Ferramonti

De Autostrada A3 is bijna leeg deze middag van de tweede juni, Festa della Repubblica, op een colonne klassieke Kevers en Fiatjes na die huiswaarts keert na deelname aan het een of andere evenement ter gelegenhed van de dit jaar zeventigjarige republiek. In de auto klinkt Jimi Hendrix, buiten is het achtentwintig graden en in de verte rijst de bergketen van de Pollino op, groen en rossig in dit jaargetijde maar altijd ongenaakbaar, de onneembare barrière die Calabrië afsluit van de rest van het land.

Dit is zo’n stuk land waar je doorheen rijdt op weg naar mooiere oorden, waar ze pittoreske dorpjes hebben met dorpsfeesten en plaatselijke gastronomische specialiteiten. De her en der verspreide industriële skeletten spreken van vele in rook opgegane beloften en weinig hoop voor de toekomst. Het is het Calabrië van Calabrië – zoals onze regio in de beleving van het land vaak niet lijkt te bestaan, zo lijkt deze zone binnen de regio niet te bestaan. Je hoort er nooit iets van. Sant’Andrea, Cretarossa, Ghiandaro. Onbekende namen. Tarsia.

Tarsia kennen we allemaal, want het is de naam van een afslag. In een van de krullen die de op- en afritten in het landschap tekenen, staat een nooit voltooide betonnen kolos met een zwart en geel bord op het dak: Hotel Ferramonti.

Senzanome

Je moet wel een heel erg vermoeide reiziger zijn om hier te stoppen voor de nacht. Ook wij nemen de afslag niet om een drink te nemen in de lobby van het ellendige gebouw met zijn spookverdiepingen. Wij gaan naar het buurtschapje Ferramonti zelf, tussen provinciale weg 241 en de snelweg ingeklemd. Het is niet meer dan een straatje, Viale R. Pacifici. Er staat een armetierige Ford-garage, wat huizen, een vervallen barak en, aan de overkant, achter een hek, nog meer barakken. Deze staan echter fris in de verf, als nieuw, maar in gras wat al een tijd niet gemaaid is. Aan het hek wapperen de vlaggen van Italië en Israël, maar ze lijken tijdelijk te zijn bevestigd. Een van kleur verschoten krans ‘van het gemeentebestuur’ bedekt de tekst op een stenen zuil. Op deze plek verbleven, gedwongen door een abject regime, tweeduizend personen…

IMG_1027Het handjevol barakken – aan beide zijden van het hek – zijn de enige restanten van het concentratiekamp Ferramonti, het grootste in zijn soort in Italië, waar ooit 2200 man opgesloten zaten. Joden uit heel Zuid-Europa en Noord-Afrika, Griekse en Joegoslavische partizanen, en zelfs enkele Chinezen. Ferramonti was destijds een moerasgebied waar malaria heerste. De trawanten van de Duce hebben hun best gedaan om een godvergeten plek te vinden voor de Joden. De oubliette van Italië.

Image

Voetballers in het kamp, 1942 (bron: ushmm.org)

Een miserabel oord en toch ook niet. De lokale Italiaanse kampleiding had lak aan Duitse bevelen, en erg fascistisch waren ze ook al niet. Er zijn van hieruit geen mensen naar Duitsland of Polen afgevoerd. Er zijn geen mensen mishandeld of vermoord, hoewel er wel mensen zijn bezweken aan ziekte. Er werd getrouwd en gevoetbald en er werd zelfs buiten het kamp gewerkt, vrijwillig en tegen betaling. Na de bevrijding, door de Britten in 1943, bleef het kamp bestaan – veel bewoners konden niet terug naar het noorden, inmiddels bezet door de Duitsers. En in het kamp was het leven naar omstandigheden goed.

Het hek is dicht. Een A4’tje van de burgemeester aan een lantaarnpaal informeert dat de straat, vanwege de te verwachten toevloed op Bevrijdingsdag, 25 april, die dag gesloten zal zijn voor het verkeer. Maar sinds die dag, een dikke maand geleden, is hier niemand meer geweest. Alleen het verkeer raast langs, nee door het kamp, want de snelweg is in de jaren zestig pal over het voormalig kampterrein aangelegd, inclusief de op- en afritten.

Is dit nu de ideale plaats voor een begraafplaats voor verdronken vluchtelingen? De burgemeester vindt van wel en in zekere zin heeft hij daar ook gelijk in. Zou het kamp Ferramonti zijn gebouwd in een andere streek, bijvoorbeeld rondom het nog altijd behoorlijk fascistische Reggio Calabria, dan was dit wellicht een veel lelijker verhaal geworden. De bevolking heeft een zekere naam hoog te houden als het gaat om menselijkheid en naastenliefde. Maar de verschoten krans en het ongemaaide gras vertellen een ander verhaal. Het concentratiekamp Ferramonti is alleen belangrijk op 25 april; de rest van het jaar kijkt er geen hond naar om.

Dan zwijg ik nog van de voorstellen om een kapel te bouwen, en een scheidingslaan die naar het vagevuur moet heten. Je kunt je afvragen hoeveel katholieken verdronken zijn in de Middellandse Zee. En je kunt je afvragen waarom de naam Alan Kurdi valt, de kleine jongen die tussen Turkije en Griekenland verdronk, en die niets met Italië te maken had. Een cynicus weet daar vast wel en passend antwoord op te vinden in deze streek waar verder nooit iemand komt.

De naamgever van het ellendige straatje, Viale R. Pacifici, is opperrabbijn Riccardo Pacifici uit Genua, die zelf nooit opgesloten zat in Ferramonti. Wel kwam hij in 1942 en 1943 enige malen op bezoek in het kamp en sloot er minstens één huwelijk af. Was hij er maar gebleven. Op 3 november 1943, toen Noord-Italië onder directe controle van Duitsland stond, werd hij in Genua door de nazi’s van zijn bed gelicht. Hij kwam nog in hetzelfde jaar om in Auschwitz.

Will the wind ever remember
The names it has blown in the past?
And with its crutch, its old age and its wisdom
It whispers ‘no, this will be the last’

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

One Response to Ferramonti

  1. Esther van den Bergh says:

    Prachtig stuk.
    Interessante geschiedenis ook.
    Enig in zijn soort, dat Ferramonti, lijkt mij.
    Dankjewel!

Comments are closed.