Obama’s schone vuile oorlog

Dat een leger probeert met zo min mogelijk eigen slachtoffers een vijand te verslaan, is misschien wel niet erg chic en al helemaal niet heldhaftig, maar wel logisch. De Romeinen leerden hun soldaten al dat een steekwond van vijf centimeter diep effectiever is dan een zwaardslag, en dat de steekbeweging de aanvaller bovendien veel minder kwetsbaar maakt voor de wapens van de vijand dan het hakken met een opgeheven arm.

Tijdens de Vietnamoorlog  is vooral de VS buitengewoon gevoelig geworden voor de aantallen gedode militairen van het eigen leger. Dit feitelijk hoogst immorele onderscheid tussen the lives of American soldiers en de levens van mindere volkeren vertaalt zich in dramatische acties zoals de Hill of Crosses in Californië, waar 5,000 kruisen staan voor Amerikaanse soldaten die in Irak zijn omgekomen. Over het aantal gedode Irakezen is veel onduidelijkheid, maar het betreft een veelvoud van het aantal Amerikanen. Niet dat veel mensen er om malen.

Recente schattingen van de Amerikaanse National D-Day Foundation resulteren in 2499 gedode Amerikaanse soldaten op één dag – 6 juni 1944, toen de Geallieerden in Normandië landden. We mogen er rustig van uitgaan dat dergelijke massale acties niet meer mogelijk zijn – het thuisfront zou het niet accepteren.

En dus worden oorlogen tegenwoordig anders gevoerd. Bombarderen bleek hoogst effectief, omdat je met een handvol mannen (tegenwoordig alleen een piloot) in de relatieve veiligheid van het luchtruim in luttele seconden duizenden slachtoffers kunt maken. Nadeel is wel dat die mannen hoog opgeleide specialisten zijn en daarom niet zo eenvoudig te vervangen als een eenvoudige infanterist.

Enter the drone. In Vietnam werden er al onbemande verkenningsvliegtuigen ingezet. De Amerikanen voeren zo’n 3500 onbemande vluchten uit tijdens de oorlog; 554 toestellen van het type Ryan 147 gingen verloren. Het verleidde de commandant van de Strategic Air Command tot de uitspraak dat onbemande vliegtuigen ‘levens redden’. Pilotenlevens, welteverstaan.

En nu is er dus het onbemande aanvalsvliegtuig. Voor een Democratische president als Obama lijkt dit het ideale wapen. Geen body bags, geen velden vol houten kruisen, geen pijnlijke censuur van de ceremonies voor gevallen soldaten. Met andere woorden: hoegenaamd geen media-aandacht. Het machtigste leger ter wereld stuurt nog geen hond naar de gevaarlijke stamgebieden in Waziristan en bestrijdt de fundamentalisten aldaar op afstand en in relatieve stilte.

Maar wat bereik je ermee? Berlijn, Hamburg, Dresden, Tokyo en natuurlijk Hiroshima en Nagasaki werden zwaar gebombardeerd, maar vielen pas in handen van de vijand op het moment dat grondtroepen binnentrokken. Noord-Vietnam werd aan een overdonderende hoeveelheid bombardementen onderworpen, maar het land viel nooit en zag kans om bij wijze van spreken onder de Amerikaanse bommen door in 1972 het Zuiden binnen te vallen. Hoe? Met grondtroepen, boots on the ground, mogelijk gemaakt omdat de Amerikaanse laarzen in de modder zich onder druk van de publieke opinie terugtrokken.

Het Pakistaanse leger komt zelf niet meer in Waziristan. Te gevaarlijk. Het Amerikaanse leger komt ook niet in Waziristan – ze hebben immers drones. De enige boots on the ground in Waziristan zijn dus de Taliban en aanverwante fundamentalistische groepen. Af en toe wordt er een fundamentalistische leider getroffen, maar de collateral damage is hoog – veel te hoog voor een strategie die hoogstwaarschijnlijk nooit tot een overwinning kan leiden.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.