Een paar uurtjes heldhaftige inzet

De McDonnell Douglas F-4 Phantom II, een straaljager die voor het eerst vloog in 1958, is nog altijd in dienst bij de Turkse en de Griekse luchtmacht. Toegegeven – dit zijn geen van beide landen met een moderne en slagvaardige defensie. Maar de Phantoms, die hun sporen verdienden in de oorlog in Vietnam die eindigde toen onze minister van Defensie net kon lopen, vlogen tot een kleine drie maanden geleden ook nog voor de Duitse Luftwaffe. En Japan, ook niet direct een knoflookland, vliegt nog altijd met de bij luchtmachtfanaten populaire veteraan.

Je kunt discussiëren of Nederland niet beter een ander toestel kan kopen ter vervanging van de F-16, maar de vraag is eerder òf onze Fighting Falcons (eerste vlucht: 1974) wel vervangen moeten worden. Het toestel is in actieve dienst bij tientallen luchtmachten, waaronder de US Air Force zelf en Israël, en het is zelfs nog in productie. Terwijl Defensie stelt dat de F-16 te duur wordt in onderhoud, staan luchtmachten van armere landen zoals Kroatië en Colombia te trappelen om het model te kopen, onder meer uit Israëlisch overschot. Hoe zit dat dan? Voor ons te duur, voor hen een koopje?

Nederlandse F-16 (Wikipedia)

Nederlandse F-16 (Wikipedia)

En waar vliegt de vijand eigenlijk mee? Sinds de val van de Muur is dat een lastig te beantwoorden vraag, maar bijvoorbeeld in Afghanistan vliegt de vijand helemaal niet. De Taliban kunnen hooguit een beetje in de lucht springen, als dat niet veels te lollig zou zijn voor hun treurige versie van Allah. Elk toestel dat snel genoeg is om neerhalen met een vanaf de schouder lanceerbare raket (zoals de Amerikaanse Stinger en de Russische Igla) erg lastig te maken, is goed genoeg. Afghanistan is exemplarisch voor het soort operaties waar de Nederlandse krijgsmacht wordt ingezet – ook de dagen dat Nederlandse piloten luchtgevechten aangingen boven Kosovo, liggen al weer ver achter ons. Nederlandse F-16 piloten vliegen van airshow naar airshow en begeleiden af en toe ook eens een ‘onbekend’ toestel het Nederlandse luchtruim uit – vaak zo’n antieke Tupolev Tu-95 waar je eventueel nog mijn moeder van 77 op af kan sturen. Mits ze een upgrade voor haar looprek krijgt.

Maar stel dat we in een grootscheepse oorlog betrokken raken. Dan heb je als Nederland hoe dan ook niets meer in te brengen dan een handjevol gevechtsvliegtuigen – of dat nu F-16s zijn of JSFs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren de VS gemiddeld 170 vliegtuigen per dag. Komt het tot zo’n grootschalige slachting, dan is de Koninklijke Luchtmacht goed voor een paar uurtjes heldhaftige inzet, en dan is het op, dan zijn de hangars leeg en moeten we hopen dat iemand anders bereid is die modderige postzegel van ons te verdedigen.

Nederlandse belangen kunnen uitstekend worden verdedigd met de F-16. We zijn geen groot land en we kunnen dientengevolge geen grote luchtmacht onderhouden, of politieagentje van de wereld spelen. Onze bondgenoten kunnen van ons niet verlangen dat we telkens weer de laatste nieuwe vliegtuigen aanschaffen, voornamelijk om – laten we er geen doekjes om winden – hen te helpen hun oorlogen uit te vechten. Wellicht wordt het tijd om eens op het aantal bondgenoten te bezuinigen. Ik kan er wel eentje bedenken die ons meer kost dan oplevert.

Advertisements

4 Comments

  1. Je kan beter schrijven iets waar je verstand van hebt. Los van de prestaties van het toestel (moderne Migs zijn superieur aan de F16’s), gaat het bij de aanschaf vooral om politiek. Aangezien we onder de rechtervleugel van de US willen opereren, moeten we US vliegtuigen blijven vliegen. Onze hele militaire (vlieg) infrastructuur is daarop ingesteld. Het is ook bijna onzinnig om te denken dat we een andere keuze hadden.
    Zelf had ik liever gezien dat we voor de drones of onbemande vliegtuigen zouden gaan. Dat lijkt me de echte toekomst.
    De vergelijking met WW2 gaat natuurlijk ook niet op. Andere tijden, kijk liever naar de Golfoorlog waarin de technologie en de opleiding van de USA allesbepalend was.

    1. Tsja, dat is uitgaan van de gedachte dat vliegen “als rechtervleugel van de US” a) wensbaar is en b) niet met andere vliegtuigen kan. Wat a) betreft ben ik duidelijk; b) kijk eens naar Groot-Brittannië. Waar vliegen die mee?

      1. Met infrastructuur bedoel ik al het grondpersoneel, het wapensysteem en de tools, die door het vliegen met F16’s op de Amerikanen ingesteld. En a) we moeten onder iemands vleugel vliegen, daar zijn we te klein voor, en US is daar een goede partner in. De politiek heeft al van het begin af aan deze gedachte gehad en met oogkleppen op zich in laten vastbinden op de JSF.
        GB heeft een eigen krijgsmacht met veel Eurofighters, die duurder zijn dan of ongeveer gelijk kosten aan de JSF. Hun Harriers zijn trouwens ook aan vervanging toe, en zij zaten ook niet zo vast aan een infrastructuur met de Amerikanen.
        Het is na al die jaren en verhogingen wel erg zuur dat we er nog maar 55 kunnen aanschaffen.

Comments are closed.