Deugmensen

Het was 25 december, de ochtend van Eerste Kerstdag, en aan de overkant van het toenmalige politiebureau aan de Stationsstraat in Tilburg lag een oude dame op straat. Haar boodschappentassen – da’s raar op Kerstochtend maar ze had boodschappen bij zich – lagen naast haar. Mijn broer en ik waren op weg naar het station om de trein te pakken richting het obligate familiegedoe en zagen haar liggen.

En dan kun je twee dingen doen. Je trein halen of naar haar toe gaan. Hebben we erover nagedacht? Geen moment.

Terwijl mijn broer haar boodschappen over de straat schopte, ging ik wijdbeens over haar heen staan en begon tegen haar te schreeuwen. HEE KUTWIJF! ZEKER WEER TE VEEL GEZOPEN GISTEREN, VUILE KANKERHOER! Ik porde met mijn schoen tegen haar buik. NOU STA DAN OP! HE! STA OP DAN, OUWE TANG! KOM OP DAN! ‘S AVONDS EEN WIJF, ‘S OCHTENDS OOK EEN WIJF!

Want je wilt natuurlijk niet voor deugmens versleten worden. Deugmensen, dat zijn van die zwakkelingen die om andere mensen geven. Ons niet gezien! Schijnheilige onzin allemaal, alleen maar om jezelf beter te voelen. Nou, als dat oude mens niet kan lopen moet ze fijn thuisblijven, ja toch? Niet mijn probleem. Met d’r sherryharses.

Het was 25 december, de ochtend van Eerste Kerstdag, en er lag inderdaad op die plek een oude vrouw op straat, met boodschappen. Ik weet niet meer of we haar hebben zien vallen, maar dat doet er niet toe. Mijn broer is bij haar gaan zitten en ik ben het politiebureau binnengelopen. Intussen stopte er ook een auto; de chauffeur vroeg of hij iets kon doen. Even goed duurde het vijf volle minuten voordat er een agent naar buiten kwam en die ging als eerste de automobilist vertellen dat hij daar niet mocht stilstaan. Nuttig, op zo’n moment! Enfin, een kwartier later was de ambulance er, maar toen zaten wij al in de restauratie aan de koffie.

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.