Volwaardige burgers

Je kunt er van alles en nog wat bij halen, van Jan Schenkman via de Holocaust tot en met de historische bisschop van Myra, maar de Zwarte Piet-discussie is uiteindelijk te reduceren tot een simpel gegeven: het is een machtsvraagstuk.

Discussies over de historische achtergrond van de knecht van Sinterklaas en de geschiedenis van de Sinterklaasviering in Nederland zijn aardig voor amateurhistorici en -antropologen, maar ze leiden af van de kernvraag: zijn Nederlanders van Afrikaanse of Afro-Caraïbische komaf volwaardige burgers of niet?

Dat lijkt een bijzonder confronterende vraag, maar de meest extreme figuren zijn hier zonneklaar over: zelfs de in het destijds (1965) Nederlandse Paramaribo geboren Humberto Tan “mag” in Nederland wonen, alsof het een grote gunst betreft die wij hem als “buitenlander” verlenen, en moet daarom bij wijze van tegenprestatie zijn mond houden. De eveneens in het Koninkrijk geboren Quinsy Gario heeft volgens velen ook het recht helemaal niet om onze tradities aan de kaak te stellen.

Kennelijk denkt een groep mensen – en als het geen grote groep is, dan in ieder geval een luidruchtige – dat echte Nederlanders blank zijn, en dat iedereen die dat niet is, zijn mond moet houden over Nederlandse zaken. Dát is het machtsvraagstuk: heeft de niet-blanke recht van spreken?

Die vraag moet u voor zichzelf beantwoorden. Niet de vraag of Zwarte Piet al dan niet een slaaf is, niet de vraag of de bisschop van Myra slaven vrij kocht, niet de vraag of hij zwart is van de schoorsteen, maar die ene vraag. En als uw antwoord net zo luidt als het mijne, dan moet de conclusie zijn dat het traditionele kinderfeest van alle Nederlanders alleen maar beter wordt wanneer alle Nederlanders er op dezelfde wijze van kunnen genieten.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.