Het trage, zijdelingse schommelen

Een aardbeving van 3,1 trof ons afgelopen woensdag – wie mij op Twitter volgt, heeft het “live mee kunnen maken”. Dat is best even schrikken, want zodra je beseft dat het een aardbeving is, weet je dat je niets kunt doen, behalve afwachten en hopen dat hij niet in kracht toeneemt. Nou is 3,1 helemaal niet zwaar, maar wel als je zes hoog en zo’n beetje op het epicentrum woont en de beving op slechts 3km diepte is.

Het duurde maar een paar seconden en ik wil dan ook niks dramatiseren – in de reacties kunt u heel blasé vertellen over de vreselijke tsunami’s waar u als echte Hollander doodkalm doorheen bent gewandeld, de enorme scheuren in de aarde die zich vlak voor u openden toen u in een gehuurde Chevy door de States reisde en de allesvernietigende bosbranden in Australië die u met uw gezin hoogstpersoonlijk heeft gekeerd met twee flessen Evian en een natte handdoek.

Een veel lichtere schok, de volgende dag, is mij volledig ontgaan. Afgelopen nacht echter was het weer raak en deze keer voelde ik hem aankomen voordat de slaapkamerkast in zijn voegen kraakte en het – nu bekende – trage zijdelingse schommelen van het hele flatgebouw inzette. Ik was nauwelijks wakker maar na de schok was dat anders. Ik ben het balkon op gegaan om een sigaretje te roken en na te denken.

Ik dacht aan de verschrikkelijke aardbeving van april 2009 in l’Aquila. Hoe deze was voorspeld aan de hand van eerdere seismische activiteit in de regio, en hoe die voorspellingen werden weggehoond door de Protezione Civile uit het dogmatisch geloof dat een aardbeving niet voorspeld kan worden. Ik dacht aan de ingestorte huizen in die stad. Vooral nieuwe gebouwen moesten het ontgelden. Nieuwe gebouwen zoals onze flat. Ik dacht aan de bouwmaffia die overal ter wereld een bouwmaffia is maar in Italië nét effe wat meer. Voorschriften zijn er vooral om ontdoken te worden – zeker die kostbare norme antisismiche.

Beneden op straat stonden er ondanks het late uur heel wat buren op straat. Het lijkt me zinloos zes verdiepingen naar beneden te lopen tijdens een aardbeving en de lift moet je zeker niet gebruiken, dus ik voel die behoefte niet zo. En wat dan nog? Dan sta je op straat. Na een half uur wil je toch weer naar binnen als je eigen flat niet over je heen is gevallen. Daar schiet je dus geen barst mee op, behalve dan dat je even je verhaal kunt doen met je lotgenoten.

Van mijn moeder weet ik dat haar vader tijdens bombardementen altijd op het toilet ging zitten. Hem was opgevallen dat van de gebombardeerde huizen in Rotterdam het toilet vaak nog enigszins in tact was gebleven. Vermoedelijk hadden ze hem in het geval van een voltreffer morsdood op het toilet gevonden, maar goed. Het is maar wat je wilt geloven, denk ik. Waar je geruststelling in vindt.

Er is in dit land en in deze streek alleen zo weinig wat gerust stelt. De gebouwen niet, de ziekenhuizen niet, de hulpdiensten niet, de opvang na een ramp niet. Een Rotterdammer schuilde op de WC. Een Zeeuw legt een rubberbootje op zolder. Maar de Italiaan ligt in bed of zit aan zijn bureau en hoopt dat het ook deze keer weer bij de schrik zal blijven.

Advertisements

One Comment

  1. Mooi hoor, die absolute hulpeloosheid van de nietige mens tegenover de krachten der natuur. En tegen de krachten der maffia en de overheid.

Comments are closed.