Daders en slachtoffers

Wat had ik graag gedaan wat Anthony deed. Constant gepest, opgejaagd en opgewacht worden en er niets tegen kunnen beginnen, is een verschrikkelijke, slopende, diep ingrijpende hel. Met een mes in mijn handen hadden jullie misschien wat respect voor me gehad, want hé, een mes is straat, een mes spreekt een taal die ook jullie begrijpen, en al waren jullie met zijn allen, niemand van jullie lafbekjes had het risico willen lopen.

Ik had een meester die voor de klas kwam vertellen dat ze me niet meer mochten pesten. Ik ging door de grond, ik zag de bui al hangen en terecht. Had ik maar een mes gehad. Of beter nog. Nine millimeter Browning. Let’s see what it could do. Maar ik had natuurlijk niks. Ik kon wegrennen maar jullie zaten op voetbal, voor jullie was het een koud kunstje om iemand de rennende poten onder zijn lijf vandaan te schoppen. Op straat, niet op een grasveld. Weet je hoe dat voelt?

Weet je hoe dat nu nog altijd voelt? Ik werd gepest op de kleuterschool. Ik werd gepest op de lagere school. Ik moest maar op judo gaan maar ik was bang dat ik daar ook gepest zou worden dus ik wilde niet. Ik ging naar een heel andere middelbare school dan jullie allemaal en daar werd ik ook gepest. We verhuisden naar een andere stad en daar werd ik ook gepest. Ik veranderde van school en daar werd ik ook gepest. Ik ben blijven zitten maar het hielp niet want ik werd nog steeds gepest. Ik had met gemak het atheneum kunnen doen maar het werd ternauwernood HAVO, en ik werd nog altijd gepest.

Ik ging studeren aan de andere kant van het land en ook daar, “volwassenen” onder elkaar, en niemand die me kende uit mijn schooltijd, werd ik gepest. Ik was nu zo ver dat ik zeker wist dat het allemaal aan mij lag, dat ik niet normaal was, en dat het altijd zo zou blijven. Ik was zo ver dat ik dacht dat mensen die vriendelijk tegen me waren, dat uit medelijden deden. Dat ze me op hun verjaardagen uitnodigden zodat die idioot ook eens een uitje had. Ik denk dat nog wel eens.

En ik moest het leger in en ik werd gepest. Een sergeant-majoor vond me tijdens een nachtdienst in de hal op de eerste verdieping van ons kantoorgebouw, starend naar de tegelvloer vijf meter onder mij. Ik stond daar en ik dacht dat ik er een eind aan kon maken als ik maar met mijn hoofd eerst zou neerkomen. Hij heeft met me gepraat, misschien heeft hij me wel gered, en ik mocht naar de legerpsycholoog in Zwolle. En dat ik daarheen ging – daarmee werd ik gepest.

Inmiddels heb ik een paar dingen geleerd. Wie mij een beetje kent, weet dat ik voor niemand bang ben. Ik zoek de confrontatie zelfs regelmatig op. Maar ook dat heeft alles te maken met het voorafgaande. Ik herken de pestkoppen van weleer. Al waren het niet mijn pestkoppen, ik kan de klootzakken op afstand ruiken. En ze moeten kapot, allemaal. Ik wil ze in dat kantoorgebouw zien staan, ik wil dat ze weten wat ze andere mensen aan hebben gedaan. En ik wil ze zien springen. Head first de steenrode tegeltjes tegemoet.

Het is maar goed dat ik geen mes heb.

Advertisements

8 Comments

  1. Deels herkenbaar. En nu mijn dochter ook. Ik laat heel bewust mijn mes thuis als ik naar het schoolplein ga.

  2. Grappig, dat mensen zoals jij en ik (op de lagere school ook elke dag gepest) uiteindelijk degenen worden die de pestkoppen uitdagen. Die “kappen nou” zeggen ondanks het geweld dat dit oproept. Jammer dat jij niet op judo bent gegaan. Dat heeft mij toen gered. Op de middelbare school, waar niemand mij nog kende, gaf ik de eerste de beste lastpak een zwieper die hem nog lang zou heugen. En omdat ik in de jaren daarvoor heel veel alleen op mijn veilige kamertje had zitten lezen, was ik taalvaardig genoeg geworden om nieuwe pestpogingen met woorden de kop in te drukken.
    Sterker, ik werd van de weeromstuit zelf een pestkop. In een wereld waar het niet om fysiek maar om verbaal geweld ging, had ík eindelijk eens de macht. Pas rond mijn twintigste werd ik weer milder, en realiseerde ik me dat ik anderen niet hoefde te kleineren om mezelf groot te voelen.
    Ik schaam me voor die periode. Nog steeds heb ik een bloedhekel aan pestkoppen en mensen die zich een bepaalde autoriteit toe-eigenen omdat ze nu eenmaal die macht hebben. En nog steeds blijk ik bij dit soort mensen snel in parate toestand te schieten. Want al heb ik de verbale wapenen 35 jaar geleden neergelegd, ze zijn nog wel beschikbaar. Hopelijk gebruik ik ze alleen tegen de hufters die die aanpak ook echt verdienen.

  3. Na jarenlang gepest te zijn geweest op de lagere school, zonder dat iemand daar echt wat aan deed, besloot ik de hoofdpestster een genadeloze buiktrap te geven. Ik was toen 12. Daarna was het afgelopen. Gelukkig later nooit meer last gehad van pesten, maar het is inderdaad een nachtmerrie. Wat ook raar is, dat er altijd een ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’ rond pesten hangt. Dat is gewoon niet waar. En dan moet het slachtoffer ook nog altijd ‘in gesprek’ met de dader. Ook al zo’n totale onzin. Ik wind me nu al weer zo op dat ik vermoed dat ik hier zelf binnenkort een postje over schrijf.

  4. Ik heb er vroeger ook veel last van gehad, tot halverwege mijn middelbare schooltijd. Pas toen merkte ik dat als ik het niet zo serieus nam, de gemene grapjes als grappen nam, en de gemene dingen ook maar meteen, was het voor de pestkoppen ineens niet meer interessant om mij uit mn tent te lokken. Ik was niet meer zo gevoelig voor hun ‘grapjes en gekloot. Want hoe gemeen sommige dingen ook klinken, ze zijn behoorlijk vaak (van uit ‘de pester’) gewoon grapjes.

  5. Werd ik gepest? Ik heb het me vaak afgevraagd. Ja, mij riepen ze toe dat ik, vuile Itak, maar terug moest gaan naar mijn land. Mijn antwoord was: ik was de hele lagere school de beste van de klas. Dat hielp, vreemd genoeg. Daarna nooit meer iets vernomen.

Comments are closed.