Lijden, schuld en dood

Op de avond van Goede Vrijdag ging de Via Crucis door ons stadje: een processie van priesters, padvinders en zeker tweeduizend gelovigen die langs dertien uitbeeldingen van Jezus’ laatste dagen voerde: de kruiswegstatiën. Zingend en biddend schuifelde de massa in twee uur tijd langs de drie belangrijkste kerken van Rende, luisterend naar het overbekende verhaal waaruit bij elk van de dertien uitbeeldingen een stuk werd voorgelezen.

Ik bevond mij gisteravond in het hart van de Westerse cultuur. Meer nog dan Kerstmis is de lijdensweg van Jezus de kern van het christendom en van de cultuur van christelijke landen. En meer nog dan zijn martelaarschap, dat in meerdere culturen terugkomt, is de gedachte dat wij zelf schuldig zijn aan dat lijden een kernwaarde in het westerse denken.

Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld, mompelen katholieken elke zondag tijdens de Mis. Wij zijn zo verschrikkelijk zondig en slecht dat God Zijn eniggeboren Zoon heeft geofferd om ons te redden. Een wanhoopsdaad. Een groot verschil met al die andere martelaren – moslims, nazi’s, communisten, boeddhisten, nationalisten, verzetshelden, you name it – die door de schuld van een vijand stierven. ‘t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten, dichtte Revius in 1630. Want dit is al geschied, helaas! om mijne zonden.

En wat houden we van hen die lijden. Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het koninkrijk der hemelen. (Mat 5:3-16)  Het lijden als voorwaarde voor de verlossing. Je moet lijden. En we hebben ze laten lijden uit naam van die god van de liefde, de Afrikanen en de Indianen en de moslims die – zo werd gisteren gebeden – een vreemde god aanbidden die geen god van liefde is. Met duizenden tegelijk over de kling gejaagd opdat zij ook verlost konden worden.

Ik zag de calabresi om mij heen, vroom, soms knielend op straat, en hun aanbidding van het lijden. Italianen uit het zuiden zijn precies de soort geslagen honden die de kerk zo graag heeft. Ze organiseren zich niet, ze verzetten zich niet, ze laten zich door staat en maffia en vakbonden en bedrijfsleven (deze vier vaak niet van elkaar te onderscheiden) misbruiken en uitkleden, ze laten zich door hun landgenoten in het noorden voor rotte vis uitmaken. Ze lopen met duizenden tegelijk achter dat kruis aan. Al eeuwen, zonder dat het hen iets goeds heeft gebracht. Ze lijden – en zo moet het. Ze lijden tot de maffia, de milieuvervuiling, de armoede, een nepdokter met een gekochte titel, een vervuilde operatiezaal hen uit hun lijden verlost.

En dan komt er iemand van de kerk aan hun graf staan om te zeggen hoe wij, nietige stervelingen met onze zondige inborst, alweer gefaald hebben. Maar de dode is eindelijk verlost. Halleluja!

Op Goede Vrijdag beleefde ik het leven zoals het volgens de christelijke geloofsleer moet zijn. Ik schuifelde doelloos met de massa achter een kruis aan, leed twaalf keer aan de verschrikkingen die onze zonden veroorzaakten, en aan het einde was er de wederopstanding. Maar die komt pas na de dood.

Ik wens u een goddeloze Pasen.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Lijden, schuld en dood

  1. stan van houcke says:

    dank je voor deze mooie beschrijving. toen god dood was verklaard werd het lijden zinloos en juist dat heeft onvoorstelbaar veel leed veroorzaakt, zoals we de afgelopen eeuw hebben ondervonden. zonder het tragische is het leven een hel.

  2. Als je goed naar Theo Maassen hebt gekeken (de scène met het kruisbeeld) dan weet je dat er zelfs ná de dood geen sprake is van wederopstanding

  3. Pingback: Paascultuur

Comments are closed.