Gedachten bij een foto

Oude, afgebladderde slogans van Mussolini kom je hier nog regelmatig tegen. Gisteren fotografeerde ik op de belangrijkste piazza van het dorp Longobucco de restanten van zo’n typisch bombastische kreet. Eenmaal thuis gekomen, zag ik wat er ooit gestaan heeft: L’Italia ha segnato la via della salvezza all’Europa.

“Italië heeft Europa de weg naar de verlossing getoond.” Ik kende deze kreet nog niet. Hij is anders dan de gebruikelijke kreten van kracht, eendracht en dreiging. Hier, in een van de meest afgelegen en achtergebleven gebieden van het land, moest de burger geloven dat Italië voorop liep in de vaart der volkeren, op weg naar de salvezza van het fascisme. De verlossing dus, een vooral christelijk begrip wat de katholieke bevolking onbewust moest aanspreken.

Als ik zo’n propagandaslogan zie, vraag ik me altijd af waarom ze nooit weggehaald zijn, al weet ik dat gevelonderhoud niet iets is waar veel calabresi zich druk om maken. Maar ik weet ook dat er ‘traditioneel fascistische’ dorpen en steden bestaan. En dus kijk ik de mensen op straat een beetje anders aan. Wantrouwend. Waar ben ik hier verzeild geraakt?

De mensen in Longobucco vond ik bijzonder vriendelijk, laat ik dat voorop stellen. Niets van de achterdocht jegens vreemdelingen die je in zo veel andere geïsoleerde dorpjes in het zuiden vindt. Goedlachs, behulpzaam en spontaan. Maar als buitenlander blijft het moeilijk om de mensen te ‘lezen’.

Als het om Nederlanders gaat, weet ik meestal meteen wel wat voor vlees ik in de kuip heb. Ik ken de stijl en de manieren. Maar in Italië ben ik een blinde. De mode is anders, hun interpretatie ervan is anders, de dingen betekenen niet wat ze in Nederland betekenen. Zo liep er gisteren bij de bar waar die leus op de gevel prijkt een vijftiger rond met zo’n typisch Wehrmachtkapsel. Maar twee jaar geleden liep ‘iedereen’ hier met zulk haar, want het was in de mode – en mode is heilig in dit land.

Eergisteren is er een Afrikaanse vluchteling mishandeld door de klanten van een bar in de buurt van Palermo. Djeng Khalifa, een negentienjarige Senegalees die twee jaar geleden met zo’n beruchte vluchtelingenboot vanuit Libië Italië heeft bereikt, werd uitgemaakt voor vieze n****, geslagen en geschopt. Ook hij was blijkbaar, meer nog dan ik waarschijnlijk, blind voor de signalen.

Hij heeft wel aangifte gedaan en let op: aangifte doen in Palermo vergt veel moed. Maar deze jongens hebben dat – en het is niet de eerste keer dat maffiosi of wannabe maffiosi zich daarop verkijken. Misschien zijn Afrikaanse vluchtelingen niet alleen blind voor de signalen die ‘fout volk’ afgeven, maar ook blind voor de werkelijke macht van de maffia in deze streken. Maar misschien zijn ze na alles wat ze hebben doorgemaakt gewoon niet meer zo makkelijk bang te maken.

En ik kan na bijna elf jaar in Calabrië wel concluderen dat dat precies is wat we hier nodig hebben. Benvenuto, Djeng. Ti stavamo aspettando.

 

Advertisements