Paolo Conte in Perugia

Italiaanse hedendaagse lichte muziek kan me maar weinig boeien. Het meeste ervan komt inmiddels uit talent shows vol kekke jongens en meisjes die perfect in de microfoon kunnen hijgen en zich een voor optimaal succes op maat gesneden imago hebben laten aanmeten. Het zijn de wegwerpartiesten van het snelle succes, helemaal in totdat die bespottelijke kuif of die tatouage in de hals ineens niet meer kan. De rest, survivors zoals Eros Ramazzotti of Gianna Nannini, herhalen zichzelf al dertig jaar continu. Al naar gelang de waan van de dag kloppen ze gewoon een ander mierzoet sausje door dezelfde kant-en-klare hitjesmix.

Lichte muziek is trouwens een treurige term, alsof het de tegenhanger is van zware muziek. Wagner of Orff, en al wat rest is kinderspel. Een nog treuriger term is kleinkunst, waarmee de Nederlander – die immers ook graag spreekt van kunst met een grote K – lijkt te willen uitdrukken dat het allemaal niet erg serieus is. Maar ergens op het raakvlak tussen lichte muziek en kleinkunst beweegt zich een van de grootste artiesten van Italië. Ik woonde vrijdagavond een concert van hem bij.

Tussen zijn in smoking gestoken muzikanten – vrij uitzonderlijk op een jazzfestival – steekt het ietwat sjofele uiterlijk van de 78-jarige Paolo Conte scherp af. Met zijn groene vrijetijdsbroek, zijn grijze polo en een jasje ziet hij eruit als een bejaarde dorpeling op een zomeravond op de piazza. En zo lijkt hij zich ook te gedragen – hij kan achter een piano gaan zitten en naar de toetsen kijken alsof hij ze voor het eerst ziet. De oude man is vanavond echter niet in Perugia voor een aarzelende Vlooienmars, maar om de vijftiende editie van Umbria Jazz te openen.

Paolo Conte

En dat doet hij geheel in stijl met Sotto le stelle del jazz, een simpel walsje met een humoristisch-poëtische tekst. Kenners van de Italiaanse taal en cultuur vinden er dingen in die een ander wellicht ontgaan, waardoor een gelaagdheid ontstaat die alleen maar mooier wordt naarmate je je verder verdiept – en die een geloofwaardige vertaling van zijn werk onmogelijk maakt. Nel tempo fatto di attimi / E settimane enigmistiche bijvoorbeeld. Op het eerste gezicht staat er: ‘in de tijd die bestaat uit momenten en raadselachtige weken’ wat heel goed kan, maar wel ietwat, eh, raadselachtig is. Totdat je weet dat La Settimana Enigmistica een puzzelblad is. Het geeft de genoemde tijd ineens een air van verveling en stroperigheid.

Het werk van Conte zit vol met dit soort taalvondsten, met zelfbedachte woorden en wendingen van een bijna Breliaans niveau, maar met een lichtvoetigheid die de Belgische chansonnier maar zelden had. Zijn teksten behandelen dan ook niet de Grote Passies en de Belangrijke Levensvragen, maar zijn vaak veeleer schetsen uit het dagelijks leven. Een meesterstukje is ongetwijfeld Boogie, waarin de zanger een verlopen danstent beschrijft waar een koppel op de dansvloer uit het hoofd wist waar ze wilden uitkomen, terwijl de caissière met haar wolvenogen continu Alaskaanse snoepjes (een vondst van Conte: waarschijnlijk mentholsnoepjes) zat te kauwen en de saxofoons in de band tot het gaatje gingen als wielerknechten tijdens een vluchtpoging. (Conte houdt van wielrennen.)

De muziek van Conte ademt een sfeer van vaudeville, een sfeer van een verleden dat, mede dankzij zijn gruizig stemgeluid, een zekere verlopenheid meekrijgt die een beetje aan Tom Waits doet denken, maar het is nooit duister en spookachtig. Het is eerder die soort doorleefdheid die bijvoorbeeld ook zoveel charme geeft aan Italiaanse pleinen. Het brokkelt en het barst, maar dat maakt alles alleen maar mooier. En het neemt zichzelf ook niet zo serieus, het is spielerei, de grote man haalt af en toe zijn onafscheidelijke kazoo uit zijn binnenzak voor een solo. En het werkt, het ding is perfect gezelschap voor die rookstem. Maar hij weet heel goed wanneer hij hem in zijn binnenzak moet laten.

Afgelopen vrijdag woonde ik een concert bij van een absolute grootheid, eentje die nog altijd nieuwe muziek produceert. Ik zal eerlijk zijn, het was niet de beste performance die ik ooit heb meegemaakt, maar daar stond hij toch maar, achtenzeventig jaar oud, voor een publiek uit alle lagen van de bevolking en alle leeftijden. Certi applausi ormai son’ dovuti per amore*, om hem zelf nog één keer te citeren, maar tijdens de toegift stroomden de jongeren tussen de stoeltjes door naar het podium om dichtbij hun artiest te zijn, die ietwat sjofele oude man met die jaren-zeventigsnor. En hij kwam nog drie keer het podium op, lachend, de laatste keer met een gebaar van zijn hand langs zijn keel: het was voorbij.

*Sommig applaus is inmiddels eerder een uiting van liefde
Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Paolo Conte in Perugia

  1. santelogie says:

    Rob, Grazie mille voor dit prachtige stuk. Eén ding, voor mij van groot belang laat je onvermeld: ik mag toch hopen dat Conte optrad op het pedium bij de kerk aan het ene uiteinde van de Corso Vannucci in Perugia? Piazza 4 Novembre? Dopor de spijlen van het hek rond de Fontana Maggiore daar glipte onze toen driejarige zoon ooit — en we bleken die plek pas na een lange speurtocht terug te kunnen vinden. Kijk ook eens naar deze: https://www.youtube.com/watch?v=nbktu9MDcUc

Comments are closed.