De bril van nu

Mijn vader, die nu vierentachtig zou zijn geweest, vertelde me ooit dat het hem destijds speet dat hij te jong was om te gaan vechten in Indië – wat toen nog de “politionele acties” heette. Zo was toen de sfeer in het land, vertelde hij. Maar achteraf was hij blij dat hij tijdens zijn diensttijd in Nederland zat en niet op Java waar hij niets te zoeken had.

Dat is de ‘bril van toen’. Als het om de Indonesische Bevrijdingsoorlog gaat, of om de Tweede Wereldoorlog, zijn er nog enkele oude mensen in leven die die bril hebben. De rest moet het doen met de bril van nu. We hebben geen andere. Dus kan de minister-president wel zeggen dat we de geschiedenis niet ‘met de bril van nu’ moeten bekijken, maar dan zegt hij dus dat we er helemaal niet naar moeten kijken.

En dat is toch opmerkelijk als je bedenkt dat de standbeelden van Grote Vaderlandse Helden in Nederland helemaal niet stammen uit het tijdperk waarin deze helden leefden. Ze stammen uit de negentiende eeuw, toen de trotse wereldveroveraars van weleer in een jong koninkrijk woonden, industrieel ernstig achterop geraakt en vol vergane glorie, waar ze bovendien in 1830 nog een fiks deel van kwijt waren geraakt. Het jonge land had behoefte aan helden, aan een geschiedenis, en liefst eentje die draaide om de Oranjes en de Gouden Eeuw. Met de bril van toen werd naar het grootse verleden gekeken, en wat volgde was een explosie van straatnamen en standbeelden uit dat verleden. Het standbeeld van Michiel de Ruyter (1607-1676) in Vlissingen? 1841. Dat van Piet Heyn (1577-1629) in Rotterdam? 1870. Of het beeld van Jan Pietersz. Coen (1587-1629) in Hoorn? 1893.

Zou de les van historicus Rutte ook destijds al zijn geleerd, dan hadden we al die rommel helemaal niet gehad. Al die beelden, al die straatnamen, zijn sporen van Nederlanders die met de bril van hun eigen ‘nu’ naar het verleden keken. En zo kunnen ook wij met onze hedendaagse bril naar het verleden kijken. Het veranderen van een naam in de publieke ruimte, of zelfs de opslag van een standbeeld, wordt voor toekomstige generaties net zozeer een aanduiding voor een historisch tijdperk – laat ik het de Herwaardering noemen – als het ontstaan van het Nederlands nationalisme in de negentiende eeuw dat voor ons is geworden.

Onze geschiedenis is geen dood ding, geen onveranderlijk gegeven. Inzichten veranderen, accenten verschuiven. Ik ben geboren in de Hondiusstraat, een Rotterdams straatje uit ongeveer 1910. We zijn honderd jaar verder – knappe jongen die nog weet wie die Hondius was. We vinden hem kennelijk niet meer zo interessant. En zo vinden we ook Coen niet meer zo’n held. En hebben we midden in de Afrikaanderwijk de Nelson Mandelaschool gebouwd. En heet de Stalinlaan in Amsterdam al weer heel lang de Vrijheidslaan. En spreken we niet meer van “Politionele Acties”.

Dat is geschiedenis en wie de Coentunnel een andere naam geeft, verbergt haar niet maar schrijft haar. Met de pen van nu.

CC-Foto: Standbeeld van J.P. Coen aan het Roode Steen in Hoorn, Henk Monster
Advertisements

5 Comments

  1. waarom zou je in godsnaam een positief gekleurd heroisch zelfbeeld wegdoen voor een bak wrok en verwijten van een clubje dat aan de zijlijn staat.te miezemuizen omdat ze -wonderlijk- geen vergulde roltrap naar de top krijgen? Ieder zijn ding maar flikker lekker op uit mijn comfortzone. Als er beelden verdwijnen, so be it, maar doe dat zonder dat je de messias van het ware woord speelt. zo onnozel. Kom met iets positiefs van jezelf, draag wat bij, Bouw aan succes zoals genoeg allochtonen (en autochtonen zonder geld of geluk maar met wil geboren) succes hebben. Of schik je ernaar als je het talent niet hebt, zoals ook arme landgenoten geen pogroms houden als de oogst mislukt. Beeldenverering is hier niet maar blijf er maar gewoon vanaf. De beelden, straten en bruggen die naar Mandela vernoemd zijn zijn ook flauwekul voor anderen.

    Dit gedoe is een jammerlijke bevestiging van het negatieve imago dat sommige exctreme figuren over zichzelf en de mensen die ze denken te vertegenwoordigen afroepen. Als je de maatschappij tot last bent mag je leuk op DWDD met uit Amerika gekopieerde grieven maar in de echte wereld gaat de deur op de knip. Of je nou professor Wekker of onnozele rapper bent- aan de zijlijn blijf je staan. Capice?

    1. Dus jouw *zelf*beeld hangt af van lieden die driehonderd jaar dood zijn? Eigenaardig. Heb je zo’n lage dunk van jezelf dat je er figuren als Tromp en De Ruijter bij moet halen? Daar zou ik naar laten kijken als ik jou was. Dat is niet gezond.
      Wie moeten van beelden afblijven? Allochtonen? Die hebben nog geen beeld weggehaald.
      Emeritus hoogleraar Wekker, met al haar publicaties en prijzen, staat “aan de zijlijn” want de deur is “op de knip”? Gaat het wel goed met je? Welke “echte wereld” is dat waar een lange wetenschappelijke carrière hetzelfde is als “niets van jezelf bijdragen”?

      Het is overigens “capisci”. Capisci?

  2. Mijn ogen zijn nu wijd open. Eigenlijk vond ik het raar om die beelden weg te halen, want door ze weg te halen, wis je de geschiedenis, hoe erg die ook was.
    Bespreken en onderwijzen, zodat we het nooit zullen vergeten.
    Maar ik was echt in de veronderstelling, dat die beelden gemaakt waren tijdens of net na het leven van die figuren. Dus een tijdsbeeld.
    Nu dat dus niet zo blijkt te zijn, weg ermee. Maar hou het levend, geef beter geschiedenisonderwijs. Informeer, informeer!

Comments are closed.