De onvermijdelijke Berlusconi

Op de Merilin van Helsinki naar Tallinn zat een meisje achter mij in weifelend Duits geduldig het hele verhaal over Silvio Berlusconi uit te leggen aan haar Duitse reisgenoten. Ik besefte toen pas hoezeer ik het Italiaanse politieke circus beu ben – ik ben op het achterdek van de catamaran in de Baltische stormwind gaan staan om te voorkomen dat ik haar zou vragen of ze alsjeblieft wil ophouden over die man. Deze boot is onderweg naar Tallinn, cazzo, en niet naar Arcore.

Ik weet niet meer welk Nederlands kasteel het was, maar een van die typische museumvrouwen die er werkte – grijs, bril met koordje, wijde beige en bruine kleding, foulard – begon meteen over Berlusconi toen ze hoorden dat wij uit Italië kwamen. Mijn vriendin ging door de grond en ik hoorde beleefd het hele verhaal aan wat ik al zo vaak heb gehoord: corruptie, maffia, meisjes, “je snapt niet dat ze nog op hem stemmen”.

Ik reageer op Berlusconi zoals u reageert op de kat die de bus koffie omver stoot, pontificaal over de keukenvloer. Oh nee, niet wéér! Het verschil is dat u de koffie ergens anders kunt wegzetten om herhaling te voorkomen. Wij niet. Je opent de website van de krant en je weet al: Berlusconi heeft de voorpagina gehaald. Je zet de televisie aan en je weet al: het zal wel over Berlusconi gaan, tenzij je het platte vermaak opzoekt – en dat vind je vooral op Berlusconi’s eigen zenders. Je gaat op reis en je weet al: mensen gaan over bunga-bunga beginnen.

Maar niet onder Italianen. Mensen praten hier niet over politiek, niet met vreemden. Italianen klagen veel en graag over Italië, maar meestal krijg je geen idee van wat ze werkelijk denken, aan welke kant ze echt staan. Verder dan algemeenheden over de politiek kom je niet. Misschien omdat het een enorm polariserend onderwerp is; misschien ook omdat het in Italië belangrijker is wie je kent dan wat je kunt – en dan moet je geen potentieel nuttige contacten tegen je in het harnas jagen.

Dus als u mij vraagt hoe de mensen reageren op een of ander nieuwtje over Berlusconi: dat doen ze niet. Als u mij vertelt over bunga-bunga: ik ken het verhaal al, dank u. Als u uw hart wilt luchten over die maffiabaas: ik woon hier. Ik probeer te voorkomen dat de machtigste man in het land aangifte tegen mij doet. Geen commentaar. En als u wilt weten waarom ‘ze’ nog steeds op hem stemmen, dan kunt u het antwoord daarop ook zelf bedenken: óf ze zijn dom, óf ze varen wel bij zijn beleid. Wat dat betreft verschillen ze in niks van andere mensen.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.