Günter en ons telefoonbotje

(Ik had dit blog ook De dappere SS’er en de laffe Jood kunnen noemen. Maar ik was te laf.)

Je kunt zeggen wat je wilt over het recht van Günter Grass om morele oordelen te vellen, maar hij weet beter dan de meesten van ons waar hij het over heeft, juist omdat hij bij de Waffen-SS zat. Een van de meest aangrijpende en leerzame boeken die ik ooit over de oorlog las, is Onder de vleugels van de Partij – het verhaal van een Rotterdamse NSB-jongen die via de Jeugdstorm en een gevechtssport/opvoedingskamp van de Hitlerjugend uiteindelijk als SS’er in Arnhem tegen onze bevrijders vocht.

Er kleeft iets heel ongemakkelijks aan een boek waarin de menselijke en redelijke hoofdpersoon uit de doeken doet hoe hij bij de meest gehate organisatie uit de recente geschiedenis terecht is gekomen. Liever lezen we over SS’ers als kwaadaardige, harteloze Hollywoodmonsters. Het verhaal van een alledaagse Waffen-SS’er schokt ons zwartwitte beeld van wat goed en wat kwaad is en het doet ons beseffen dat ook wijzelf in de gegeven omstandigheden wellicht aan de verkeerde kant terecht hadden kunnen komen.

Grass’ gedicht trapt tegen hetzelfde telefoonbotje als het hierboven genoemde boek. Liever zien we Iran als Rijk van het Kwaad en Israël als de enige democratie in het Midden-Oosten of het Heilige Land. Het is ons veilige, zwartwitte wereldbeeld wat Grass op losse schroeven zet.

Grass is schrijver en geen kleintje bovendien. De vraag die hij oproept, is een heel wezenlijke: wat nu als Israël als eerste land in de naoorlogse geschiedenis kernwapens inzet, wellicht vanuit Duitse onderzeeboten? Hij vraagt het nadrukkelijk als Duitser, noemt nadrukkelijk de hele last van de geschiedenis die op het Duitse volk drukt, en hij heeft natuurlijk voorzien dat zijn door hemzelf een paar jaar geleden opgebiechte lidmaatschap van de Waffen-SS zou worden opgegraven. Grass’ gedicht is geen reden om hem de Nobelprijs af te nemen: het is de reden waarom hij deze gekregen heeft. Hij legt de vinger al schrijvend op de zere plek, damn the torpedoes.

Want zoals wij liever geen Waffen-SS’ers zien die te menselijk zijn, zo zien wij liever ook niet de wereld door een Iraanse bril. De wereld vanuit Teheran is hoogst oncomfortabel: atoommacht Amerika staat aan zo’n beetje alle landsgrenzen en bewapent zo’n beetje alle buren; zijn Israëlische bondgenoot is ook een atoommacht en heeft nooit enig probleem gehad met agressief militair ingrijpen in soevereine buurlanden, of met een langdurig volgehouden militaire bezetting van andermans grondgebied. Iran daarentegen, consequent afgeschilderd als het verschrikkelijkste, gevaarlijkste land in de regio, viel nog nooit een buurland binnen – zelfs de lange en slopende oorlog met buurland Irak, toen nog een bondgenoot van de VS, begon door Irakese agressie.

Dan kun je wel roepen dat Grass vergeet hoe slecht Iran is, maar waarom moet hij daaraan refereren? Het koor van negativiteit over het regime van de ayatollahs behoeft nauwelijks versterking en bovendien is het niet aan de schrijver om objectieve gedichten te schrijven. Moet de muziekcriticus die schrijft dat The Yellow Submarine een klotenummer van de Beatles is, ook een slechte plaat van de Stones noemen, voor het evenwicht? Hoe dat zo?

Grass’ gedicht laat de achterkant van ons grote gelijk zien. Dat is wat een schrijver die de titel waard wil zijn, moet doen. Daarom kreeg hij de Nobelprijs. Leon de Winter gaat die nooit krijgen, met zijn veilige volksmeninkjes en gemakkelijke godwinnetjes over de smerigste nazipropaganda. De een spreekt zich uit ondanks zijn verleden; de ander spreekt zich uit over de rug van het verleden van zijn familie. De een verrast en durft; de ander is voorspelbaar en laf.

En ja, dat is nu een Umwertung aller Werten waar u niet op zat te wachten.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.

4 Responses to Günter en ons telefoonbotje

  1. Pyt van der Galiën says:

    Voortreffelijk artikel, Rob. Complimenten. Ik ben het met elk woord hier eens.

  2. Scherp en briljant, zoals we gewend zijn. Dank voor het goede artikel.

  3. bami (Michiel van der Meulen) says:

    Helder en mooi droog geschreven. Zoals met elk gedicht begrijp ik het gedicht van Grass niet helemaal, maar met je blog erbij zie ik dat hij onmogelijk antisemiet genoemd kan worden.

  4. Leo Schmit says:

    Deze Umwertung is nou precies waar ik wel op zat te wachten, waarvoor dan ook mijn dank. In Noorwegen heeft Joestein Haarder (auteur van Sophie,exacte titel even kwijt) in 2006 de moed gehad om de oorlogsmisdaden van Israel in Lebanon aan de kaak te stellen. Dat is hem duur komen te staan. Voor Grass maakt het op hoge leeftijd niet meer uit, maar het doet hem wellicht toch zeer dat de huichelachtige leiding van de SDP hem in de ban heeft gedaan.

Comments are closed.