Vijf mei 2012

Het is Bevrijdingsdag maar ik voel het niet vandaag. Misschien is het de afstand tot Nederland die zich inmiddels doet voelen – op ‘onze’ bevrijdingsdag, 25 april, de dag dat Mussolini aan een Milanees tankstation bungelde, liep ik door een regenachtig Amsterdam – en misschien is het het gedoe van gisteren in Vorden, maar ik ben niet erg optimistisch gestemd.

Het was mooi om in Nederland tien minuten politiek nieuws te zien op het Journaal, zonder dat de PVV zelfs maar werd genoemd. Mooi en wrang ook, omdat dat natuurlijk in herinnering bracht hoe de hele Nederlandse pers ooit op het fenomeen Wilders dook en er jarenlang elke druppel content uit perste, als was hij de kip die de gouden eieren legde.

Het is mooi om te zien hoe de BBC afrekent met Wilders op een manier die je doet verlangen naar Nederlandse journalisten met scherpte, diepte en hardheid. En vooral zonder aanzien des persoons, zonder angst dus om toekomstige scoops mis te lopen omdat een politicus je boycot. (Een beetje damn-the-torpedoes-journalistiek zou in ons land niet misstaan.)

Maar het gif is daarmee nog niet uit de grond. We hingen Mussolini aan zijn voeten op, maar zijn ideologie leeft nog altijd. We zien Wilders ten onder gaan, maar zijn anderhalf miljoen kiezers verdwijnen niet, net zomin als zijn succesformule verdwijnt.

Waarmee we weer terug zijn bij Vorden, gisteren, toen een club waarover verbazend weinig bekend is, (dit artikel uit het Nieuw Israelitisch Weekblad van 2002 is het meest informatief) een rechter zo ver kreeg om zonder enige basis in de wet een Dodenherdenking te beperken. Advocaat Loonstein beheerst de kunst om de Nederlandse media aan de leiband te laten lopen – zonder website, zonder ledenlijst, met niets anders dan slim gekozen onderwerpen als de vlag van Gretta en de dode Duitsers van Vorden. Hoe anders dan bijvoorbeeld Een Ander Joods Geluid, waarover we veel meer weten maar veel minder horen.

Als de pers niet wat zelfkritischer wordt, niet wil kijken naar haar rol in de politieke ontwikkelingen van de afgelopen tien, vijftien jaar, is het niet meer de vraag òf xenofobe clubjes opnieuw de politiek in gijzeling nemen – met gebruikmaking van het door Fortuyn en Wilders gezaaide waanidee dat de islam een gevaar is, islamieten ons bedreigen en immigratie alleen maar een probleem is – maar wannéér.

Maar misschien overdrijf ik ook wel met mijn commentaar op de pers. Na de ondergang van het communisme, in 1990, schreef Gerrit Komrij in het eerste hoofdstuk van Met het bloed dat drukinkt heet:

Onze vrienden [zullen] de roep doen aanzwellen on alle Turken en Marokkanen, thans zonder uitzondering fundamentalisten geheten, voorgoed de grens over te jagen, met twee dungesmeerde boterhammen voor onderweg.

Ik weet niet meer wat ik dacht toen ik dat voor het eerst las. Ik heb de tweede druk, dus ik zal het wel in die tijd zelf gelezen hebben. Maar ik ben er in ieder geval niet van wakker geschrokken. Ik schrok pas toen ik het herlas, in het vliegtuig op weg naar Nederland, nog geen twee weken geleden. Ik schrok dat die haarscherpe voorspelling, hoewel op details onjuist, al tweeëntwintig jaar in mijn boekenkast stond.

En misschien is dat wel het probleem. We herkennen waarschuwingen pas als we allang uit de bocht gevlogen zijn.

Advertisements

2 Comments

  1. Een ander veeg teken dat veel te weinig aandacht krijgt, zeker in Nederland: de Griekse fascisten van Gouden Dageraad (Chrisi Avgi) hebben in april een journalist van de krant Kathimerini met de dood bedreigd. Dit kan het begin zijn van een serieuze ondermijning van de persvrijheid in Griekenland en dus in Europa.

    Zie:

    Doodsbedreiging Xenia Kounalaki: waar blijft de EU? Mail het Europees parlement!
    http://bit.ly/K4xwt7

    Ik ben het oneens met je kritiek op de uitspraak van de rechter dat de dodenherdenking op 5 mei – zeker door bekleders van publieke ambten – beperkt moet blijven tot de slachtoffers van de nationaalsocialistische agressie.

    Het is onjuist om op een gegeven moment geen onderscheid meer te maken tussen _de facto_ daders en slachtoffers; en van daders slachtoffers te maken in dezelfde zin of op hetzelfde plan als de primaire slachtoffers.

    Dat ook veel gestorven, op zich niet kwaadwillende Duitse soldaten de dupe zijn geworden van het totalitaire bewind in hun land – niet allemaal: er waren bepaald de nodige overtuigde nazi’s onder gewone soldaten! – is waar; maar een Europese herdenking van WOII op een andere datum, naast (niet in plaats van) de nationale herdenkingen, is verreweg de meest verkieslijke oplossing om ook daar aandacht aan te schenken.

    Dat de club die de kwestie Vorden aan de rechter heeft voorgelegd, suspect is, doet aan de kwaliteit van het oordeel van de rechter niets af (je bezigt een soort ad hominem in deze).

Comments are closed.