Het democratisch tekort

Nu de vreugde over het vertrek van Berlusconi is bekoeld, rijst de vraag hoe de recente ontwikkelingen in Italië zich verhouden tot de democratische principes. Zeker is dat Mario Monti aan het werk moet met de zittende Kamer en Senaat, gekozen door de Italianen in 2008. Dat is wat er rest van onze democratische inbreng. Maar zelf komt hij uit het niets en een deel van zijn verwachte toekomstige ministersploeg eveneens.

Het moet, hoor ik u zeggen. Het is nodig. Ik betrapte mezelf de afgelopen weken, maanden ook al op dat gevoel dat de democratie maar even buitenspel moest worden gezet. Maar dat is wat alle dictators die ooit democratische regeringen omver wierpen, ook al zeiden.  Zelfs die slappe drol van een Mussert moest niets hebben van de partijdemocratie waar hij aan meedeed – dat schiep maar verdeeldheid. Volkseenheid moest er zijn, want alleen krachtige maatregelen, enzovoort.

En wat ‘moet’ precies? Van wie? Het Italiaanse nieuws heeft het dagelijks over ‘de markt’, hoe ‘de markt’ reageert, wat ‘de markt’ denkt en zelfs wat ‘de markt’ wil. Niet dat ‘de markt’ middels een vertegenwoordiger laat weten dat ze graag zouden zien dat er bijvoorbeeld minder belasting op speculatie zou worden geheven – nee. ‘De markt’ wilde dat Berlusconi opstapte. De man die, hoe je het ook wendt of keert, om welke redenen dan ook, door het volk was aangewezen om het land te leiden.

Ik kan me niet herinneren ooit voor ‘de markt’ gekozen te hebben. Ik overdrijf nu natuurlijk; ik had op de communisten kunnen stemmen. Dat heb ik nooit gedaan; geruchten dat ik extreemlinks zou zijn, zijn schromelijk overdreven. Maar ‘de markt’ als regeringsmacht – nou, nee. VVD heb ik ook al nooit gestemd, al was ik een blauwe maandag lid van de JOVD.

De macht van de markt roept nog meer vragen op dan de klaarblijkelijke macht van de president van Italië om een onverkozen man tot premier te verheffen. Je kunt de markt niet afzetten of het paleis van de markt bestormen. Regeringen kunnen er niet eens voor kiezen om buiten de markt te opereren. De markt is er en grijpt in in het leven van de Italiaan zowel als de Noordkoreaan. En wat we nu geleerd hebben, is dat de markt de Berlusconi’s van deze wereld gewoon kan laten verdwijnen. Dat stelt mij niet gerust. Tel daarbij op dat zowel Monti als de nieuwe president van de ECB, Mario Draghi, voor Goldman Sachs werkten en er begint een beeld te ontstaan van een markt die haar macht aan het consolideren is.

Monti’s democratische geloofsbrieven moeten komen van Kamer en Senaat en dat maakt Monti geen machtige figuur. De stekker ligt eruit voordat hij het woord onroerend-goedbelasting kan zeggen – Berlusconi zei een dag na zijn smadelijke aftocht door de zijdeur van het Quirinale al ongeveer hetzelfde. Het is heel paradoxaal na al het voorafgaande, maar dat stelt ook al niet gerust. Wat als ‘de markt’ na enige halve maatregelen ‘hun’ man weer zien vertrekken?

Advertisements

3 Comments

  1. Ik weet niet of je de beschikking hebt over de Volkskrant van maandag 14 november, maar daarin staat een mooie column van Sheila Sitalsing over “de markt”.

  2. Intussen nog even dit: Mark Rutte’s VVD heeft ongeveer 20, vooruit, 25 procent van de stemmen. Hoe democratisch is het dat hij premier is? Het is natuurlijk meer dan Monti nu kan laten zien, maar toch…

    Was je bij de JOVD? Was je toen dronken, of stoned?

Comments are closed.