Uit eten

Wij aten vanmiddag een klassieke pranzo di domenica – een zondagse lunch – bij Simao in het nationaal park La Sila, lekker op 1200 meter hoogte in de relatieve koelte van een graad of 30 in plaats van in ons verstikkende dal waar het kwik boven de 40 uitkwam. En we leerden weer eens waarom uit eten in Nederland zoveel minder plezierig is dan hier.

Allereerst zijn er de klanten. Het zal u verbazen, maar Italianen zijn dus geen zeikers, geen pietepeuters, geen mensen die zeuren over een zaadje, een velletje of een dingetje. Ze sturen de obers niet van hot naar her om niks, mekkeren nergens over en willen niet om de week een ander modieus drankje bij hun eten. Hun kinderen zitten stil aan tafel of worden met ferme hand weer aan tafel gezet, en ze zeuren niet om patatjes. Ze krijgen gewoon hetzelfde uitstekende eten.

En dat is nogal wat. Na een bord lokale vlees- en kaasspecialiteiten en een bord met kleine amuses, alles volgens de lokale traditie dus zonder kwarteleieren of kaviaaronzin, volgen twee soorten huisgemaakte pasta met een waanzinnig goede saus – de ene met tomaten en de andere met plaatselijke funghi porcini. Dan komt het vlees: een stuk lamsvlees, een lap rundvlees en een lap varkensvlees, met zorg bereid en bescheiden op smaak gebracht met kruiden en niet met sausjes. Wie dat allemaal weg kan krijgen, wordt beloond met een flink stuk meloen, een homp chocoladetaart die ook al zo’n huisgemaakte smaak heeft en nog wat pruimen uit de eigen tuin. Koffietje staand aan de bar, vijftig euro voor twee personen aftikken, klaar. Dat is inclusief de wijn die in de bergen nu eenmaal nooit geweldig is maar toch heel drinkbaar, en water zo veel je wilt.

De bediening is niet van het type dat je met een plat “Halloooow!” begroet en ook niet van het type dat zich boven de klant verheven voelt. Ze zijn gedienstig, snel, vriendelijk, uiterst beleefd en goed georganiseerd. De ambience is simpel maar smaakvol en iedereen komt er dan ook. Plaatselijke families waarvan opa rustig zijn krantje zit te lezen of veel te netjes geklede stedelingen uit het dal met dochters op hoge hakken waar je in de bergen helemaal niet op kunt lopen maar ja, stel je voor dat je vriendinnen je zien in gemakkelijke schoenen – je zou na de vakantie niet meer naar school durven.

Nederland heeft een uitstekende keukentraditie maar er is niemand die erom maalt. Mijn vriendin eet in Nederland nergens zo lekker als bij mijn oude moeder thuis die de kunst van aardappelen, vlees, jus en groenten nog beheerst, zich niet verliest in de nieuwste voorverpakte modemeuk van de Appie Happie en haar gasten geen gourmetset voor de neus zou durven zetten. Italiaanse vrienden van ons verbaasden zich er al over dat er nergens in Nederland een Nederlands restaurant is waar je Nederlands eten kunt bestellen.

De Nederlandse keuken is een boerenkeuken maar dacht u dat de Italiaanse keuken dat niet was? Heeft u in Florence wel eens een ribollita besteld? Een van dé gerechten van dé kunststad van Italië waar dag en nacht nuffige cultuurtiepjes doorheen banjeren, is niets anders dan een prakkie. Er zit nog nét geen kuiltje voor de jus in. Dan kun je met je handen gaan wapperen en diepzinnig gaan zitten zuchten over subtiliteiten hier en finesses daar, maar het blijft een prakkie. Toch raad ik het u aan want het is uitstekend.

Maar in Nederland ben ik veroordeeld tot patat, een handje salade van de groothandel, snippers vlees met een sausje van de groothandel, twintig centiliter veredeld kraanwater erbij voor twee euro vijftig, en dan een klein karafje wijnachtige ersatz uit Bulgarije erbij, of natuurlijk ons nationale campingbiertje Heineken wat voor de gelegenheid in een glas met een voetje zit. En zie dan nog maar eens met twee personen op vijftig euro uit te komen. Dat lukt al niet meer als je het iets hogerop zoekt dan de shoarmaboer.

Over dertig jaar gaat iemand een boek schrijven over de verloren keukentraditie van Nederland. Hij of zij gaat het betreuren dat mijn moeder dan waarschijnlijk niet meer leeft en gaat oude boeken zoals de Baedeker voor de Huisvrouw (uitgave uit de jaren vijftig van de Margriet) raadplegen om te weten hoe dat nou was, die oudhollandse keuken waar ik nog gewoon mee ben opgegroeid. Men zal bewenen dat het allemaal niet meer bestaat. Drie mensen kopen het boek. Eentje probeert eens een recept uit. Maar de rest van Nederland volgt gewoon de laatste modegril. “Echt Italiaanse” kant-en-klare ribollita van de Albert Heijn.

Advertisements

4 Comments

  1. Rob, je begrijpt natuurlijk wel dat ik heb zitten smullen bij dit stukje. Hier in Zuid-Limburg geldt een halfgare en tegelijk halfverbrande vette worst met petroleumsmaak als culinair hoogtepunt. Ik was maar wat jaloers aangaande je zondagse lunch. Was dat overigens in de buurt van het stuwmeer van La Sila?

  2. Jaja, aan tafel zie je wat voor een vlees je in de kuip hebt. En dat €pa meer heeft te bieden dan azijnpissende Hollanders.

Comments are closed.