Zucchero doet Cuba

Wat mij betreft bestaan er drie van die albums. Het zullen er vast meer wezen, maar ik ken er drie. Het begon allemaal met Paul Simon’s Graceland uit 1987. Negen jaar later, in 1996, volgde Ry Cooder met Buena Vista Social Club. En vorig jaar kwam, als mozzarella na de maaltijd, Zucchero met zijn Sesión Cubana die behoorlijk stukgedraaid wordt op de Italiaanse televisie.

Het interessantste van de drie albums is ongetwijfeld Graceland, waarin Paul Simon gepoogd heeft om Zuid-Afrikaanse muziek te combineren met zijn eigen Newyorkse geluid. Soms heel letterlijk, zoals bijvoorbeeld in I Know What I Know. De beschrijving van een upper class Newyorks avontuurtje – Don’t I know you from the cinematographers party? – op de melodie van een traditioneel Afrikaans lied is wellicht een van de minder geslaagde nummers van het album, maar Simon past het idee ook toe in Diamonds On The Soles Of Her Shoes en daar is toch weinig op af te dingen. Een redelijk complex maar harmonieus geheel dat niet drijft op één enkel element maar een fusie is van Simon zelf, het koor Ladysmith Black Mambazo en de muzikanten – van wie vooral Bakithi Kumalo, die die waanzinnige fretloze bas bespeelt, niet onvermeld mag blijven. Het album bevat ook nummers uit de Amerikaanse muzikale traditie, waarvan vooral de zydeco van That Was Your Mother wonderwel lijkt te passen in de Afrikaanse context. Paul Simon toonde durf en zo hoort het ook.

Hoe anders is de aanpak van Ry Cooder. Het is alsof hij in Cuba een authentiek juweel heeft gevonden. Zonde, moet hij gedacht hebben, om daarin in te grijpen. De luisteraar wordt getrakteerd op de kunsten van voorheen onbekende grootheden als Compay Segundo en een groep muzikanten waarvan vooral het gemak waarmee ze lijken te spelen, opvalt. De Camino A La Vereda is zo’n typisch nummer vol met verwijzingen naar andere Latijns-Amerikaanse nummers waarvan voor Nederlanders de Mexicaanse mariachi Cielito Lindo (“Ay ay ay ay, canta y no llores”) misschien nog wel het meest bekend is. Ry Cooder zelf blijft bij dit alles op de achtergrond – Buena Vista Social Club biedt verschillende smaken authentiek Cubaanse muziek en zelfs een knieval naar het regime blijft niet achterwege, getuige dit lied ter ere van Che Guevara. Buena Vista Social Club is prachtig, maar voelt een beetje als een museum.

Tsja, en dan Zucchero. Misschien komt het omdat hij de koning van de cover, Joe Cocker, als groot voorbeeld ziet maar hij slaagt er niet in om boven zichzelf uit te stijgen. Met de honderdduizendste versie van Guantanamera krijg je mij niet van mijn stoel. Het is best lekker, het swingt ook, maar het is vooral heel erg Zucchero en een iets te gladde, commerciële versie van wat Cubaanse muziek kan zijn. Hij voegt niets toe (behalve de vertaling en je vraagt je af waarom dat nu moest); integendeel. Het originele Nena is al wat beter te genieten, maar voelt als een Cuban American showband uit Miami in plaats van laten we zeggen een band in een bar in Havana. Op Sesión Cubana vind je verder Zucchero-klassiekers waar voor de vorm wat percussie aan is toegevoegd, zoals Un Kilo uit 2007. Zelfs Everybody’s Got To Learn Sometime heeft een makeover gekregen. Een tragische vergissing wat mij betreft, het origineel al, maar met er doorheen geforceerde Cubaanse elementjes al helemaal niet meer om te genieten.

Paul Simon leerde ons Ladysmith Black Mambazo kennen. Ry Cooder bracht ons Ibrahim Ferrer en Compay Segundo. Zucchero biedt ons niets anders dan Zucchero “met de beste Cubaanse muzikanten” die echter naamloos zijn gebleven. Dat is tekenend.

Liefhebbers van wereldmuziek kunnen het album rustig links laten liggen. Liefhebbers van Zucchero hebben de meeste tracks al ergens in een iets ander jasje op de plank liggen, dus die kunnen eigenlijk ook overslaan. Je vraagt je af waarom Sesión Cubana überhaupt bestaat. Misschien is het waar wat Zucchero zelf in een televisie-interview zei: “Ik kan inmiddels gewoon doen waar ik zin in heb.” Rest mij te hopen dat het voor hem in ieder geval een plezier was.

Advertisements