Grand Café Willaerts

Al eerder schreef ik over de deplorabele staat van de Nederlandse restaurantkeuken; juist teruggekeerd kan ik weinig anders dan nogmaals gewag doen van onze eetervaringen in het land van de Aardappeleters.

Geloof me, ik ben een grotere Hollandse vuilnisbak dan u. Er gaat van alles in, liefst gefrituurd en met dikke, alle andere smaken overheersende sauzen. Ik zal de laatste zijn om de eetsnob uit te hangen. Dat ben ik niet. Doe mij maar een friet saté en doe er nou niks geks bij want al dat konijnenvoer er omheen laat ik toch liggen.

En dus bestelde ik bij het prachtig aan de rivier gelegen en populaire Grand Café Willaerts in Papendrecht een tomatensoepje vooraf, gevolgd door een kipsaté. Waar S. zich waagde aan aspergesoep, gevolgd door asperges met beenham – aangeprezen als specialiteit – liet ik me niet gek maken en bestelde de door mij in Italië zo node gemiste saté (laat ik het geen sateh noemen want daarmee heeft het natuurlijk allemaal geen fluit te maken). Geserveerd met friet natuurlijk – ik zou niet anders willen, al heb ik in het verleden wat gevloekt op de eeuwige frietjes die je in Nederland overal bij krijgt.

De soep van ons allebei was vooral zout. Heel erg zout, en toen ik er iets van zei, werd me koffie met een likeurtje beloofd na de maaltijd. Ik klaag niet graag en al helemaal niet als dat tot gratis koffie leidt, want dan voel ik me een slinkse Hollander die iets gratis probeert te krijgen, maar het is een aardig gebaar. Maar breng me die koffie dan ook – ik heb ‘m nooit gezien.

De saté werd leuk geserveerd in een koekenpannetje en beloofde veel goeds. Een mooie, bruine saus die niet te dik en niet te dun was en die iets pittiger had gemogen – maar dat is persoonlijk – bedekte rijkelijk het varkensvlees. Alleen had ik kip besteld. En al die saus slaagde er niet in te verbergen dat het vlees een eigenaardige bijsmaak had. Het was gewoon slecht vlees, en misschien zelfs bedorven. En waar S. haar asperges met beenham grotendeels liet staan – en dat doet ze nooit – liet ik het o zo leuke pannetje met saté al snel voor wat het was.

Bij Willaerts in Papendrecht zijn ze erin geslaagd een sateetje te vergallen. Even goed mocht ik voor twee soepjes, twee hoofdgerechten en twee pilsjes vijfenvijftig euro’s afrekenen – dat werden er vijf minder nadat ik ze had verteld dat ze de houdbaarheidsdatum van hun saté nodig moesten controleren. Voor diezelfde vijf euro had ik in de meest twijfelachtige snackbar van heel Zuid-Holland vast nog wel een goede saté kunnen krijgen, in zo’n plastic wegwerpbakkie.

Willaerts is zo’n typisch Nederlandse eetgelegenheid waar het helemaal niet om het eten gaat. Een grote zaak op een mooie plek met een trendy interieur en een ruim terras – aan alles is aandacht besteed, behalve aan wat er uit de keuken komt. We kenden het verschijnsel al, maar in Papendrecht hebben we het absolute dieptepunt ontdekt. De eigenaar van Willaerts bestiert ook het grote, mooi ingerichte, ruim opgezette Italiaanse restaurant Il Mercato in dezelfde gemeente – u begrijpt dat wij daar al helemaal met een grote boog omheen lopen.

Advertisements

One Comment

  1. En je bent lang niet de enige, hoewel: we zijn een kleine minderheid. Nederlandse eters vinden dat het niet lekker hoeft te zijn, als het maar veel is. Echter letterlijk zo. Ik heb eens geschreven over een ‘Grieks’ restaurant hier vlak over de grens in Duitsland (over de grens eerste huis links). Grieks eten is, vooral in Griekenland, van zichzelf al gruwelijk maar als het wordt gemaakt door een Turkse kok denk je al snel aan een terroristische aanslag. Dat is in dat restaurant het geval. Het was werkelijk verschrikkelijk, een berg voedsel waarvan niets echt eetbaar was, dat was wat je er kreeg. Op de parkeerplaats alleen Nederlandse auto’s — Duitsers komen of te voet of helemaal niet. Ik kreeg hier in het dorp een storm van kritiek over mijn stukje op mijn arme hoofd. Allemaal op dezelfde toon: het was er lekker, want veel en goedkoop!

Comments are closed.