Questi Americani – Part One

Amerikanen eten Europese cultuur alsof het een hamburger is: gulzig, veel, maar zonder enige smaak of enig begrip van wat ze naar binnen werken. Ze schrijven op internet recensies van fantastische restaurantjes in Florence, klagend dat er teveel tafeltjes zijn of dat de risotto – sowieso een Milanees gerecht – niet is zoals het hoort. Dat weten ze namelijk precies, in het land van Mac and Cheese, hoe risotto hoort te zijn.

Na Trattoria Marione op zaterdagavond aten we gisterenmiddag in i’Toscano, een rommelig restaurantje in een wat vervallen straatje, gerund door een brommerige oude Florentijn die echter, zoals zovele van zijn stadgenoten, al snel zijn chagrijn laat varen en ons graag helpt bij het uitleggen van de zeer speciale gerechten die hij serveert. We kiezen voor een eenvoudige spaghetti met de saus – sugo, zegt hij met nadruk, niet ragù zoals ze in Emilia-Romagna maken – van het huis, en het is geniaal in al zijn schijnbare eenvoud.

Maar nauwelijks zijn wij bezig met onze antipasti – u moet de sigarini proberen; dunne fijne bladerdeegrolletjes, gevuld met lardo di colonnata – als er een Newyorker van een jaar of zestig binnenkomt die het vertrek vult met zijn luidruchtige vriendschappelijkheid in gebroken Italiaans. Hij heeft een Californische vrouw bij zich die hij het hof probeert te maken, hoewel ze de volgende dag weer naar Amerika vertrekt. Gedurende de maaltijd analyseert het stel hun kansloze relatie met behulp, waarschijnlijk, van hun boekenkasten vol zelfhulpboeken waar Amerikanen zo dol op zijn. Het is een pingpongwedstrijd amateurpsychologie waar we allemaal van kunnen meegenieten. Maar dat terzijde.

Hij kent eigenaar en kok en denkt dat het zijn beste vrienden zijn. Sterker nog: voor de andere kok die er vandaag niet is, heeft hij een cadeau meegenomen. De man, die zich waarschijnlijk net als zijn collega hult in shirt en spijkerbroek, als een bouwvakker, mag zich verheugen op een koksjasje en als hij het niet aantrekt, kan hij er op rekenen dat zijn luidruchtige vriend van over zee daar grapjes over gaat maken. You’re the chef, Antonio, ya gotta look the part!

Na een raar gesprek over wijn waarin hij stelt dat het in New York met de rode wijnproduktie maar niet wil lukken, “waarschijnlijk vanwege het klimaat” (Way to go, Einstein!), begint het koppel aan het eten. Pappardelle met wild zwijn, een gerecht zo delicaat en eenvoudig als de Toscaanse keuken. Maar zij wil er parmiggiano overheen hebben. Als de eigenaar wegloopt om de kaas te halen, zegt hij hardop dat je dat niet doet, kaas over wild zwijn. Zo proef je niets meer van de smaak die wild zwijn van varkensvlees onderscheidt. De Amerikaan buldert er lachend overheen: “He’s talking to himself!” Zijn vriendin neemt nog wat wijn, hoewel ze at home in California nooit rode wijn drinkt. Valt de plaatselijke “Cabbernay” misschien toch niet zo goed als een eenvoudige Chianti?

Binnenkort deel twee over de Amerikaanse meisjes die de Europese città d’arte – de centra van kunst en cultuur – bevolken. Voor wie een uitstapje naar Florence plant, bevelen mijn vriendin en ik een bezoekje aan i’Toscane, Via Guelfa 70r en Trattoria Marione, Via della Spada 27r, hartelijk aan.

Advertisements

2 Comments

  1. Tijdens één van mijn cursussen italiaans in Venetie trof ik een Amerikaan die tijdens een vertaallesje bloedserieus aan mij vroeg: what the hell is pizza in italian?

Comments are closed.