Echt Italiaans eten… in Nederland

In de afgelopen jaren heb ik wat geklaagd over de Nederlandse eetcultuur die vooral lijkt te bestaan uit prachtige restaurants met keurig gekleed personeel die vrij belabberd eten serveren wat rechtstreeks van de horecagroothandel komt. Toch zie ik, sinds een kleine tien jaar als toerist in mijn vaderland, een langzame verbetering. Betaalbare restaurants die met echt verse ingrediënten goed eten serveren, zonder die verschrikkelijke kant-en-klare modesausjes.

Villa Augustus in Dordrecht is een goed voorbeeld: wij hebben daar nu drie keer gegeten en eigenlijk valt alleen de bereikbaarheid voor rolstoelers tegen. Maar dan ook meteen enorm tegen. De eigenaars moeten begrijpen dat mensen met een beperking het heel vervelend vinden om slechts na een hoop gedoe (gasten die van hun tafeltje op moeten staan en stoelen moeten verschuiven, bijvoorbeeld) naar binnen te kunnen. En Villa Augustus, op het voormalige terrein van het GEB in Dordrecht, beschikt over een enorme zee van ruimte – dit gehaspel is totaal onnodig.

Maar we zijn dit jaar pas echt verrast toen vrienden van ons in Groningen ons meenamen naar een Italiaans restaurant. Normaal mijden wij in het buitenland Italiaanse restaurants als de pest: altijd is het eten aangepast aan de lokale smaak en altijd staan dezelfde gerechten op het menu – gerechten, die met de Italiaanse keuken net zo veel te maken hebben als Willy Alberti met Italiaanse muziek. Spaghetti bolognese bijvoorbeeld – knappe jongen die in Bologna een restaurant zo gek krijgt om het voor je te maken. In een kommetje, met saus zo dun als soep, of met gehaktballetjes. En dan zwijg ik nog over wat her en der voor pizza wordt versleten. Porca miseria!

Maar naast de deur van Da Mino aan het Zuiderdiep staat duidelijk NO PIZZA, en je moet ook niet verwachten dat je een menu in je handen krijgt met spaghetti bolognese of ossobuco alla romana. Je krijgt namelijk helemaal geen menu in handen: de eigenaar, een echte Sardo – een Sardiniër, gaat ‘s ochtends naar de markt en bepaalt het menu aan de hand van de ingrediënten die hij daar vindt. De enige vraag is of je vlees of vis wil, en hoeveel gangen.

Aanrader: neem vijf gangen. Je wordt niet teleurgesteld. Wij hielden het, Hollanders die we bijna allemaal zijn, zuinigjes op vier. De viseters onder ons kregen als antipasto onder andere mosselen op zijn Catalaans en tartaartjes van tonijn; de vleeseters een klassiek vlees- en kaasplankje. Als primo ‘huisgemaakte’ ravioli met zeeduivel, of met salsiccia voor schrijver dezes. De secondo bestond voor mij uit een biefstukje wat zo mals en sappig was als je het zelden krijgt in een restaurant; de viseters kregen goudbrasem die door de chef aan tafel werd schoongemaakt. En de kroon op dit alles was een authentieke seada. Als jullie eenmaal deze Sardinische lekkernij hebben geproefd, voorspel ik een grote toekomst voor dit nagerecht – eentje die de muffinmanie zal doen verbleken.

Natuurlijk was de espresso achteraf come si deve. Alles was zoals het moet zijn – ook mijn Italiaanse partner S. had het gevoel in een echt Italiaans restaurant te hebben gegeten. Inclusief de hartelijke ontvangst door de gastheer, die van de verwarring al zijn talen door elkaar gooide, en zijn dochter die pas kort in Nederand is maar wel uitstekend Engels spreekt.

Voor wie in Dordrecht is, is een kijkje bij Villa Augustus beslist aan te raden. Maar Da Mino, jongens, het is – om met de Guide Michelin te spreken – een ruime omweg waard.

Advertisements

One Comment

Comments are closed.