Praag – een schoon schip

Oude filocommunisten kunnen maar beter niet naar Praag gaan – de stad vertoont vrijwel geen spoor meer van de dictatuur van het proletariaat. Wie ooit als westerling zo’n rochelende communisten-Skoda kocht met de gedachte dat dat de arbeiders in Mlada Boleslav wel machtig trots zou maken, ontdekt dat diezelfde arbeiders die ondingen allang aan de kant hebben geschoven. Wie niet oppast, eindigt in de stad aan de Moldau onder een dikke BMW.

Praag

Het failliet van het communisme is nergens zo helder als in Praag. De stad wordt in snel tempo opgeknapt en het merendeel van de schitterende monumenten ligt er prachtig bij. Het doet hier en daar aan Duitsland denken, schoon en ordelijk, maar hier en daar ook aan de rafelrandjes van steden als Brussel en Antwerpen – met het verschil dat je in België niet verwacht dat de dingen ooit nog opgeknapt worden. De inwoners rijden voornamelijk in moderne auto’s rond – ik heb echt niet meer dan tien oude Skoda’s gezien en de enige Lada had een Brits kenteken.

Onder de communistische dictatuur – zo zeggen ze het zelf; Engelse vertalingen spreken van het regime – werd een groot deel van de stad ernstig verwaarloosd. Alleen wat paste in de kraam van de machthebbers, kreeg aandacht. Het schitterende kasteelcomplex boven de stad was al die tijd off limits; een kerkje daarentegen waar de predikant Jan Hus ooit preekte, is in de vroege jaren vijftig op de oorspronkelijke plek nagebouwd omdat deze kerkhervormer paste in de heldencultus van de arbeidersrepubliek.

"John Lennon-muur"

Het einde van het communisme betekende het begin van het massatoerisme. Eerst kwamen vooral jongeren af op de stad met zijn John Lennon-muur en zijn jazz op de Karelsbrug, maar de stad is inmiddels een centrum voor kerkjeskijkers geworden en op de trotse brug klinkt klassiek voor de grijze golf die voorbij dreutelt. Souvenirwinkels met de gebruikelijke afzichtelijke kitsch lachen je tegemoet en overal kun je in “authentieke” restaurantjes de “echte Tsjechische keuken” proeven. Maar niet heus.

Elke 500 meter...

Wie denkt dat het failliet van het communisme automatisch de triomf van het kapitalisme betekent, die moet ik teleurstellen. Zwervers bezetten op het St. Wencesclausplein de beste bankjes; elke vijhonderd meter vind je minstens één Amerikaans snackpaleis en wat sommige bedrijven doen met de prachtige architectuur omwille van de corporate identity wil je niet weten. Ik zwijg nog maar even van de casino’s en de hoertjes, de berucht onbetrouwbare taxichauffeurs en de tientallen wisselkantoortjes die “gegarandeerd zonder commissie” kennelijk van de wind leven.

Vervelender is nog dat de prijzen inmiddels wel zijn gestegen maar de kwaliteit nog te wensen overlaat. Wie op zijn hotelkamer (in Hotel Sax) na een lange dag twee A4’tjes op de tafel te vindt met in grote letters in drie talen VERBODEN TE ROKEN OP DE KAMERS!!!! – terwijl je niet op je kamer gerookt hebt – die ruikt de echo van het verleden maar al te goed. Niet chic – dan druk ik me nog voorzichtig uit – en “sorry” heb ik niet gehoord. Het deed denken aan de dikke geuniformeerde Kriemhilde – of liever Jana of Zdena – die met een onverbiddelijke klap en een hoogst onverschillig smoel het stalen hekje voor mijn neus dichtklapte toen het kabeltreintje naar de top van de heuvel Petřín vol was. Wie damals in der DDR, Genosse, alleen werkt wapperen met Westmarken niet meer. Niet dat ik dat geprobeerd heb, overigens.

Moderne tram

Een overblijfsel van het communisme is ongetwijfeld ook het uitstekende openbaar vervoer en wie Italiaanse toestanden gewend is, vindt het verkeer in de stad dan ook geen ramp. Het is druk, maar geen gekkenhuis want de tram brengt je overal waar je wezen moet en de stad kent ook een ietwat overbodige metro – een prestigeproject van de communisten dat niet erg handig is aangelegd, met maar één van de drie metrolijnen onder het Centraal Station. Maar er kleeft nergens nog de doodse geur van het communisme aan.

Nu nog de sprong maken naar kwaliteit, alsjeblieft. Ik heb geen zin om bij een volgend bezoek weer op de balie van het hotel te slaan, of om door een hork van een ober bij het ontbijt “thee” geserveerd te krijgen zonder theezakje en zonder uitleg waar ik die kan vinden. Nee, bij Hotel Sax zien ze mij zeker niet meer terug.

 

Advertisements

One Comment

  1. Leuk dit bericht als je zelf net terug bent uit Praag (zie mijn blogs over Praag op http://wllmkalb.wordpress.com) Heb er alleen maar aardige mensen ontmoet, vond het er niet duur, een 3-daagsekaart voor al et openbaar vervoer kostte bijv. maar 12 euro. Het is wel een stad van drinkers. Als je geen of nauwelijks alcohol drinkt zoals ik, is er ‘s avonds weinig leuks te doen.

Comments are closed.