden gebruikt. ‘Arcore’  zegt genoeg.

B

Ballottaggio (il) –  Tweede stemronde. In Italië moeten burgemeesters van gemeenten met meer dan 15.000 inwoners en presidenten van provincies een absolute meerderheid van de stemmen halen, net als de president van Frankrijk. Hiertoe dient een ballottaggio, gewoonlijk twee weken na de eerste stemronde.

C

Carroccio (il) – Zegekar uit de Lombardische geschiedenis; in kranten vaak gebruikt als aanduiding voor de partij Lega Nord.

Chiesa (la) – kerk; met hoofdletter: het instituut rooms-katholieke kerk. Als vanouds heeft de Kerk in Italië veel invloed op de politiek, van issues op microniveau zoals kruisbeelden in schoollokalen tot en met abortus en homohuwelijken. Opvallend afwezig in de discussie over het privéleven van voormalig premier Berlusconi – bekend is dat de Kerk liever ‘zondaars’ als premier heeft die conservatieve wetten maken dan ‘goede katholieken’ met progressievere denkbeelden. Zoals vrijwel alle machtsstructuren beheert ook de Kerk enige tijdschriften en kranten, waarvan L’Avvenire, het blad van de CEI, de Italiaanse Bisschoppenconferentie, een van de belangrijkste is.

Colle (il) – zie Palazzo del Quirinale

Cricca (la) – kliek. In het bijzonder de kring aannemers rondom Guido Bertolaso, voormalig hoofd van de Protezione Civile, die lucratieve opdrachten voor speciale evenementen en voor noodhulp in de wacht sleepten. Berucht is het afgeluisterde telefoontje waarin een aannemer zegt te hebben gelachen na het nieuws van de aardbeving in L’Aquila.

F

Federalismo (il) – federalisme. Staatsvorm waarbinnen steden, provincies en regio’s financieel meer op zichzelf aangewezen zijn. De Lega Nord is groot voorstander van het federalisme; zowel de PD als Forza Italia willen het land eveneens langs federale lijnen herstructureren. Vooral het altijd arme zuiden lijkt hiervan het slachtoffer te worden.

Forconi (i) – De hooivorkenbeweging legt liefst rond Kertmis het hele land lam. De protestbeweging van boeren, truckers en kleine zelfstandigen is geboren in Sicilië; een deel heeft banden met de fascistische beweging Casa Pound. De Forconi krijgen hier in het zuiden buitengewoon veel ruimte om de economie te frustreren met hun blokkades. Dit duidt erop dat ze “connecties” hebben met diegenen die in deze contreien de werkelijke macht in handen hebben. Het lijkt vooral om een vertoon van macht te gaan.

Forza Italia – zie Popolo della Libertà.

G

Governo balneare (il) – ‘Strandregering’. Term uit de jaren zestig voor tijdelijke regeringen die in de zomermaanden, in afwachting van een kabinetsformatie, de lopende zaken waarnemen.

Governo tecnico (il) – Technische regering. Overgangsregering van technocraten; mensen zonder openlijk beleden politieke kleur die problemen moeten oplossen. In het bijzonder de regering-Monti van 2011-2012.

Grillini (mv. van grillino) – aanhangers van de Movimento 5 Stelle, de partij rondom de komiek Beppe Grillo.

I

IOR (lo) – Istituto per le Opere di Religione of Instituut voor Religieuze Werken, ook wel Banca Vaticana genoemd. De IOR is een private instelling, bestuurd door kardinalen. Het is niet de centrale bank van Vaticaanstad; die taak heeft de APSA, de Amministrazione del patrimonio della Sede Apostolica oftewel de Administratie van het Patrimonium van de Heilige Stoel. De IOR is meermalen betrokken geweest bij financiële schandalen; de beruchtste daarvan is de affaire-Sindona.

L

Lega Nord (la) – Lega Noord, sterk xenofobe afscheidingsbeweging uit Noord-Italië. Vaste coalitiegenoot van Silvio Berlusconi’s PdL. Wil het fictieve land Padania afscheiden van de Republiek; de grenzen van dat droomland zijn echter nooit getrokken en lijken vooral af te hangen van verkiezingssuccessen. De partij die zich voorstond op haar zuiverheid – om zich van het “maffiose Zuiden” te onderscheiden – is in 2012 getroffen door een reeks schandalen.

Legge ad personam (la) – ‘Wet voor een persoon’; een wet die bedoeld is om een specifieke persoon uit een juridische situatie te redden. Berlusconi grossiert in deze wetten. Een van de bekendste is de Wet-Salva Previti (“red Previti”) die bepaalt dat zeventigplussers onder bepaalde, precies omschreven omstandigheden niet de gevangenis in hoeven. Hierdoor bleef  afgevaardigde Cesare Previti (Forza Italia) gevangenisstraf wegens meineed bespaard.

Liste bloccate (le) – ‘Geblokkeerde lijsten’; kiessysteem waarbij de kiezer geen voorkeur kan uitspreken voor een kandidaat maar alleen op een partij kan stemmen. Oorzaak van heel veel totaal incompetente bestuurders – en nog erger – in de Kamer.

M

Malasanità (la) – Slechte gezondheidszorg. Ongediplomeerde medici, oplichters, onkunde, gebrek aan hygiëne, corruptie, desinteresse en vriendjespolitiek zorgen voor zo veel problemen in de gezondheidszorg dat er een aparte verzamelterm voor is. Zie ook raccommandato.

Mediaset – Televisieconglomeraat van de familie Berlusconi dat (onder andere) drie van de zeven landelijke televisiezenders in handen heeft: Rete4, Canale5 en Italia Uno.

Movimento 5 Stelle (il) – Vijfsterrenbeweging, ook wel: M5S. Partij rondom komiek Beppe Grillo met een programma dat radicale verandering wil van de gehele Italiaanse politiek. Vaak aangeduid as populistische partij, of als antipolitiek. Werd nochtans de grootste partij bij de verkiezingen van februari 2013.

N

Nuova Centrodestra (la) – Afsplitsing van het PdL. Toen eind 2013 Berlusconi de regering wilde laten vallen over het feit dat hij als senator moest aftreden vanwege zijn veroordeling wergens belastingontduiking, splitste een groep onder leiding van Angelino Alfano zich af om de regering-Letta overeind te kunnen houden. Alfano wil nog altijd samenwerken met Berlusconi die volgens hem slachtoffer is van de extremisten om hem heen.

P

Padania – Niet-bestaand land dat Lega Nord zegt te willen ‘bevrijden’. De grenzen zijn niet duidelijk. Padania ontleent zijn naam aan de Val Padana – de Povallei, het rijkste deel van Italië. Het voetbalteam van het ‘land’ speelt in de zogenaamde NF-Board tegen entiteiten als Wallonië en Noord-Cyprus.

Palazzo Chigi – Residentie van de President van de Ministerraad (de premier) en paleis van de regering in Rome.

Palazzo della Consulta – Gebouw van het Constitutionele Hof in Rome, in de media vaak la Consulta genoemd.

Palazzo della Farnesina – Zetel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in fascistische stijl opgetrokken kantoorgebouw dat gepland was als hoofdkantoor van Mussolini’s Partito Nazionale Fascista.

Palazzo Grazioli – Bekend als het Romeinse pied-à-terre van Silvio Berlusconi, die de bel-etage van het historische gebouw huurt. Hier zou het beruchte bed van Putin staan waarin Berlusconi de nacht doorbracht met een prostituée.

Palazzo Madama – Zetel van de Senato, de Senaat, in Rome.

Palazzo Montecitorio – Zetel van de Camera dei Deputati, het Huis van Afgevaardigden in Rome. In kranten vaak kortweg Montecitorio genoemd.

Palazzo del Quirinale – Zetel van de President van de Republiek op de gelijknamige heuvel in Rome. Wordt daarom in kranten ook wel il Colle (de heuvel) genoemd.

Palazzo del Viminale – Zetel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, in kranten soms Viminale genoemd.

Partito Democratico (PD) – Democratische Partij. Grootste centrumlinkse partij, vergelijkbaar met de PvdA in Nederland. De partij van oud-premier Romano Prodi en huidig leider Enrico Letta. Altijd ernstig intern verdeeld; de partij heeft (mede) daarom geen heldere lijn. De partij heeft zich te lang bezig gehouden met reageren op Berlusconi in plaats van het uitzetten van een eigen lijn.

Piazza (la) – Plein. Vaak gebruikt om politieke openluchtmanifestaties aan te duiden. Scendere in piazza: ‘het plein op gaan’, protesteren, maar ook verkiezingsbijeenkomsten houden in de open lucht.

Popolo della Libertà (PdL) – Volk van de Vrijheid. De partij van Silvio Berlusconi, ontstaan uit zijn oude Forza Italia en de Alleanza Nazionale van Gianfranco Fini. De partij lijkt alleen nog bezig met het aan de macht houden van de premier, die dan ook het enige element is dat deze bonte verzameling ex-socialisten, ex-fascisten, ex-liberalen, carrièrejagers zonder kleur en zelfs een enkele ex-communist bindt. Iedereen beseft dat er zonder Silvio waarschijnlijk geen PdL meer zal zijn. Heet sinds eind 2013 weer Forza Italia – zie daarvoor ook Nuova Centrodestra.

Porcellum – (Lat.) Biggetje. De kieswet van 2005, zo genoemd omdat de auteur van de wet, minister Roberto Calderoli van Lega Nord, de wet zelf una porcata – ongeveer: ‘zwijnerij’, rotzooi – doopte. Het Constitutionele Hof heeft de wet in 2013 (!) ongrondwettelijk verklaard.

Pregiudicato (il) – Persoon met strafblad, lett.: al eens veroordeelde. Nogal wat politici hebben een strafblad in Italië; medestanders van deze pregiudicati doen dit vaak af met een wegwerpgebaar: “Het is slechts een veroordeling in primo grado” – bij de rechtbank. Dat wordt niet als iets serieus gezien. Ook secondo grado is nog niks en als iemand uiteindelijk in cassazione is veroordeeld, ligt het aan de ‘gepolitiseerde’ rechtspraak.

Premio di Maggioranza (il) – Meerderheidspremie. Electoraal systeem waarbij de winnende partij of coalitie automatisch de meerderheid van de zetels in een parlement krijgt. In Italië van kracht sinds de kieswethervorming van 2005, de Legge-Calderoli, die onder andere bepaalt dat de winnende coalitie altijd 340 (van de 630) zetels in het Huis van Afgevaardigden krijgt.

Protezione Civile – Burgerbescherming. Organisatie met speciale (bouw)volmachten om snel noodhulp te kunnen geven zonder hinder van de berucht trage Italiaanse bureaucratie. Wordt vanwege die volmachten nu ook ingezet bij speciale evenementen zoals het wereldkampioenschap zwemmen in Rome, de Olympische Spelen van Turijn en de G8-conferentie in L’Aquila. Zie ook Appalti en Cricca.

Q

Quorum (il) – quorum, het minimum percentage stemmen (50% +1) dat nodig is om een referendum geldig te maken. Gemiddeld gaat 35% van de stemgerechtigde Italianen nooit stemmen; het is dus behoorlijk lastig om het quorum te halen, zeker als partijleiders oproepen om niet te gaan stemmen, zoals Berlusconi gewoonlijk doet. Hij plant referenda ook nooit tegelijk met gewone verkiezingen zodat het volk een extra stembusgang moet maken.

R

Raccommandato – aanbevolene, protégé. Een raccommandato is iemand die een baan heeft gekregen op voorspraak van een andere, vaak machtige, persoon. Deze mensen hebben niet de juiste kwalificaties en hoeven ook helemaal niet hun best te doen om hun positie te behouden. Zo vormen ze het zand in de machine van Italië. Overheid, gezondheidszorg en ook bedrijfsleven zitten er vol mee. Politici en maffia gebruiken arbeidsplaatsen als wisselgeld voor bewezen diensten. Van de inmiddels voor samenwerking met de maffia veroordeelde ex-gouvernateur van Sicilië, Salvatore Cuffaro, bestaan beelden waarin een vrouw hem  temidden van een mensenmassa haar zoon voorstelt, “die u nog zou sistemare” (zie aldaar). Er bestaat een afgeluisterd telefoongesprek tussen twee maffiosi waarbij de ene de andere afraadt een bepaalde arts te bezoeken, “want die heb ik daar neergezet”. met andere woorden: beroepsmatig deugt hij voor geen meter.

Referendum (il) – Referendum. In Italië gewoonlijk correctief, d.w.z. om achteraf een genomen regeringsbesluit ongedaan te kunnen maken. De republiek is in 1946 per referendum gesticht. Referenda maakten echtscheiding mogelijk (in 1974) en dwongen (in 1987) kerncentrales tot sluiting. Zie ook quorum.

Rimpasto (il) – Cabinet reshuffle, herverdeling van ministersposten. Gebeurt (ook) na het kopen van de steun van afgevaardigden voor de regering; de beloning voor de geleverde steun is een plaats in het kabinet. Het aantrekken van nieuwe partijen in een bestaande coalitie is een manier om een meerderheidskabinet te laten overleven. Zie voto di scambio.

S

Sistemare – plaatsen, onderbrengen. Het plaatsen van een raccommandato op een werkplek.

T

Terzo Polo (il) – ‘Derde Pool’. Volgens de kieswet moet elke partij vooraf duidelijk maken tot welke coalitie ze gaat behoren; de wens van Berlusconi was om zo naar een tweepartijstelsel te groeien met centrodestra en centrosinistra (centrumrechts en centrumlinks) als de enige keuzes. Dit heeft geleid tot de terzo polo, een groep middenpartijen waaronder de christendemocratische UDC en Gianfranco Fini’s van de PdL afgescheiden FLI. Ook de partij van ex-premier Mario Monti, Scelta Civica, wordt tot het midden gerekend.

U

Urne (le) – stembussen. Si va alle urne: er komen verkiezingen. Ook wel als dreigement geuit.

V

Veline – lett.: notities. De twee sexy meisjes die in het Mediaset-programma Striscia la Notizia oorspronkelijk de nieuwsberichten aan de presentatoren brachten, heten le veline. De verkiezing van nieuwe veline is een waar mediaspektakel. De bekendste ex-velina is ongetwijfeld Elisabetta Canalis, de exvriendin van George Clooney. De term heeft inmiddels de ruimere betekenis gekregen van sexy meisje dat er alles voor over heeft om beroemd te worden. Zoals het bezoeken van de feestjes van de (ex-)premier in Arcore.

Villa Certosa – De privévilla van Silvio Berlusconi op Sardinië.

Vitalizio (il) – Levenslange uitkering voor voormalige volksvertegenwoordigers, onafhankelijk van andere inkomstenbronnen. Italië kent geen wachtgeldregeling zoals in Nederland. Na een bepaalde periode geldt het recht op een vitalizio; in de krant heet dat dan scatta il vitalizio.

Voto di scambio (il) – Stem (bij verkiezingen) in ruil voor tegenprestatie. Zowel onder politici (zie rimpasto) als tussen politici en burgers een gebruikelijke en illegale praktijk. In Napels kan een stem bij nationale verkiezingen vijftig tot tweehonderd euro opleveren; bewijs wordt geleverd met een fotootje uit de mobiele telefoon. Het is daarom verboden mobiele telefoons mee te nemen in het stembureau. Maar dat helpt niets. Het nieuwste onderzoek tegen Berlusconi (maart 2013) van de procureur in Napels draait om drie miljoen euro die betaald zouden zijn aan senator De Gregorio om in 2006 over te lopen naar de PdL en zo de regering-Prodi ten val te brengen.