La ilaha

Voor deze jongen uit een gematigd katholiek gezin begon de bevrijding van de religie in de geschiedenisles, die vanaf de oudheid tot lang na het ontstaan van Nederland feitelijk om religies draait. Op een zeker moment leer je alles over de goden van de Egyptenaren, en dan die van de Grieken en de Romeinen; daarna komt het christendom op en uiteindelijk worden dan de barbaarse horden in het gure noorden van Europa gekerstend. Barbaren die voordien ook een ander geloof aanhingen.

In die opsomming van religies die verdwenen zijn, zitten twee boodschappen. De ene is ongetwijfeld de boodschap die opgepakt dient te worden door jongeren in onze “judeo-christelijke” cultuur: het christendom is superieur aan wat eraan vooraf ging. Mijn godsdienstleraar in de brugklas, de onvolprezen mijnheer Van Oort, hield niet op te herhalen dat volkeren van een lagere cultuur een hogere cultuur altijd overnemen. Ik pakte echter de tweede, iets meer verborgen boodschap op: religies zijn van tijdelijke aard.

Ik stelde me zo voor dat mensen van de ene dag op de andere niet meer naar de tempel van Afrodite of Hercules kwamen omdat ze ineens in de christelijke god waren gaan geloven. En ik keek vooruit en zag het moment waarop de mensen niet meer naar de christelijke kerk zouden komen. Ik vroeg me af wat ervoor in de plaats zou komen en dat is natuurlijk het punt waarop elk idee van eeuwigheid, tot in de eeuwen der eeuwen heet dat in de katholieke mis, vervalt.

Religies komen en gaan, dat is een van de weinige constanten in de wereldgeschiedenis, en het lijkt me dan ook evident dat het aanhangen van een religie zinloos is. Vroeger of later wordt het, net als een wasmiddel, vervangen door iets dat op nog lagere temperatuur nog witter wast. En ik weet niet hoe het met u is, maar mij bekruipt dan het gevoel dat ze me al die jaren rommel hebben verkocht. Want het kon toch al niet beter?

En zonder religie stelt god ineens niets meer voor. Er is niemand meer die me uit kan leggen wat zo’n god van mij zou willen, er is geen autoriteit meer om namens god te straffen en te belonen, en ik hoef geen keuze meer te maken tussen al die verschillende figuren die elkaar met grote stelligheid tegenspreken uit naam van dezelfde god. Zonder religie bestaat god feitelijk al niet meer, want hij heeft niets concreets meer, geen boek om naar mijn harses te gooien, geen pad om me langs te leiden en geen hemelpoort om open te zetten.

En het voelt dan ook als fietsen zonder steunwieltjes. Bevrijdend, als een coming of age. Nog steeds.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.