Het beestje bij de naam noemen

Paolo Sizzi is een jonge blogger uit Lombardije die op zijn blog en in zijn filmpjes onder andere beschrijft wie zich Lombardiër mag noemen: je familie moet toch zeker wel vier generaties in Lombardije woonachtig zijn. Gestoken in een donkerbruin hemd vol fantasie-insignes zweert de leider van de Nationalistische Beweging Lombardije (drie leden, waarvan eentje de hond van het gezin Sizzi, schat ik) dat dat allemaal niets met racisme te maken heeft.

Gelukkig kregen we bij de beelden, gisteren in het programma Le Invasioni Barbariche, commentaar van de journalist Michele Serra die zich kalmpjes afvroeg waarom niemand tegen zo’n jongen zegt dat hij onzin uitkraamt, dat hij gevaarlijke dingen roept en dat heel die bloed-en-bodemideologie racistisch is. Die arme jongen, het gaat niet goed met hem, zei Serra. Hij heeft hulp nodig.

Wat een verademing was dat! Wat een opluchting om iemand te horen die een obsessieve idioot gewoon een obsessieve idioot noemt! Wat een verschil met VARA-mannetjes Pauw en Witteman die in Nederland voor de top van de televisiejournalistiek moeten doorgaan en die helemaal nooit kritisch zijn ten opzichte van obsessieve nationalistische idioten die in Nederland, ik zou bijna zeggen mede dankzij deze twee kritiekloze, laffe showmannetjes, de Tweede Kamer bevolken!

Neem nou Dion Graus. Wie neemt die man serieus? Pauw en Witteman. Hij mag zijn eigen filmpjes meenemen en je ziet hem angstig kijken als het ineens over de bioindustrie gaat, dankzij zijn eigen filmpje nota bene, maar de beide keiharde topjournalisten gaan er vrijwel niet op in. Inmiddels (dit filmpje dateert uit 2010) weten we dat de caviapolitie inderdaad niets doet aan de industriële mishandeling van wat ik maar even consumptiedieren zal noemen. Maar niet dankzij onze dappere luizen in de pels die deze volledig van de pot gerukte, gewelddadige egotripper alle ruimte geven, zonder enig weerwoord van betekenis.

Toegegeven, Dion Graus draagt geen fantasieuniformen en heeft nooit plannen gepresenteerd voor een Groot-Limburgs Rijk. Wel zet hij zich in voor dieren, en voor een partij die vindt dat we geen vluchtelingen moeten opnemen en dat we als het nodig is, miljoenen moslims moeten deporteren. Yusuf en Fatima mogen verzuipen of verhongeren in de Middellandse Zee, liefst dankzij de NAVO, maar er moet wel alle aandacht zijn voor het lijden van Snuitje en Minoes. Dat is de intense smerigheid van een onderkruipsel als Graus, de man met zijn tranentrekkende dierenfilmpjes die ook op de bankjes roffelde toen “we” besloten Irakese christenen terug te sturen, vlak na een bloedige aanslag op een kerk in Baghdad.

En niemand van enige importantie in medialand die het durft te zeggen. Liever nog vallen de VARA-coryfeeën over hun eigen website heen vanwege een cartoon dan dat ze een obsessieve idioot een obsessieve idioot noemen.

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Het beestje bij de naam noemen

  1. Mag ik een nieuwe naam introduceren?

    Chris Kijne van de VPRO

    Tegenover de Zeeuwse literair periodiek Ballustrada zei de dichter Hans Verhagen, die in 2009 de P.C. Hooft-prijs ontving, dat ‘ één van de aardige dingen’ in de jaren zestig het feit was ‘dat er een eerste poging werd gedaan tot verzet tegen de ziekte van de normalisering.’ Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg is de houding die van elk individu een doorsnee mens wil maken. ‘In een klein dichtbevolkt land is de neiging tot overzichtelijk indelen… sterk aanwezig,’ zei Verhagen en hij vervolgde met de opmerking dat ‘als je protesteert’ je dan onherroepelijk ‘de kans’ loopt ‘een querulant te worden genoemd of een zijkertje, die graag wil opvallen. Dan pas je niet meer in de groep, iets waar we vroeger trots op waren, maar dat nu gezien wordt als iets dat je welzijn kan schaden.’

    In zijn roman De Conformist beschreef in 1951 de Italiaanse auteur Alberto Moravia zijn hoofdpersoon als een man die ‘tot elke prijs’ streefde ‘naar normaliteit; een wil tot aanpassing aan een algemeen aanvaarde norm, een verlangen om gelijk te zijn aan alle anderen, omdat anders-zijn hetzelfde was als schuldig zijn.’ Dat brandende verlangen veroorzaakte ‘een zucht tot behagen die aan slaafsheid of aan koketterie grensde,’ en resulteerde in collaboratie met het fascisme, een doctrine waarin de conformist niet gelooft, maar die hem wel een normale baan geeft, een functie en daarmee een valse identiteit.

    Het is niet vreemd dat het poldermodel altijd eindigt in collaboratie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden uit het tolerante Nederland procentueel twee maal zoveel joden gedeporteerd als uit Belgie en drie maal meer dan uit Frankrijk. De aanpassing aan de norm die natuurlijk bepaald wordt door de macht, (welke norm van welke macht dan ook), is kenmerkend voor de Nederlander. Het poldermodel vereist een flexibele moraliteit. De grote historicus Johan Huizinga wees er in een essay over De Nederlandse volksaard op dat de Hollander met zijn tot op zekere hoogte ‘burgerlijke gemoedelijkheid, een lichte graad van knoeierij of bevoorrechting van vriendjes zonder protest verdraagt.’

    Dit is de verklaring waarom de volgende opmerking van een journalist Chris Kijne geen enkele ophef onder zijn publiek heeft veroorzaakt:

    ‘had u tot voor kort gedacht dat een minister van Financien er mee weg zou komen wanneer hij tegen de Kamer zei: “Nee, natuurlijk heb ik u vorige week, toen ik op het punt stond de grootste ingreep in de economie te doen die een minister van financien ooit heeft gedaan, niet de waarheid verteld. En als ik volgende week een nog grotere ingreep ga doen, vertel ik het u weer niet.” Is toch gebeurd. Gaat over democratie. En het vreemdste is: we vinden allemaal nog dat Bos gelijk heeft ook. Voor ons journalisten was het natuurlijk niet nieuw dat Wouter Bos ons niet altijd de waarheid vertelde. Wel is het nieuw dat ik op dit moment even niet meer weet of ik wel even hard als vroeger mijn best moet doen om hem die waarheid te laten vertellen. Of er inderdaad niet even een hoger belang is dan “de waarheid, niets dan de waarheid.”‘

    De meeste Nederlanders hebben hier begrip voor, of het interesseert ze domweg niet dat ze door hun journalisten bedrogen worden, omdat er ‘even een hoger belang is dan “de waarheid, niets dan de waarheid.”‘ Vandaar ook dat ze het doodnormaal vinden en zelfs prijzenswaardig dat Chris Kijne het veilige conformistische midden opzoekt, omdat ‘het heil’ niet te vinden is aan de uiteinden van ‘het spectrum.’

    De verlossing ligt altijd in het veilige midden, niet links, niet rechts, zo heeft de ervaring hem en haar geleerd. Als het werkelijk fout mocht gaan dan kan men altijd nog de andere kant opkijken en tegelijkertijd samenwerken met de powers to be. De Nederlanders hebben zo altijd weten te overleven ten koste van alles. En zodra ze betrapt worden doen ze hetzelfde wat ze tijdens de Tweede Oorlog deden, net doen alsof de neus bloedt. Het was Huizinga die schreef dat ‘hypocrisie en farizeïsme hier individu en gemeenschap belagen!’ Het is een mentaliteit die leidt ‘tot politieke onverschilligheid en afzijdigheid.’ En net als de hoofdpersoon uit De Conformist zal hij als alles weer voorbij is ‘kalm, apathisch, haast verdoofd en genegen de vreugde van anderen gade slaan, weliswaar zonder eraan deel te nemen maar ook zonder ze aan te voelen als een bedreiging of een belediging.’ Frictieloos zal hij perfect passen in de nieuw ontstane orde. En let wel, Chris Kijne is geen slecht mens, zeker niet, hij is zelfs een buitengewoon aimabele man. Hij is een modern mens die probeer te overleven, net als miljarden anderen.

  2. Pingback: Columnrondje zondag | Krapuul.nl

  3. Laurent says:

    Uitstekende weergave van de mis/toe/-stand der huidige politiek en journalistiek in Nederland.

Comments are closed.