Buitenlander-plus

We zaten samen op een stoeprand in de schaduw, de Afrikaan en ik. Hij wachtte op de bus; ik wachtte op de man van de garage. Ik ging er automatisch van uit dat hij een buitenlander was; hij ging er (waarschijnlijk) automatisch van uit dat ik een Italiaan ben. Ik ben immers een blanke in een blank land; hij is zeker hier in het zuiden van Italië nog een uitzondering. Zoveel neri (‘zwarten’ – het gebruikelijke woord; negri is het Italiaanse N-woord) zijn hier niet.

Maar ik ben geen Italiaan. En wie weet, bedenk ik me, is hij er wel één. Wie zou het aandurven om Mario Balotelli geen Italiaan te noemen, of onze voormalige minister Cécile Kyenge? Ze zijn allebei stukken Italiaanser dan ik, met hun verzorgde uiterlijk, hun kennis van taal en cultuur, hun succes in dit land waar succes vaak van zo veel méér afhangt dan wat je kunt. Ik stel me voor dat de jongeman naast me een Italiaan is en ik maak in gedachten een foto van ons tweeën. “De buitenlander en de Italiaan” heet hij en u mag raden wie van ons tweeën wat is.

Ik moet denken aan de drie Ghanezen bij de kassa in de supermarkt. Ik kijk gedachtenloos toe hoe één van hen een boodschappentas uit het schap pakt, zo’n stevige tas van de supermarkt die je vaker kunt gebruiken. Ineens kijkt hij me aan en vraagt: “OK?” alsof hij bang is dat hij iets verkeerd doet. Ik begrijp dat hij denkt dat ik afkeurend toekijk, ik begrijp dat hij denkt dat ik een Italiaan ben, en ik begrijp dat hij erg bang is om iets verkeerds te doen. Dat laatste doet me vermoeden dat deze jongens zich overal bekeken voelen. Ik vertel ze dat ik ook een buitenlander ben. Dat is eigenlijk idioot, dat ik er dat meteen uit flap. Maar ze ontspannen zich. We praten wat in het Engels terwijl het kassameisje hun spullen afrekent en vermijdt hen aan te kijken. (Overal bekeken worden, maar nergens aangekeken worden.)

Hetzelfde kassameisje begroet mij vriendelijk – ze kent me als klant, ze weet dat ik ook een buitenlander ben. Maar hoe onverzorgd ik er soms ook bij loop, ik ben nog altijd een blanke buitenlander. Buiten hoor ik iemand roepen. Hey, Dutchman, lacht een van de Ghanezen me toe vanaf de andere kant van de parkeerplaats. Hij steekt een duim op. Ik lach hem vriendelijk en hopelijk bemoedigend toe, van buitenlander-plus tot buitenlander maar ik weet: die plus-status gaat hij niet halen.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.