Het moet niet allemaal kunst zijn

Op zes april overleed de in Nederland grotendeels onbekende Amerikaanse schilder Thomas Kinkade; voor Associated Press reden om de vraag te stellen wat nu eigenlijk kunst is.

Het artikel geeft een aardige schets van de moeilijke verhouding van veel mensen tot kunst. Kristy Moorcroft bijvoorbeeld vindt het beter als kunst ‘veel mensen aanspreekt’. Uit de mening van de liefhebbers van Kinkade proef je dat ze zich miskend voelen: het zijn ‘de critici’ die bepalen wat kunst is, een elite natuurlijk, en de gewone man heeft het nakijken.

Het probleem is dat deze mensen zélf kunst zien als een eretitel, als iets om naar op te kijken, als kroon op iemand’s werk. Ze zijn dus zelf verantwoordelijk voor dat ongemakkelijke gevoel met iets hogers te maken te hebben, iets waar ze zelf niet bij kunnen, iets ongrijpbaars. En ze willen heel graag dat wat zij mooi vinden, ook tot de kunst gerekend wordt.

Maar kunst is niet een label wat critici ergens op plakken, al verbeelden ze zich dat misschien wel. Je kunt de werken van Kinkade (hier een Google met zijn werk) niet tot kunst bombarderen omdat heel veel mensen dat willen. Er is namelijk één ding wat grote kunst door de eeuwen heen onderscheidt van al het andere werk dat gemaakt is. En dat is nadrukkelijk niet populariteit.

Kunst is vernieuwend. Kunst biedt een nieuwe manier van kijken. De Nachtwacht van Rembrandt is niet zomaar een schuttersstuk; het is een totale omwenteling. Rembrandt laat zijn schutters niet aan een tafel zitten, allemaal mooi herkenbaar en statisch, zoald Ferdinand Bol elf jaar na de Nachtwacht nog deed. Rembrandt maakt er een zooitje van – u kent het verhaal, men vond ‘t maar niks. Maar juist daarom is Rembrandt wereldberoemd en is Bol bekender als straatnaam dan als schilder. Rembrandt brak met de traditie.

En daarom ook ben ik geen kunstenaar als ik mijn lieve vriendin portretteer in de stijl van Rembrandt. Het is razend moeilijk en het is heel knap als je het goed kunt, maar het is nauwelijks vernieuwend. Zoiets noem ik ambacht. Best als je het aan je muur wilt hangen, maar noem het geen kunst. Waarom moet het kunst heten? Wordt het er mooier van?

Als Kinkade kunst is, dan produceert Hallmark elke dag miljoenen kunstwerken en zijn die typische kerstreclames van Coca-Cola kunstwerken. Kinkade biedt niets nieuws – het zijn plaatjes met het perspectief, de compositie en de onderwerpkeuze van een hobbyfotograaf, gedompeld in een zoetige waas. Kinkade voegt helemaal niets toe aan onze manier van kijken. Ik kan zulke schilderijen niet maken, laat ik dat voorop stellen, maar ook dat is geen maatstaf, net zoals m’n zusje van vier kan dat ook dat niet is. Kunst kan ook een gesigneerde pisbak zijn – in al zijn banaliteit misschien wel het grootste kunstwerk van de twintigste eeuw. Dat zou het spreekwoordelijke zusje van vier inderdaad ook kunnen maken. Maar het ding is kunst omdat het nog steeds de hele kunstkritiek te kakken zet. Da’s best knap voor een vijfennegentig jaar oud urinoir en bovendien precies iets wat de zo miskende liefhebbers van schilders als Kinkade zou moeten aanspreken.

Wat mij betreft bouwen ze een museum voor een hele collectie Kinkades. Ik ga niet kijken, maar als veel mensen plezier beleven aan zijn werk, dan heeft hij meer bereikt in zijn leven dan de meesten van ons. Dat is het bestaansrecht van Kinkade en dat wil ik hem helemaal niet ontzeggen.

Maar hou nou eens op met het tot kunst bombarderen van alles wat je mooi vindt. Geniet er gewoon van.

Advertisements

5 Comments

  1. En gelijk heb je.

    Hoewel als het criterium vernieuwing is, dan is de eerste persoon die een woord anders gebruikt dan het tot dan toe werd gebruikt dus ook kunst aan het bedrijven.

    Misschien moeten we wel af van dat woordje kunst als beloning voor een productie die in de openbaarheid komt en iets unieks doet. Misschien moeten we gewoon weer terug naar: vind je het mooi en geniet je er van, ja of nee. Zou ook een boel geld besparen op de kunstsector. Hoeven al die kunstenaars niet zo wanhopig op zoek naar hun unieke manier van de wereld zien of anders ben je een mislukte kunstenaar. Kunnen ze gewoon ambachtsman worden en vanuit hun eigen unieke visie de wereld 2 of 3 dimensionaal reproduceren.

    1. Kunstsubsidie is een complex en interessant verschijnsel, ik kom daar nog op terug. Ik ben niet voor het subsidieren van alle kunst (dat levert vooral rotzooi op) maar er moet ook tegenwicht zijn tegen de veel massaler aanwezige en agressiever in de markt geplaatste massatroep. Je wilt ook niet dat de 21ste eeuw qua Nederland de geschiedenis in gaat als de eeuw van Guillermo & Tropical Danny.

  2. De befaamde Amerikaanse sociaal criticus en politiek radicaal Dwight Macdonald introduceerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw het begrip ‘Midculture,’ een hybride vorm van cultuur tussen massacultuur en hoogcultuur in, die net als kitsch het resultaat is van ‘the Industrial Revolution. The Industrial Revolution made universal literacy possible, and this produced a mass audience looking for entertainment and diversion. The new technology of mechanical reproduction permitted an ersatz culture to be manufactured cheaply for, and distributed to, that audience. The succes of this manufactured culture killed off folk art, which had been a genuine popular culture.’ Wat hij beschreef was de opkomst van een ‘debased commercial culture and its profit-seeking manufacturers,’ de ‘Lords of Kitsch.’ Macdonald maakte duidelijk dat ‘Folk Art was the people’s own institution, their private little garden,’ maar dat ‘Mass Culture breaks down the wall, integrating the masses into a debased form of High Culture and thus becoming an instrument of political domination.’ Wat Macdonald beangstigde was dat deze vercommercialiseerde vorm van cultuur niets anders was dan ‘a marketing phenomenon. It was culture manufactured for the aspiring sophisticate,’ die tot gevolg had dat ‘everyone seemed to be fooled — not only the readers but the writers, the editors, the publishers, and the reviewers. They had all become convinced of their own virtuous high-mindedness.’ Het probleem is dat in een massamaatschappij ‘Midcult has it both ways: it pretends to respect the standards of High Culture while in fact it waters them down and vulgarizes them… Midcult is a more dangerous opponent of High Culture because it incorporates so much of the avant-garde.’ Dit ‘modern idiom in the service of the banal… is spreading everywhere.’ Als voorbeeld geeft MacDonald in de jaren vijftig datgene wat vandaag de dag toegepaste kunst heet: ‘Bauhaus modernism has seeped down, in a vulgarized form, into the design of our vacuum cleaners, pop-up toasters, supermarkets and cafetarias.’

    In de in 2011 verschenen selectie van het werk van Dwight Macdonald, getiteld Masscult and Midcult. Essays against the American Grain schrijft deze dwarsligger het volgende:

    ‘The geat cultures of the past have all been elite affairs, centering in small; upper-class communisties which had certain standards in common and which both encouraged creativity by (informed) enthousiasm and disciplined it by (informed) criticism. The old avant-garde of 1870-1930, from Rimbaud to Picasso, demonstrated this with special clarity because it was based not on wealth or birth but on common tastes. “Common” didn’t mean uniform — there were the liveliest, most painful clashes — but rather a shared respect for certain standards and an agreement that living art often runs counter to generally accepted ideas. The attitude of the old avant-garde, in short, was a peculiar mixture of conservatism and revolutionism that had nothing in common with the tepid agreeableness of Masscult… It made a desperate effort to fence off some area within which the serious artist could still function, to erect again the barriers between the cognoscenti and the ignoscenti that has been breached by the rise of Masscult.’

  3. Wat er bedoeld wordt met kunst, is denk ik de revolutionaire kunst, de kunst met een grote K. Kunst die dingen losmaakt, verwart of shockeert. Er komen misschien 2 of 3 kunstenaars per generatie langs die dat in hun mars hebben.
    Tellen al die andere gedreven mensen die “mooie” dingen maken dan niet mee? Wie maakt het nou allemaal zo elitair?
    De critici, de historici, de kenners, de verzamelaars, de commercie? Fuck them.
    Een kind van vier kán ook kunst maken.
    Kunst is emotie. Never mind the critics.
    Commercieel daarentegen (Kinkade), kan nooit kunst zijn, da’s een contradictio in terminis (dat is wat mijn vader de beeldhouwer er bij mij in ieder geval ingestampt heeft).
    Dan heb je natuurlijk het ambacht, weten wat je doet met je materialen. Gewoon een vak verstaan. Daar zou ik zeker niet op willen neerkijken.
    Maar als iets met artistieke gedrevenheid gecreerd is, zonder dollartekens in het achterhoofd, daarover zou ik willen zeggen; hou es op met moeilijk doen, en noem het allemaal lekker kunst.

Comments are closed.