Aan de verkeerde kant van de grens

Onder de oude Zwölferturm waarop een Oostenrijkse dubbele adelaar over een wapenschild waakt, speelt voor de Volksbank bij het vallen van de avond een Blaskapelle in Trachten weemoedige Alpenmelodieën terwijl vanaf het naburige plein, waar aan lange tafels grote glazen Forst-bier worden gedronken, de rook van aangebrand vlees over de toeschouwers waait. Welkom in het stadje Sterzing. In Italië.

strz

Willkommen in Italien!

Een stukje geschiedenis

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, maakten de huidige autonome provincies Trentino (Italiaanstalig) en Südtirol (Alto Adige, Duitstalig) deel uit van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Italië verklaarde zich in eerste instantie neutraal, ondanks een pact met Oostenrijk-Hongarije, maar had haar zinnen gezet op gebiedsuitbreiding. De Oostenrijkers wilden niet verder gaan dan enkele grenscorrecties maar de Geallieerde machten beloofden grote stukken territorium als de Italianen zich bij hen zouden aansluiten. En zo werden op 24 mei 1915 de eerste Italiaanse schoten tegen Oostenrijk-Hongarije gelost in wat vooral een barre Alpenoorlog zonder enige gebiedswinst zou worden. Maar in 1919 werd bij het Verdrag van Saint-Germain de Italiaanse grens verlegd tot op de Brennerpas en viel het zuiden van het historische graafschap Tirol in Italiaanse handen.

mon

We’re not in Kansas anymore… Oorlogsmonument in Sterzing.

De fascisten poogden vanaf 1922 het gebied de italianiseren, mede door de herhuisvesting van grote groepen Italianen in de grotere steden Bozen (Bolzano) en Meran (Merano), een verbod op de Duitse taal, Italiaanse plaatsnamen en zelfs de italianisering van Duitse achternamen. Na de Duits-Oostenrijkse Anschluss in 1938 beloofde Hitler de grens van Italië te respecteren en moesten de Zuidtirolers kiezen: òf de geboortegrond achterlaten en naar het Derde Rijk vertrekken, òf de eigen cultuur en taal vergeten en in Alto Adige blijven wonen. De meerderheid koos voor vertrek naar Duitsland, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is daar nooit iets van gekomen. Na de val van het fascistisch regime in 1943 werd het hele gebied, nominaal deel van de marionettenstaat Italiaanse Sociale Republiek, onder militair Duits bestuur gesteld als Operationszone Alpenvorland en werd er jacht gemaakt op Joden en op die inwoners die in 1939 niet voor vertrek naar het Derde Rijk hadden gekozen.

Na de oorlog verplicht Italië zich om de rechten van de Duitstalige en Ladinisch sprekende bevolking te respecteren, maar daar wordt tot woede van de bevolking verder weinig mee gedaan. Het komt in 1961 tijdens de Feuernacht zelfs tot bomaanslagen van separatisten. Het is Oostenrijk, de officieuze Schutzmacht (beschermingsmacht) van de rechten van Duitssprekenden in Italië, dat de kwestie van de gelijkberechtiging blijft aankaarten. Uiteindelijk laten de Oostenrijkers pas in 1992, nadat de Italiaanse regering mededeelt dat het gehele pakket eisen (uit 1946!) is uitgevoerd, bij de Verenigde Naties vastleggen dat het zich neerlegt bij de stand van zaken.

Südtirol nu

Hoewel onze Italiaanse reisgids en brochures uit het gebied graag in Europese newspeak uitweiden over de uitwisseling tussen culturen die het gebied zo fascinerend zou maken, is dat in de praktijk pertinente onzin. Goed, je komt borden tegen die naar een Biergarten annex pizzeria verwijzen, maar veel verder gaat het allemaal niet. Südtirolers zijn Oostenrijkers: ze spreken een Duits dialect met van die hevige medeklinkerbotsingen; ze dragen Trachten-klederdracht; bouwen huizen in Tiroler stijl; serveren Knödel, Gröstl en Schlutzkrapfen en hebben hun autonome provincie veel beter georganiseerd dan welke andere Italiaanse provincie dan ook.

Hoe vreedzaam de Duitse meerderheid met de Italiaanse minderheid samenleeft, wordt duidelijk als deze ‘Italiaanse’ toerist Duits blijkt te spreken: het is alsof het weer bij toverslag opklaart. Praatjes worden aangeknoopt, de winkelbediende glimlacht en de terrasbediening vertrouwt me toe dat ze het Italiaans eigenlijk alleen voor hun werk gebruiken. Het is dan ook hoorbaar ‘hoekig’ en zit vol met vreemde uitdrukkingen. Zo horen wij op het terras vaak volontieri als antwoord op een bestelling: het is de directe vertaling van het Duitse gerne maar wordt in Italië nooit in die betekenis gebruikt.

klsn

De Italiaanse naam van Klausen is doorgehaald. Anti-Italiaans activisme is zeer zelden zo duidelijk zichtbaar.

Er woedt dan ook een taalstrijd die zichtbaar wordt voor wie goed kijkt. De Italiaanse naam van de streek, Alto Adige, refereert aan de rivier Etsch (Adige dus) die aan de Oostenrijkse grens bij de Reschenpas ontspringt en via Trento en Verona bij Chioggia in de Adriatische Zee uitmondt. Deze naam wordt door Südtirolers niet graag gebruikt, omdat deze de streek als het ware richting zuiden oriënteert, als een hoger gelegen deel van een in essentie Italiaans landschap. De Duitstalige bevolking gebruikt in het Italiaans liever Sudtirol (zonder umlaut op de u). Het is perfect Italiaans voor Zuid-Tirol en oriënteert de regio richting Noorden, waar zij cultureel bij hoort. Sommige bedrijven communiceren in de regio helemaal niet meer in het Italiaans en richten zich dus volledig op de Tiroler bevolking en op buurland Oostenrijk.

dhsEr is veel verontduitst in de taal: zo heet de straat langs de historische Commanderij van de Teutoonse Orden in Sterzing (Vipiteno) in het Duits de Duitse-Huisstraat en in het Italiaans de Commanderijstraat. De Italiaanse plaatsnamen in het gebied komen van een in 1916 opgestelde lijst die vaak kant noch wal raakt of de Duitse geschiedenis van het gebied negeert. Zo reden we door het buurtschap Laag, gemeente Neumarkt, in het Italiaans aangeduid als Laghetti (“meertjes,” die er echter niet zijn), gemeente Egna, een naam die op de Romeinse geschiedenis van de plaats terugvoert.

395

Siegesdenkmal, Bozen

Natuurlijk borrelt het onder de oppervlakte. Dit is het meest welvarende deel van Italië. Ressentimenten en economische belangen creëren een potentieel ontvlambare mix waar rechtsnationalen in zowel Italië, Südtirol als Oostenrijk met duivels genoegen mee lijken te spelen. In de voornamelijk Italiaanssprekende hoofdstad van de provincie, Bozen, staat op de Siegesplatz (Piazza della Vittoria) het controversiële Siegesdenkmal (Monumento alla Vittoria), een witmarmeren draak uit 1926 vol fascistische symbolen. In 2001 besloot de gemeenteraad het plein om te dopen tot Friedensplatz, maar na een door extreemrechts opgezette handtekeningenactie werd dit besluit nog hetzelfde jaar teruggedraaid en “eert” het plein weer de zuiver politiek-berekenende “overwinning” van 1919.

shb

Poster, Südtiroler Heimatbund

Ook de FPÖ in Oostenrijk bemoeit zich regelmatig met de kwestie, waarbij openlijk wordt gesteld dat het gebied niet in Italië hoort: Einmal mehr wurde damit der Beweis angetreten, dass die Zukunft Südtirols nicht in Staat Italien liegen kann, aldus de woordvoerder Südtirol van de partij in 2010. In de provincie zelf maakt de Südtiroler Heimatbund, een organisatie die voortkomt uit de terroristische beweging uit de jaren vijftig en zestig, en die banden heeft met extreemrechts, reclame met hun standpunt dat de inwoners de Oostenrijkse nationaliteit zouden moeten krijgen – iets waar volgens een door henzelf betaalde peiling meer dan tachtig procent van de Oostenrijkers voor zou zijn.

Nu kun je denken wat je wilt van clubs met voor Nederlanders enge namen als Heimatbund, en überhaupt enge clubs als de FPÖ, maar Südtirol is alleen formeel Italiaans. Na een week in de provincie te hebben rondgekeken, voel je medelijden met deze goed georganiseerde, efficiënte, vriendelijke Oostenrijkers die door een historische fout aan de verkeerde kant van de grens zijn beland. We keken in ons Gasthaus naar het nieuws uit Rome over de pompeuze begrafenis van maffialeider Vittorio Casamonica, een gigantisch schandaal waarbij kerk, stad en politie diep betrokken zijn, en we voelden de enorme afstand van die wereld tot het rustige, groene, schone Freienfeld (Campo di Trens) waar we verbleven.

campodt

Stifles, Freienfeld (Stilves, Campo di Trens)

Advertisements

2 Comments

  1. In de steden (Bozen en Meran) is men veel meer Italiaans georiënteerd dan op het land. Althans, dat is de indruk die ik er van heb.
    Aan de “Dolomiti Superbike” heb ik een fietstrui overgehouden met klinkende sponsornamen als “Technofenster.it”.

  2. Klopt. Zoals ik al schreef, zijn door Mussolini veel Italianen naar Sudtirol gebracht – vooral naar Bozen en Meran.

Comments are closed.