De Gutmenschenindustrie

Twee brieven van Mauro hebben we nu gezien, en twee keer bleek het niet te gaan om daadwerkelijk door de Angolese jongen geschreven stukken. Gisteren maakte ik me nog kwaad om de zin: “Ik beloof dat ik altijd zal proberen van waarde te zijn voor Nederland.”

Vandaag weet ik dat ik me boos maakte om de handige formulering van een of andere professionele tekstschrijver, meester in de emoterreur. Ik voel me te kakken gezet, niet serieus genomen, bedrogen. Ik heb me mee laten slepen in de emotie van het moment, en ik niet alleen.

Teruglezend kan ik niet anders dan concluderen dat ik slecht gelezen heb. Wat een rare brief is dat, half geschreven door een twaalfjarige – Ik wil zo graag ieder jaar Koninginnedag vieren – en half door een wat ambtelijk formulerende volwassene – Tegen wil en dank ben ik nu een symbool geworden van jonge, alleenstaande asielzoekers in Nederland. Dat laatste had ik zelf kunnen schrijven; het eerste citaat klinkt als mijn nichtje.

Wie denkt dat het opstellen van emotionele nepbrieven uit naam van Mauro de zaak helpt, die heeft het mis. Niemand wordt graag besodemieterd – medestanders zoals ikzelf ook niet. Tegenstanders van Mauro grijpen dit soort dingen met beide handen aan om het hele verhaal rondom de jongen als leugens af te doen. Ga nog even zo door en je hebt niemand meer over met je goedebedoelingenclubje.

Misschien dat de Gutmenschenindustrie even een stapje terug kan doen. De zaak is al gevoelig genoeg van zichzelf. Mensen die via Mauro ook hun 15 minutes of fame willen en andere debatvervuilers hebben we nu wel afdoende gehoord. Hun verhaal kenden we trouwens al.

Het woord is nu aan Mauro zelf.

Advertisements

One Comment

Comments are closed.