Geelbekken en roodhuiden

Als kind kocht ik wel eens zo’n goedkoop stripboekje over de oorlog. Het waren slecht gedrukte zwart-witstrips met ééndimensionale verhalen waarbij veel geschoten en weinig gesproken werd, maar dat boeide me niet. Ik was dol op die in mijn ogen zo realistische tekeningen van tanks, jeeps en vliegtuigen. Maar toch las ik ze ook, want ik herinner me er eentje over een Amerikaanse piloot die zijn Japanse vijanden consequent als geelbekken aanduidde.

Het is een bekende racistische aanduiding. In de tijd van de Koude Oorlog werd ons, als alternatief voor het rode gevaar van de communistische Sovjetunie, ook wel eens het gele gevaar voorgehouden: de Chinezen. Noem mij maar gek, maar ik vind Aziaten dus niet geel. Hetzelfde heb ik met roodhuiden, de inmiddels behoorlijk controversiële aanduiding voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Ook daarmee ben ik opgegroeid – cowboyverhalen volop in de jaren zeventig. Maar zijn die mensen rood?

Ben ik wit? Natuurlijk ben ik een blanke, of een witte voor mijn part, want zo zijn we onszelf nu eenmaal gaan noemen. Maar ik kijk naar mijn armen en ik zie een kleur tussen beige en roze in. Geen wit. Ik denk aan mijn Senegalese kennis die diep, diep donkerbruin is en ik zie de kleur van pure chocolade, van koffie zonder melk. Maar geen zwart. En mijn Koreaanse ex-vriendin had vrijwel dezelfde huidskleur als ik. En excuse me, maar ik ben dus niet geel.

Europeanen hebben de mensheid in kleuren verdeeld: wit, zwart, rood en geel. Maar eerst en vooral in wit, en niet-wit. Soms waren er gradaties van niet-wit, wat het hele circus van indelen van mensen zo mogelijk nog naargeestiger maakte. Nu zijn er dan ineens mensen die zich tooien met de term people of color. En ik begrijp niet hoe je de gedachte dat wit de standaard is, de default option, gaat uitbannen door de kleurling opnieuw uit te vinden. Zo blijven we steken in blankes en nie-blankes.

Af en toe bekruipt mij de twijfel over wat de meest neutrale manier is om iemands etnische achtergrond aan te duiden en in die gevallen grijp ik vrijwel altijd terug op een geografische noemer. Er zit geen waardeoordeel aan een plaatsaanduiding en er wordt ook geen kunstmatige tegenstelling mee bevestigd, zoals die tussen wit en zwart. Je kunt hem oneindig precies maken: ik ben een Europeaan, een Noordwest-Europeaan, een Nederlander, een Rotterdammer als het moet. Ik had een grote hekel aan de term African American maar ik zie er nu de wijsheid wel van in. Lastig natuurlijk als je van gemengde afkomst bent, maar niet lastiger dan dat nu al is om precies te duiden. Halfbloed is ook niet meer van deze tijd, met zijn echo’s van raciale zuiverheid.

Uiteindelijk moet iedereen natuurlijk zelf weten hoe hij zichzelf ziet en met welke term hij zichzelf aan wil duiden. Zwart, blank, Afro-Caraïbisch, Aziatisch-Amerikaan, Indo, person of color – het is mij om het even. Ik heb in ieder geval gekozen voor Europeaan. Want ik ben dus niet wit.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Geelbekken en roodhuiden

  1. santelogie says:

    De ‘klassieke’ kleuren vind je nog terug in de Olympische ringen.

Comments are closed.