Als ik bankdirecteur was

Als ik een bankdirecteur was, dan stemde ik op de PVV – de partij voor mensen die geloven dat hun oma niet meer gewassen wordt omdat de asielzoekers te duur zijn. Sterker nog, ik zou de campagnekas van de PVV vol storten – geld zat joh! – want geen andere partij is in staat om het volk massaal de andere kant op te laten kijken. De PVV is de afleidingsmanoeuvre van de neoliberalen.

Vanuit de directiekamer van mijn bank, hoog boven het vlakke land verheven, kan ik bij helder weer het strand zien liggen. En terwijl ik vergader over het verhogen van de bonussen voor onze bestuurders die ook dit jaar weer de bank niet uit de problemen hebben kunnen halen, zie ik een woedende menigte aan het strand staan. In zee drijft een arme drommel die niets meer heeft op deze wereld. En de menigte wil voorkomen dat die man aan land komt.

Een man roept naar de drenkeling dat hij een gelukszoeker is. Een ander raaskalt over de zieligheidsindustrie en een derde weet dat de arme asielzoeker maarliefst zevenentwintigduizend euro per jaar zal kosten. Mijn financiële brein zet zich in werking. 13,75 miljard euro steun aan de banken plus 16,8 miljard kosten nationalisering banken, gedeeld door 27.000: voor dat geld hadden we 622.235 asielzoekers kunnen opnemen. Of 9.882.366 maanden bruto salaris voor een beginnend verpleegkundige kunnen betalen. Maar ik vergader over de verhoging van de bonus die van het geld van die boze mensen op het strand wordt betaald. Als beloning voor onze bestuurders die gefaald hebben.

En ik kan dat gemakkelijk doen, want het volk staat op het strand te schuimbekken om een vluchteling. Totdat hij kopje onder gaat. Dan klinkt er gejuich op uit de horde. Ik maak nog maar eens 27.000 euro over naar Geert.

Advertisements