Goede reis

Een PVV’er las mijn blog. Het was een oud blog over Pim Fortuijn en hoewel we zo’n typisch onmogelijk twittertwistgesprek hadden, was ik toch blij. Eindelijk werd mijn blog een keer gelezen door een PVV’er. Want laten we wel wezen, u hoef ik nergens meer van te overtuigen. Het hoogst haalbare voor mij is dat ik mijn medestanders argumenten aanreik om de tegenstander mee te bestoken. Met preken voor de eigen parochie bereik je nu eenmaal niet veel.

Maar de PVV’er begreep heel mijn blog niet. Het argument ging volledig langs hem heen. De humor zag hij als een slinkse poging om de in zijn ogen schandalige inhoud achter lolligheid te verbergen. Want hij was ervan overtuigd dat ik blij was dat Pim Fortuijn was vermoord. Waarschijnlijk dacht hij dat al voordat hij begon met lezen. Geef maar toe, zei hij, je bent blij dat hij doodgeschoten is, en ik vond zo snel niet het juiste antwoord. Dus was ik een Volkert-fan. En zulke verwijten zijn funest voor de voortgang van redelijke gesprekken, dat begrijpt u.

Dus ik doe het verkeerd. Mijn doel is niet om te eindigen als archeologische vondst uit de internet wayback machine, als bewijs dat er in de roerige periode voor het begin van de Europese Hegemonie wel degelijk verzet bestond tegen de verrechtsing van de toenmalige Europese politiek. Mijn doel is om werkelijk iets te bereiken, om mensen te overtuigen. Maar als ze je vervolgens niet begrijpen en waarschijnlijk ook niet willen begrijpen, dan zit ik hier voor de kat zijn viool te tikken.

Met andere woorden, beste lezer, ik weet het even niet meer. Ik kan van alles aantonen, ik kan het met humor proberen, ik kan schelden als een bootwerker, ik kan de vaderlandse pers een veeg uit de pan geven, maar het heeft geen zin. De aanhang van de PVV is niet te bereiken en niet voor rede vatbaar en hanteert, als ze niet meteen beginnen te schelden en te dreigen, vaak een onnavolgbare onlogica die elk gesprek onmogelijk maakt.

De trein rijdt in volle vaart richting de afgrond. De passagiers sporen de machinist aan om door te rijden. De pers becommentarieert neerbuigend de enkeling die vergeefs aan de noodrem staat te trekken. De politicus ziet hoe populair de machinist is en stelt voor om nog harder te rijden. De televisiemaker bereidt in de stiltecoupé een programma voor waarin over alles gepraat zal worden. Alles behalve de machinist. En ik?

Ik spring uit de trein. En ik wens u nog een goede reis.

Advertisements

4 Comments

  1. Omdat 1 PVV’er je blog niet begrijpt – combinatie van onwil en domheid zoals altijd – zeg je “dus doe ik het verkeerd” en “ik weet het even niet meer”? Meen je dat nou? Kijk, dat Peter Breedveld het op dit moment niet meer weet, dat begrijp ik. Die wordt op de smerigst denkbare manier aangepakt. Maar jij? De trein-allegorie klopt op 1 punt niet: niet alleen die enkeling wil aan de noodrem trekken. Je bent echt de enige niet. Natuurlijk beslis jij zelf of je uit die trein springt maar je medepassagiers die ook in de gaten hebben waar de reis heen dreigt te gaan hebben wel recht op iets meer toelichting. Hier heb je al die tijd toch niet voor geschreven?

    1. Met nadruk stel ik (alweer) dat het mij worst is hoe ik “aangepakt” word. Wie denkt dat dit een vlucht is, heeft niet niet begrepen. Dit stuk gaat daar niet over, dat is een heel ander issue.
      Ik weet dat ik de enige niet ben, maar ook die ene PVV’er is de enige niet. Zelfs de afgrond waar de trein naartoe dendert, heb ik al omschreven toen ik uitlegde hoe de jongste generatie Nederlanders is opgegroeid. Het heeft geen zin gehad en ik weet niet meer wat nog wel zin heeft.

    2. Het gaat om wel meer dan ‘1 PVV’er’ die een blog niet begrijpt. Of die denkt dat neonazi’s die een PVV-bijeenkomst kapen een hetze van de linkse kerk is. Etcetera.

      1. Natuurlijk is er veel meer aan de hand. Daar heeft Rob het dan ook vaak over. Ik schreef dit omdat hij die ene reactie expliciet noemde als trigger. En ik dacht even dat hij (figuurlijk) uit de trein zou springen. Maar ik zie hem nog steeds zitten, alweer heftig bezig met conducteur en medepassagiers. Dat stelt me gerust. En dat hij niet meer weet wat nog wel zin heeft, begrijp ik volkomen. “Schop de mensen tot ze een geweten krijgen!” was aanvankelijk de laatste zin van Louis Paul Boons ‘Mijn kleine oorlog’. Later kwam daar nog een zin achteraan; Rob weet wel welke.

Comments are closed.