Bij de dood van een sportman

Je zult niet snel een stuk aantreffen over voetbal op deze pagina’s. Ik weet er simpelweg te weinig van. Toch heeft de dood van Davide Astori, de aanvoerder van Fiorentina, ook mijn belangstelling gewekt. Dat begon toen enkele Italianen bezwaar maakten tegen het afgelasten van alle wedstrijden in de Serie A en B, afgelopen zondag, en kreeg vandaag een vervolg.

De begrafenis van Astori werd bezocht door vele spelers en oud-spelers van verschillende clubs: Pirlo, Totti, alle spelers van Juventus, een aantal spelers van Inter, Marco van Basten, Javier Zanetti – ‘iedereen’ was er, zoals dat heet, verwelkomd met applaus van de duizenden tifosi van Fiorentina op het plein voor de Santa Croce-basiliek in Florence.

Die enkeling – veel waren het er niet – die protesteerde tegen het afgelasten van alle wedstrijden besefte niet dat de wereld van het profvoetbal heel klein is. Maar er zitten twintig clubs in de Serie A, keer elf spelers, plus reserves, plus trainers – een man of twintig in totaal. Dat zijn vierhonderd man die elke week met het hoogste niveau balletjetrap bezig is. Die kennen elkaar allemaal, van Marco Festa, reservekeeper van het zeer bescheiden FC Crotone tot de bijna onaanraakbare Gianluigi Buffon van Juventus. Niet alleen Fiorentina heeft een speler verloren: de hele Serie A heeft een collega verloren.

Een collega, een van de belangrijkere figuren uit dat kleine wereldje, een vriend wellicht. En volgens mij zit daarin een boodschap verborgen. Want terwijl u woedend bent op die van die andere club, en wellicht al agressief wordt van de aanblik van die vreselijke shirtjes van ze, zijn de spelers gewoon bekenden van elkaar, vrienden soms, maar in ieder geval collega’s en beslist ook lotgenoten. U weet dat ook wel. U weet dat ze samen in het nationale elftal zitten. U weet ook dat ze voor het juiste bedrag gewoon dat andere shirtje aantrekken. Ja, u vindt dat verraad. Maar dat is niet de realiteit.

Misschien willen de clubs die klassieke tegenstellingen graag in stand houden. Misschien denken ze dat dat nodig is om de competitie spannender te maken, en dus aantrekkelijker. Maar misschien zouden we eens wat vaker kunnen zien dat spelers van clubs waarvan de supporters elkaar de hersens inslaan, gewoon vriendschappelijk met elkaar omgaan – buiten het veld bedoel ik, niet dat ietwat geforceerde elkaar overeind helpen na een doodschop.

Sport verbroedert echt. Ik ben geen sportkenner maar ik geloof dat. Het is eigenlijk heel jammer dat we dat alleen te zien krijgen als een 31-jarige sporter plotseling overlijdt.

Advertisements