Bericht uit Calabrië

Vader en zoon Romano* zijn een typisch duo uit Calabrië. Ze runnen een klein autoschadeherstelbedrijf van hoge kwaliteit. Vader in ketelpak als chef-werkplaats en zoon in hemd en jeans in het kantoor, bezig met de stapels papierwerk die de Italiaanse bureaucratie en in dit geval vooral ook de verzekeringsindustrie nu eenmaal produceert.

Het bedrijfje bestaat nu zo’n 35 jaar en de opbrengst ervan heeft de zoon in staat gesteld om te gaan studeren en daarna het bedrijf administratief in handen te nemen, gesteund door het grote vakmanschap van senior. De twee vormen een opmerkelijk duo. Vader heeft lang geleden al ingezien dat zijn zoon hem voorbij is gestreefd, maar hun band is voelbaar sterk. En junior valt zijn vader in de rede – niet met de felheid van iemand die een debat wil winnen, maar met de wens om zijn vader te laten inzien hoe de zaken eigenlijk liggen.

Vader vertelt me dat ook hij Berlusconi heeft gestemd, in het begin, omdat dat voor een kleine ondernemer een goed idee leek. Maar nu zit het land met die man opgescheept. “Als hij nu zou aftreden…” Junior onderbreekt “Maar hij gaat niet weg, papa! Al die mensen om heen weten dat als hij aftreedt, het spel voor elk van hen voorbij is. Daarom blijven ze hem steunen!” Ik doe er nog een schepje bovenop: “Besef je wel wat mijn Nederlandse vrienden vinden? Als straks de boel hier instort zoals in Griekenland, hebben ze geen cent over voor Italië, want zij vinden dat de Italianen zelf om de ellende gevraagd hebben door op Berlusconi te blijven stemmen.”

Het gesprek komt op de coalitiepartij van Berlusconi, de separatistische Lega Nord. Ik val haast van mijn stoel van verbazing als vader vraagt wie ‘Il Trota’ is. Het is de bijnaam van de zoon van Legaleider Bossi, Renzo, die op 23-jarige leeftijd, na drie keer te zijn gezakt voor zijn eindexamen, nu minstens 12.000 euro per maand vangt als regionaal parlementslid in Lombardije. Iedereen kent ‘Il Trota’ (‘de Forel’), die zo wordt genoemd omdat hij te lelijk zou zijn om ‘Delfino’ (‘dolfijn’; dwz. troonopvolger) te worden genoemd.

Iedereen kent hem, bedenk ik me, behalve mensen die hun nieuws halen uit de ongelofelijk gekleurde media van Berlusconi. Vader ziet dan ook geen alternatief voor de Cavaliere – precies datgene wat Silvio zelf, nu zijn populariteit tot een historisch dieptepunt gedaald is, zijn gevolg voorhoudt. Er is alleen maar Silvio. En wat ze in het buitenland van de premier vinden, hoort vader pas als ik hem dat vertel.

Als de zoon en ik alleen zijn, barst hij los. Hij wil weg uit Italië, hij ziet geen toekomst. Vijfendertig jaar bestaat het bedrijf en het is nog elke dag sappelen. Intussen, zegt hij, ziet hij oneerlijke mensen om hem heen stijgen op de maatschappelijke ladder. Oneerlijkheid wordt niet alleen beloond – het wordt bewonderd. Berlusconi wordt bewonderd omdat hij zo ‘handig’ is – hij is furbo, een woord dat ergens het midden houdt tussen oneerlijk en sluw.

En Calabrië is de regio waar furbizia (het furbo zijn dus) hoogtij viert. In een regio zonder uitzicht is het veel te verleidelijk om de boel te bedonderen. Of – maar dit blijft een onuitgesproken taboe – in zee te gaan met de machtige ‘ndrangheta, natuurlijk. En ook hier spelen de media een rol. Elke week is er wel iets in het regiojournaal van de RAI te vinden – een boekpresentatie, de nieuwe Miss Italia uit ‘onze’ provincie Reggio, een expositie – waarbij dan gezegd wordt hoe fijn het is om te zien dat er ook goede dingen uit onze streek komen. Zo creëer je een volk van geslagen honden dat zich schaamt voor zijn afkomst. Wat voor toekomst verwacht je dan nog?

Wie het kan, vertrekt dan ook. Naar het noorden, maar tegenwoordig liever nog naar het buitenland. Dankzij Silvio’s versoepelingen van het arbeidsrecht krijgt namelijk ook in het rijke noorden niemand meer een vaste baan. Romano wil het liefste naar Zwitserland hoewel hij beseft dat zelfs de zich superieur voelende Noord-Italianen er niet meer welkom zijn – weggejaagd door de Zwitserse versie van hun eigen Lega Nord. En ja, hij moet andere talen leren, de achilleshiel van elke Italiaan. En wie een bedrijf runt, heeft daar gewoon geen tijd voor.

Siamo messi male, zegt de Italiaan. We staan er slecht voor, maar letterlijk: we zijn slecht neergezet. Misschien wel symbolisch voor het feit dat iedereen de problemen ziet, maar niemand er de verantwoordelijkheid voor neemt. Italië in een notendop.

*Romano is niet hun echte naam
Advertisements