De polderelite

Toen de NRC met die beruchte boekenbijlage kwam, waren Nederlanders als Ebsje er meteen bij om hun verontwaardiging uit te spreken over de kop en de illustraties. Maar de NRC deed er niets mee, want wie is dat mens nou helemaal, toch? Pas toen Karen Attiah van de Washington Post er een stuk aan wijdde, twee weken later, ging de krant schoorvoetend overstag.

Het is een bekend verschijnsel in het Nederlandse medialandschap, waar een heilig ontzag geldt voor kranten uit de echte wereld – De Le Mondes, de Guardians, de Washington Posts – en waar het nieuws is als zo’n krant een keertje zijdelings Amsterdam noemt. Pas als ‘het buitenland’ zich roert, wordt er ingegrepen. Maar waar je tot voor kort pas bij de Nederlandse intelligentsia hoorde als je ‘iets’ met het buitenland had – bij voorkeur met een wereldstad als Parijs of Rome, als het maar in ‘Het Westen’ lag – mag je nu pas meepraten op niveau als je van het hele buitenland geen ene donder begrepen hebt en Antwerpen al ver weg vindt.

Enter De Volkskrant, een krantje wat qua bereik vergelijkbaar is met de Cleveland Plain Dealer, maar dan geschreven in een voor de rest van de wereld volstrekt onleesbaar Laagduits dialect, het Nederlands. In zijn onmetelijke wijsheid heeft hoofdredacteur Remarque besloten dat het hele, stevig onderbouwde verhaal van de Washington Post onzin is omdat rappers elkaar “om de haverklap” n***** noemen. Waarom ze dat doen, en dat deze praktijk ook in de Verenigde Staten, ook in de activistische hoek daar, behoorlijk controversieel is – dat is hem compleet ontgaan.

Zijn vrouw daarentegen noemt Karen Attiah een ‘redactricetje’ voor wier ‘rabiate domheid’ de NRC een ‘knieval’ maakt. Want die domme Karen Attiah heeft helemaal niet begrepen dat het allemaal juist zo goed bedoeld was! Ze moeten zich ook niet met onze kranten bemoeien, die ze niet eens kunnen lezen, trekt Witteman de grenzen van haar eigen bekrompen bestaan haastig op. Ksjt, buitenland! Wég! De vraag is echter of Witteman het artikel van Attiah wel gelezen heeft, want redacteur Michel Krielaars wordt uitgebreid aan het woord gelaten over het waarom van zijn keuze:

It dealt with the persistence of racism and the continuing inequality in the US. The tone of the article is pessimistic, and the illustrations, as well as the headline, were meant to reflect that.

Bovendien maakt Attiah ook duidelijk dat niet alleen Amerikanen “die onze kranten niet eens kunnen lezen,” maar ook Nederlanders zich beledigd voelden door het gratuite gebruik van beledigende stereotypen. Maar die tellen voor Witteman al helemaal niet mee. De bubble van de Nederlandse media is niet alleen hoofdstedelijk, maar ook nog eens roomblank.

Amerikanen moeten niet zeuren en zwarten moeten niet zeuren – want in Nederland zijn we allang post-raciaal. Toch?

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.