Dagje weg

Vandaag is het Ferragosto, 15 augustus. Italië kookt in de augustuszon, de winkels zijn dicht en wie nog niet op vakantie is, zoekt verkoeling in de bergen of aan het strand. Ook wij stapten vanochtend in de auto en trokken omhoog, de bergen in, richting het Nationaal Park La Sila, en zagen de thermometer tien graden zakken tot 23°C. Una meraviglia, dat kan ik je wel vertellen.

Helaas waren we niet de enigen. Uit de nabijgelegen stad Cosenza waren alle volkswijken leeggestroomd – de ene helft kwam ons tegemoet om naar de ronduit lelijke kiezelstranden van Paola of Amantea te rijden, de andere helft sloot zich bij ons aan om naar Camigliatello Silano te rijden, ‘s winters een centrum van wintersport en ‘s zomers een verzameling restaurants waar veel vlees met vooral funghi porcini wordt geserveerd. En een Italiaan besteedt zijn vrije dag niet goed als er geen bella mangiata – een “mooi stukje eten”, een schranspartij – bij komt kijken.

Wij reden Camigliatello voorbij, stapvoets in de file, want we wilden even lekker de bossen in om dan te eten bij Silao, een agriturismo van het hoogste niveau waar zelfs de bittertjes na de uitstekende lunch van eigen fabrikaat zijn. Helaas liepen we met de auto vast tussen de geparkeerde auto’s aan de provinciale weg (!) vanwege de enorme hoeveelheid wandelaars en hebben we alleen maar even uit kunnen waaien op een parkeerplaats met uitzicht op het, eh, naaktstrand van Lago di Cecita.

Op naar restaurant Silao, maar de overvolle parkeerplaats zei al genoeg. Er was absoluut geen plaats meer, zei de vriendelijke man die de idiote toestroom van auto’s op het terrein probeerde te begeleiden. Dan maar naar Camigliatello, want waar zo veel mensen zijn, daar kun je vast wel ergens een broodje scoren. Toch?

Camigliatello Silano op zijn mooist

Toch niet. Tientallen overvolle restaurants, bars, pizzeria’s, maar geen snackbar – een onbekend fenomeen hier – geen broodjeszaak, geen standje of aanhangwagen, zelfs geen illegale broodjes uit de kofferbak van een roestige Fiat Uno. Niks, nul, nada. De slager, die in dit land op doordeweekse dagen broodjes voor je klaarmaakt waar je bij staat, had zelfs geen brood in huis.

In één restaurant was nog plaats. Er werd snel een tafeltje klaargemaakt, er kwam een mandje brood, bestek, twee bekers waarvan we er eentje hebben teruggestuurd wegens bah, een menu bestaande uit enkele losse A4’tjes… en toen niets.

Wij hadden wel zin in een voorafje van tagliatelle met funghi porcini, dan een mooi stuk varkensvlees van de grill met het streekgerecht patate ‘mpacchiuse – een aardappelschotel – ernaast, en dan een koffie of een bittertje. Drie obers hielden zich bezig met de vijftien man naast ons die net binnen waren gekomen, en niemand zag ons zitten met onze A4’tjes en ons mandje brood. Stilletjes zijn we maar weer vertrokken.

Om een uur of half vier waren we weer thuis, waar mijn lief snel spaghetti met krieltomaatjes en parmiggiano maakte. Een dagje weg, inderdaad.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Dagje weg

  1. Ik zat me na de tweede alinea al helemaal te verheugen op je beschrijving van dat “mooi stukje eten” maar helaas, het mocht niet zo zijn. Wellicht heb je nog genoten van een voortreffelijk glas Italiaanse wijn.

    Groene groet van een bourgondiër bij uitstek

  2. Sante says:

    Rob, het is een mangiata. Maar ach. Goede herinneringen aan il Lago di Cecita en de nabijgelegen camping. Het prachtige bos met enorme witte sparren (en een wolvenfokkerij) was natuurlijk kurkdroog — ik vroeg aan de receptionist of ik de barbecue mocht aansteken, en hij zei: tuurlijk, als u het bos maar niet in brand steekt. Afgesproken.

    Tijdens een wandeling in het bos stak een scoiattolo nero de weg over — het Italiaanse woord is echt hetzelfde woord als het Nederlandse eekhoorn — en de drie italianen die voor ons liepen begonnen direct een discussie over de vraag hoe je die zou kunnen klaarmaken.

    In Camigliatello kocht ik een flesje grappa met 63 procent alcohol, waar for good measure nog een handje gemalen peper aan was toegevoegd.

    Daar hebh ik toen die onomkeerbare hersenbeschadiging door opgelopen. Mooi land, echwa.

  3. Rob says:

    Dank, dat is hersteld. En inderdaad, het is prachtig rond Lago di Cecita. Het was alleen de dag niet, en Camigliatello is een oord voor “tamarri” geworden – in goed Nederlands: tokkies.

Comments are closed.