Onze onvolmaakte communicatie

Wat schrijven we veel met elkaar, tegenwoordig. Helaas voor romantici geen lange brieven maar staccato berichtjes via sociale media. Geschreven communicatie is echter heel beperkt: je hoort me niet, je ziet me niet en vaak ken je me ook niet. Dit is de oorzaak van veel misverstanden.

Je hoort me niet

Neem nu eens om te beginnen dit eenvoudige zinnetje: Ik heb het gedaan. Wat betekent het? Leg ik de nadruk op ik, dan hebben we een bekentenis. Niet zij, maar ik heb het gedaan. Leg ik de nadruk op heb, dan ben ik me aan het verdedigen. Je doet net alsof ik de deur niet achter me dicht heb getrokken maar ik heb het gedaan. Leg ik de nadruk op het, dan ben ik een jaar of achttien en heb ik het voor het eerst gedaan. Jeweetwel. Van dattum. En leg ik de nadruk op gedaan, dan klinkt het een beetje opschepperig: jullie lullen nou wel over het besturen van een Boeing 747 maar ik heb het gedaan. Ik heb ervaring en jullie zijn een stelletje minkukels die denken dat een vluchtsimulator op je PC hetzelfde is.

eetschrNatuurlijk wordt gewoonlijk veel duidelijk uit de context. Maar wat is de context van een tweet? G.J. Groothedde vraagt ongeduldig aan @Verwonderster of ze nu eindelijk eens mee komt. Of toch niet? Met een link erbij wordt meteen duidelijk wat hij bedoelt, maar dat is lang niet altijd het geval.

Je ziet me niet

Zien is misschien niet zo belangrijk als horen, maar toch voegt het een belangrijk element toe aan de communicatie. We kennen allemaal wel zo’n situatie waarin mensen empathie veinzen. Je vertelt de ambtenaar waarom hij je toch echt snel moet helpen met het verlengen van je paspoort, want je moeder ligt op sterven in een ziekenhuis in Kuala Lumpur en de tickets liggen al klaar. ‘Dat is vreselijk voor u’, zegt de man dan, maar zonder een gelaatsspier te vertrekken. En je weet al: hij heeft geen zin om je te helpen.

Het omgekeerde overkomt mij nogal eens op twitter. Je zit in een verhitte discussie over het één of ander en ineens komt er iemand tussendoor met de simpele vraag: Hoe bedoel je? Ik zie nu iemand voor me met één opgetrokken wenkbrauw die me over de rand van een leesbrilletje scherp aankijkt, de handen in de aanslag op het toetsenbord om me direct vernietigend van repliek te dienen. Maar misschien zit die persoon met een niet-begrijpende frons naar mijn geouwehoer te staren – op zich geen ondenkbaar scenario –  en begrijpt hij het echt niet.

Je kent me niet

Enige bekendheid met de spreker helpt bij het interpreteren van zijn woorden. Wie mij kent, schrijf ik de laatste jaren steeds vaker op mijn blog, die weet… bijvoorbeeld dat ik een Rotterdammer ben. U begrijpt dan ook dat ik de boel in de maling aan het nemen ben als ik met een fet Amsjtedamsj accent iets zit te vertellen. Wie mij kent, die weet ook dat ik beslist geen PVV’er ben. Ik wilde net nog een ironische opmerking sturen naar Erik van Muiswinkel maar bedacht me net op tijd: die man kent mij helemaal niet. De ironie zou verloren gegaan zijn, ik zou hebben geklonken als de zoveelste boze rechtsmens.

Nu heb je op twitter verbazingwekkend weinig krediet – dat heb ik meerdere keren kunnen vaststellen. Dáárom schrijf ik steeds vaker Wie mij kent… op deze pagina’s. Behalve met mensen die er altijd op gebrand zijn om anderen te laten struikelen, heeft dat vermoedelijk ook te maken met wat ik hier heb opgeschreven. Het is waar: u kent mij niet, omdat mijn communicatie met u incompleet is. Er zijn op dit moment voor zover ik weet maar twee actieve twitteraars die me ooit ‘in het echt’ hebben meegemaakt. Voor de rest ben ik misschien wel die emotieloze loketbediende, of een schreeuwende woesteling, of een van meheheheeeedelijden druipende wereldverbeteraar in een naar geurkaarsen meurende zolderkamer.

Ik kan u verzekeren: het is alledrie wel eens waar (hoewel ik van geurkaarsen koppijn krijg). Maar voor hetzelfde geld lees ik in plat Tilburgs hardop dat laatste zinnetje voor terwijl ik gekke bekken trek. Ge wit ‘t nie.

Advertisements

One Comment

Comments are closed.