Aanpassen

Bent u wel eens een buitenlander geweest? Ik herinner me nog goed dat ik, net als veel eerstejaars studenten in Maastricht, in België woonde, driehonderdvijftig meter over de grens in Vroenhoven, zo’n typisch, triestig Vlaams dorp: een doorgaande weg, een kerk, lelijke huizen in donkere baksteen, enorme reclames op blinde zijgevels, wat kroegen en een disco. Elke ochtend haastte ik mij – het verplichte Belgische Bewijs van Immatriculatie op zak – op mijn fiets de grens over. En waar de Maastrichtersteenweg de Tongerseweg werd, in Nederland dus, voelde ik me een stuk vrijer.

Inmiddels ben ik alweer ruim acht jaar buitenlander in Italië en rij ik elke week minstens twee keer langs een controlepost van Polizia, Carabinieri of Guardia di Finanza. Soms zijn ze gewapend met machinepistolen en gestoken in kogelvrije vesten. We’re not in Kansas anymore. Ze hebben me gelukkig nog nooit aangehouden. Ik ben legaal in Italië, maar ik heb toch liever dat zwaarbewapende mannetjes in bombastische uniformpjes me met rust laten. Noem mij maar gek.

CarabinieriEén keer wilden enkele Carabinieri weten waarom ik foto’s stond te maken op een industrieterrein. Maar mijn Nederlanderschap bleek veel interessanter, want ze hadden veel vragen over Nederland en hebben de camera niet bekeken en mijn papieren niet gevraagd. Whiteness at work! Ik weet niet hoe ze zouden hebben gereageerd op de foto van hun eigen auto op het besneeuwde straatje – de Italiaanse wet is me niet helemaal duidelijk, en of zij die wet kennen en respecteren, is al helemaal de vraag. Ik weet ook niet hoe ze zouden hebben gereageerd als ik had gezegd dat ik een Roemeen was. Roemenen en Bulgaren zijn zo’n beetje de minst geprivilegieerde blanken ter wereld.

Toch is ook een blanke buitenlander zijn niet altijd een pretje. In Nederland ben ik een welbespraakt mens, ik kom goed uit mijn woorden, spreek duidelijk, kan ook in het openbaar goed overweg met een publiek en aarzel dan ook niet om eens het woord te nemen. Dat is hier wel anders. Gesprekken met meerdere personen voelen als rafting – ik moet heel erg geconcentreerd zijn om alle rotsen te ontwijken en daarnaast ook nog een beetje opletten in welke algemene richting de rit gaat. En zelfs een babbeltje bij de slager is niet compleet zonder dat ik dat ene woord niet kan vinden, of zonder me achteraf te realiseren dat ik weer eens iets geks heb gezegd. Wie wat minder praatgraag is, kan al snel besluiten om dan maar niets meer te zeggen. Een zelfgekozen isolement.

En niet alleen je taalkennis laat je in de steek – ook je kennis van de vormen en gebruiken laat te wensen over. Ik ben een extreem onverzorgde figuur naar Italiaanse begrippen en het gebeurt me dat men bij de groentenboer aan mij vraagt wat iets moet kosten – tot verdriet van mijn vriendin. De koerier van SDA spreekt me met jij en jou aan; ik hem met u. Moet ik me elke dag scheren en een vers gestreken overhemd aan om voor vol aangezien te worden? Het zit niet in mijn aard – maar het is wel de landsaard.

En dan het eten. Ik eet gewoonlijk niet erg veel. Dat is heel gek in deze contreien: overal wordt bij gegeten, en liefst veel. Enorm veel. Vaak met artisjokken en courgettes, waar ik dus niet dol op ben. Of, aan de kust, met vis, wat ik dus sowieso niet eet. En daar zit je dan met je lief in een zeer hoog aangeslagen restaurantje aan de Siciliaanse oostkust te lunchen en maken ze voor jou speciaal een bordje spaghetti met tomaatjes. Dan verlang je naar een shoarmaschotel die drijft van de knoflooksaus. Of naar een wit puntje met een te hete kroket er in geplet, en veel mayonaise.

Over religie heb ik het dan nog helemaal niet gehad. Schoonmoeder loopt met elke processie mee en haar huis hangt vol heiligen. Als de paus kucht, staat het in elke Italiaanse krant. Wordt er een nieuw politiebureau geopend, dan zit zijn plaatselijke hulpsinterklaas op de eerste rij. Katholicisme is hier de default option, maar mij zie je niet in een kerk tijdens een mis. Ik weet wat ze er doen – murmelen dat het allemaal door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld is. Ik ben al depressief genoeg zonder die onzin. Maar ik beleid mijn ongeloof gotendeels in stilte.

Tot in de gezondheidszorg aan toe loop je tegen verschillen op. Een Italiaanse huisarts stuurt je weg met het advies om analyses te laten doen: bloed prikken, urine, roentgen, echo, de hele rimram. Er zijn speciale centra voor die dagelijks honderden mensen ‘behandelen’. En aan het eind van het verhaal schrijft dottore je na vluchtig doorkijken van de resultaten een voedingssupplement voor. Wat mij betreft een bespottelijk circus. Maar uiteindelijk zal ook ik eraan moeten geloven, hoewel ik tot nu toe nog nooit voor mijn eigen gezondheid onze huisarts heb bezocht. Geloof me, dat is een enorme drempel om overheen te moeten.

Aanpassen is een van die toverwoorden van immigratiecritici, maar wie enige ervaring heeft met het buitenlander zijn, die weet dat we daar veel te makkelijk over spreken. Zeker sinds de heersende opinie lijkt te zijn dat  zoiets meteen moet. Hup vanuit de Syrische oorlog naar Nederland, en hup homoseksualiteit accepteren. Terwijl het met de acceptatie van homoseksualiteit door autochtone Nederlanders nog helemaal niet wil vlotten, en eind 2016 vieren we zeventig jaar COC.

Aanpassen vraagt tijd. Veel tijd. Nederlanders zouden als geen ander moeten begrijpen dat het loslaten van eigen opvattigen en gebruiken niet vanzelf gaat. We staan in Europa bekend als het volk wat op vakantie eigen koffie en pindakaas meesleept, en als het volk wat overal komt verkondigen hoe goed we het in Nederland wel niet geregeld hebben allemaal. De gewoontes en de meningen van een Nederlander zijn in graniet gebeiteld. Wat vreemd om te denken dat een Syriër of Eritreeër daar geen last van mag hebben.

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

2 Responses to Aanpassen

  1. HansR says:

    Toch is de vraag in hoeverre je moet aanpassen. Ik woon iets noordelijker en westelijker in Frankrijk. In een dorp met een burgemeester van Italiaanse afkomst. De man laat zich betalen voor zijn diensten. Stukje land hier, procentje daar. Charmant totdat je niet betaalt. Maar diegenen die wel betalen zijn niet zeker van zijn diensten. Niet alleen ik, de import, maar ook de locals niet. Hij liegt, bedriegt, steelt, licht op. Maar is wel burgemeester.

    Corruptie. Echte katholieke corruptie.
    Hoe ver moet je gaan met je aanpassing?

    Aanpassen is geen vluchtelingenprobleem, daar heb je gelijk. Maar er is zelfs geen absoluut niveau van aanpassen. Er zijn grenzen. Ik snap die vluchtelingen wel. Ik accepteer ook niet alles aan lokale gewoonten.

  2. haes123 says:

    Zojuist weer via Vroenhoven Maastricht ingereden. Het is waar; het is een typisch Belgisch dorpje en daarmee onvergelijkbaar met Maastricht, maar zo troosteloos als jij het beschrijft, is het nu echt niet meer. Gelukkig maar.

Comments are closed.