De koets

Een monarchie is een anachronisme, een sprookje. Een monarchie is voor kinderen, groot en klein, die dromen van prinsesjes die in gouden paleizen met gouden lepeltjes van gouden bordjes eten en vanuit gouden koetsen naar het volk wuiven. Een monarchie is Disneyland in het echt. Smakeloze, naïeve kitsch, overgoten met een sausje van religieuze onzin en een restantje stuitende ideeën over bloed.

Een koning die in een auto naar de opening van het parlementaire jaar rijdt, gewoon met een motorescorte van de politie – het zou te presidentieel zijn, vooral ook omdat Juliana in de jaren zeventig de koninklijke Rolls-Royce de deur uit heeft gedaan en het Huis sindsdien wordt rondgereden in doodordinaire Volvo’s waar een béétje BN’er zich niet in zou durven vertonen op de PC Hooft. En dan zwijg ik nog over die reisbus van de koongklukke femilie. Een ideetje van Beatrix – ik vermoed omdat ze zo het hele zooitje bij elkaar had en tot op het laatste moment regie-aanwijzingen kon geven op Koninginnedag. “Dénk erom Alex, geen gekke dingen meer doen! Denk aan je waardigheid!”

We hebben er de afgelopen jaren kortom hard aan gewerkt om het koninklijke sprookje van al haar theatrale glans te ontdoen. Zelfs de mythe van het blauwe bloed is met Máxima, dochter van een hoogst onadellijke Argentijnse junta-minister, verdwenen. Wat nog rest, is de Gouden Koets voor de rijtoer op Prinsjesdag. Voorwaar, een rijtuig met een geschiedenis. De meeste Nederlanders kennen het verhaal: in 1898 bij de inhuldiging van Wilhelmina geschonken door de burgers van Amsterdam en gebouwd door de gebroeders Spijker, die spoedig daarna de bekendste vroege autofabriek van het land begonnen.

"Hulde der Koloniën", linkerzijde Gouden Koets (Wikipedia)

“Hulde der Koloniën”, linkerzijde Gouden Koets (Wikipedia)

Het ding is beschilderd met twee voorstellingen van Nederland als maagd op een troon gezeten. Aan de rechterzijde “Hulde van Nederland” met de huldeblijken van blanke dames die symbool staan voor onder andere de krijgsmacht, het recht, de techniek en de landbouw (grote foto hier) en aan de linkerzijde “Hulde der Koloniën” met bewoners van de West en de Oost die op aanzienlijk nederiger wijze hun gaven aanbieden.

Tsja. Zo zag men dat toen en je moet wel gek zijn om zulke historische afbeeldingen over te schilderen – men zou je zomaar kunnen beschuldigen van het witwassen van de geschiedenis. Maar moeten koning en koningin de koets met deze pijnlijke herinneringen aan ons verleden blijven gebruiken voor Prinsjesdag? Een alternatief is er – na morgen wordt de Gouden Koets uitgebreid gerestaureerd en zal het gepeupel het tijdelijk met de voorganger ervan, de Glazen Koets uit 1826, moeten doen.

Tegenstanders van de Gouden Koets gaan een moeilijke strijd tegemoet. De koets is het laatst overgebleven deel van het Oranjesprookje. Voor de rest zijn het Volvorijders die in paleizen wonen waar een beetje consultancy tegenwoordig zijn neus al voor ophaalt. De Oranjes bezitten geen Buckingham en geen Windsor, er is geen ceremoniële wisseling van de wacht en internationale paparazzi zijn maar matigjes geïnteresseerd in het wel en wee van de familie Saai. Er is alleen nog die protserige schuimtaart van de gebroeders Spijker.

Het tweede probleem van de tegenstanders van de koets is dat ze vooral steun krijgen van republikeinen zoals ik. En het is echt vreemd om te beargumenteren dat de koning een ander vervoermiddel moet gebruiken op Prinsjesdag, als je vindt dat het hele instituut sowieso moet worden afgeschaft en de hele santekraam aan koetsen, calèches en galaberlines het museum in moet.

Eén voordeel hebben ze: ze zijn niet afhankelijk van de politiek. Als de koning besluit om de koets na restauratie voorgoed in Het Loo te parkeren, zullen de Nederlandse Oranjeklanten het besluit respecteren en de wijsheid van de majesteit uitgebreid bejubelen, refererend aan zijn rol als bindmiddel der natie.

En voor die ene keer zal ik met hen meejuichen.

Advertisements

4 Comments

  1. Die bus is vooral handig omdat er een toilet in zit, lekker door het land toeren en letterlijk overal op schijten en kotsen en zo je territorium afbakenen…

  2. Vreemd dat je de twee argumenten tegen (tegen monarchie, tegen de afbeelding van koloniale onderdanigheid) zo aan elkaar koppelt.

    “voor die ene keer zal ik met hen meejuichen” – dus je bent het niet eens met tegenstanders van de afbeelding. Voor jou kan een gekozen staatshoofd zonder bezwaar in die koets rondrijden. Jammer. Ik vind de bezwaren tegen die schildering terecht en de koets moet daarom binnen blijven. Met of zonder koningshuis.

    Dit is ook vreemd: “Tegenstanders … gaan een moeilijke strijd tegemoet”. O ja? Ze hebben de eerste de beste slag gewonnen: vier jaar geen gouden koets op straat, geen foute afbeelding. Bravo, zo voor de hand liggend was het. (Je denkt toch niet dat ie écht aan onderhoud toe is? PS ik schat de kosten op 86 miljoen). Het Team Oranje-PR *heeft* dat wijze besluit al genomen, en gewoon teogegeven dat ze er van af willen. In elk geval totdat de bui is overgewaaid. En we weten nu en passant dat de Staat gepland heeft dat het paralelle Zwarte Piet onderwerp over vier jaar is opgelost.

    1. Je hebt me niet begrepen. Lees dit nog een keer: “Als de koning besluit om de koets na restauratie voorgoed in Het Loo te parkeren [dat wil zeggen: niet meer te gebruiken!], zullen de Nederlandse Oranjeklanten het besluit respecteren en de wijsheid van de majesteit uitgebreid bejubelen, refererend aan zijn rol als bindmiddel der natie.

      En voor die ene keer zal ik met hen meejuichen.”

      1. Fair enough. (Deze twee alineas dus als ‘e’en te lezen, ter beperking van de “hen” reikweidte).

Comments are closed.