De eeuwige Jood

Vroeger las ik kinderboeken over de Tweede Wereldoorlog. Dat was toen een vrij populair genre: denk aan Jan Terlouws Oorlogswinter. In een van de boeken van Gertie Evenhuis – als ik me niet vergis, was het in En waarom ik niet? – vroeg de hoofdpersoon zich vertwijfeld af wat er toch was met de Joden dat zij altijd het slachtoffer waren. En eigenlijk heb ik nooit een antwoord op die vraag gevonden.

De vraag zelf is natuurlijk al deel van het probleem. Het is de eerste stap op weg naar wat we inmiddels othering zijn gaan noemen – het proces van het onderscheiden van groepen in de samenleving aan de hand van hun afwijking van de ‘norm’. Die ongeschreven norm dat ‘wij’ een wit en christelijk land zijn. Maar daar wringt meteen de schoen, want waar ik onmiddellijk kan zien dat een Afrikaan of een Aziaat niet wit zijn, kan ik aan Joden helemaal niks zien. Tenzij je natuurlijk gelooft in antisemitische vooroordelen over haakneuzen en dikke lippen.

Ik vraag me af hoe je dat doet als antisemiet. Vraag je mensen of ze wellicht Joods zijn? “Hee, niet om het een of ander, maar eh, ben jij toevallig Joods?” Of heb je een rijtje Joodse achternamen in je hoofd – Baruch, Cohen, Rosenthal? En wat doe je vervolgens met die informatie, even aangenomen dat je de aldus als Jood geïdentificeerde persoon niet op een lijstje zet?

Wat betekent het voor jou dat iemand Joods is? Ik snap dat niet. Ik vind het irrelevante informatie, tot op het moment dat iemand er zelf iets over kwijt wil, of bijvoorbeeld wanneer ik rekening moet houden met afwijkende feestdagen of eetgewoonten. Het is ook al niet zo dat ik, eenmaal gerustgesteld dat er geen Joden in het gezelschap zitten, het repertoire antisemitische grappen tevoorschijn haal. Of, omgekeerd, dat ik zodra er Joden aanwezig zijn, opzichtig een potje ga zitten huilen over het vreselijke lot van onze broeders de Israelieten. Ook dat niet.

Nee, enger nog dan de bizarre obsessie met moslims die de Nederlander heeft, vind ik de obsessie met Joden, of die nu negatief of positief gekleurd is. Want op een gegeven moment blijkt dat ze “juist als Joden beter zouden moeten weten”, dat ze toch niet de intens zielige, boven alle verdenking verheven slachtoffers zijn die we dachten, dat ze toch niet onze Messias willen accepteren, of dat ze toch niet zij aan zij met ons staan in de strijd tegen de islam, en dan slaat het innige beminnen om in de lelijke haat die we al kennen.

Om op de vraag uit het kinderboek terug te komen: dit is het antwoord. Onze obsessie met de Joden maakt hen elke keer weer slachtoffer.

Advertisements