Bijna alle vrouwen die arriveren, zijn zwanger

Dr. Pietro Bartolo is huisarts op Lampedusa en neemt een centrale plaats in in de film Fuocoammare (Vuur op zee) van Gianfranco Rosi, winnaar van de Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn. De huisarts heeft in 25 jaar 250.000 vluchtelingen onderzocht. Gisteren sprak Fabio Fazio met hem in het programma Che Tempo Che Fa op Rai3 – hier een bewerkte vertaling van zijn woorden.

bartolo

Dr. Pietro Bartolo (Screenshot Rai3)

Ik hou me met immigranten bezig sinds 1991. Ik heb gestudeerd in Catania en daarna ben ik teruggekeerd naar mijn mensen omdat er behoefte was aan medici. Destijds waren er maar weinig en dus ben ik teruggekomen om mijn dorpsgenoten te genezen. En in 1991 begon het nieuwe fenomeen.

Ik herinner me de eerste vluchtelingen nog heel goed. Het waren er drie, ze waren ‘s nachts aangekomen en hadden zich verstopt in een hotel in aanbouw. ‘s Ochtends hebben de metselaars die jongens slapend aangetroffen. Ze zijn wakker geworden en geschrokken en hebben het op een lopen gezet. En de Lampedusani zeiden dat de Turken waren gekomen – want wie op het eiland niet blank is, die is een Turk, dat is historisch zo gegroeid.

Als ik in het nieuws die aantallen hoor, die mensen, die doden – 300, 400, 500 – wil ik altijd benadrukken dat het mensen zijn zoals wij, zoals u, zoals ik. Ze hebben twee armen en twee benen, ze hebben een mond – ze zijn precies zoals wij. Er zit er niet een tussen met twee hoofden. Misschien hebben ze een andere kleur, maar als we zo gaan beginnen, is het misschien beter om er maar over op te houden. Neem bijvoorbeeld de schipbreuk van drie oktober, toen werd er gesproken over 366 lijken, 366 doden. Dat klopt niet; het waren er 368, ik heb ze één voor één onderzocht. En die twee, dat is geen getal maar dat zijn twee levens, twee mensen.

Als er een boot wordt gesignaleerd, dan word ik als hoofd van de GGD op Lampedusa gewaarschuwd door de militairen die hulp verlenen: de Guardia di Finanza, de kustwacht, de havenmeester. Ze geven me een paar uur voordat de vluchtelingen aankomen het  aantal mensen en een inschatting van hun fysieke staat. Ik zorg dan dat ik met een ambulance, een tweede arts en de ziekenbroeders op de Molo Favarolo, de havenpier sta om ze op te wachten. Na aankomst moet ik aan boord omdat ik ook verantwoordelijk ben van de USMAF [instituut dat aan de Italiaanse grens passagiers, voertuigen en goederen controleert op gezondheidsrisico’s, RvK]. Ik kijk of er ernstige besmettelijke ziektes heersen, waarna de vluchtelingen eventueel in quarantaine moeten, maar dat is tot op heden nog niet voorgekomen.

Nu laten we ze van de boot af en worden ze één voor één onderzocht. Wie ziek is, wordt naar de eerste hulp gebracht waar een arts en een verpleger zijn. Na het ontschepen komen wij daar ook naartoe en doen we alles wat nodig is: röntgenfoto’s, echografiën, biomedische analyses.

Er zijn op Lampedusa twee, soms drie artsen die zich met vluchtelingen bezighouden. Er is ook op het AZC, ook na 25 jaar, geen viroloog, geen chirurg, geen verloskundige. Er zijn alleen de huisartsen van Lampedusa, en een keer per week komen er voor de 7000 inwoners van het eiland specialisten van het vasteland naar de plaatselijke kliniek. Ik heb gevraagd om tien medici en paramedici, virologen, sociaal werkers en psychologen – want deze mensen zijn psychologisch gesloopt na alles wat ze meegemaakt hebben: marteling, gevangenschap, verkrachting. Bijna alle vrouwen die arriveren, zijn zwanger, want ze worden verkracht, vooral in Libië waar ze soms meer dan een jaar zijn geweest.

Ik breng alle zwangere vrouwen naar de kliniek voor een echografie. Niet alleen omdat ik wil weten hoe het kind eraan toe is, maar vooral ook omdat die tien, twintig minuten die het duurt – soms doe ik er nog langer over – voor hen momenten van rust en geluk zijn, om alles wat ze tot dat moment hebben meegemaakt even te vergeten.

Ik heb in 2012 een Nigeriaanse helpen bevallen, die was aangekomen in een bomvolle boot met 840 mensen aan boord die er slecht aan toe waren. Ze was hoogzwanger en verloor groen vocht, haar vliezen waren gebroken. Ik heb haar naar de kliniek gebracht, er was geen tijd om haar met de helikopter naar Palermo te vliegen zoals we normaal gesproken doen. Er zaten vertragingen in de hartslag van het kindje; het was er zeer slecht aan toe. We hebben niet de juiste middelen maar ik heb een episiotomie toegepast en het kindje gehaald wat op sterven stond. We hebben haar gereanimeerd en beademd. Het meisje heet Gift en het gaat goed met haar. Dit gebeurde midden in de nacht en ik dacht dat niemand wist dat wij daar waren, maar toen ik, nog onder het bloed, een luchtje ging scheppen, stonden er een vijftigtal vrouwen van het eiland die van alles  hadden meegebracht als geschenk. Dat zegt wel iets over de buitengewone inwoners van Lampedusa.

Vaak communiceren we in gebarentaal. Soms spreekt er iemand Engels en sinds kort hebben we een cultureel mediator ingehuurd, die mij helpt te spreken met deze mensen in talen als Swahili en Tigrinya – mensen die vaak ook geen Arabisch spreken. Voor mij is het belangrijk te begrijpen wat er met hen gebeurd is om de juiste diagnose te kunnen stellen.

De mensen moeten wakker worden geschud. Ik wil dat iedereen deze film, die geen documentaire is, gaat zien, omdat Gianfranco Rosi een krachtige boodschap overbrengt. En hoe meer mensen gaan kijken, des te sterker wordt die boodschap zodat de mensen het eindelijk horen. Een noot in een zakje, zeggen ze op Sicilië, maakt geen geluid, maar heel veel noten in een zakje wel.

Het volledige interview met dr. Bartolo is voor een beperkte tijd te vinden via http://www.rai.tv/

Advertisements

One Comment

Comments are closed.