Rugby

Gisteravond won het nationale rugbyteam van Italië met 31 tegen 24 van Japan in het Stadio Dino Manuzzi in Cesena, het thuisstadion van de voetbalclub AC Cesena. Vooral sinds Italië meespeelt in de Six Nations Cup met de top van de wereld is de sport steeds populairder.

Ik ben geen sportgek en vooral het voetballen heeft voor mij afgedaan sinds we eind mei 1985 live het Heizeldrama zagen gebeuren op televisie. Voordien wilde ik nog wel eens een pot voetbal kijken, al begreep ik er nooit heel veel van als echte nerd die bovendien in geen enkele sport uitblonk, maar daarna hoefde het voor mij écht niet meer.

En dat is nu het mooie van rugby, of om precies te zijn rugby union. Voor de wedstrijd tegen Japan is het stadion in Cesena ontdaan van alle hekken die tijdens voetbalwedstrijden moeten voorkomen dat supporters elkaar in de haren vliegen. Televisiebeelden toonden een Italiaan op de tribune met een lange vlaggenstok met daaraan een Italiaanse en een Japanse vlag. Stel je dat eens voor bij een voetbalwedstrijd. En terwijl de mannen op het veld een harde pot rugby uitknokten, zat het publiek gezellig door elkaar heen op de bankjes.

Op het veld gaan de zaken er ook heel anders aan toe. De scheidsrechter – gisteravond een klein, mager kereltje tussen de reuzen – heeft altijd gelijk en wordt niet tegengesproken. Een enorme Japanner legde zijn hand tijdens een scrum ergens waar dat niet mag; de eveneens enorme Italiaan die erdoor gehinderd werd, keek heel even op en de Japanner corrigeerde zichzelf onmiddellijk. Daar kwam de kleine scheids niet eens aan te pas – de rugbyers regelen dat onderling.

Er is dus respect voor de tegenstander, respect voor de scheidsrechter en respect voor de strenge regels. Een kennis van ons speelde ooit rugby; hij is na één handgemeen met een scheidsrechter echter voor het leven geschorst. Dat is nog eens een strenge regel. Kom daar eens om in het voetbal.

En kom in het voetbal eens om een “derde helft” – wat voetbalfans daar gewoonlijk onder verstaan, lijkt niet op de rugbytraditie waar spelers en supporters van beide teams gezamenlijk de afgelopen wedstrijd vieren, op hoog niveau soms ook met een banket op kosten van de verliezer. Een moment van vergeven en vergeten en van echte sportverbroedering. Die derde helft, after-match party, troisième mi-temps of terzo tempo is een essentieel onderdeel van elke match.

De ballerina’s van het hedendaagse voetbal daarentegen laten zich niet zo graag in met de fans: het doet hen en hun trophy wives te veel denken aan het sfeertje waar ze dankzij een goede traptechniek of enige strategisch opgespoten botox ternauwernood aan ontsnapt zijn. Maar ja, de overbetaalde juffershondjes zouden zich ook nooit blootstellen aan een zo risicovolle contactsport als rugby. Ze zouden eens een teennagel scheuren, dan zitten ze meteen zes weken doorbetaald thuis. Nee, het knokken laten ze aan de fans over; het verbroederen met hun collega’s van andere clubs doen ze buiten beeld om de woeste horden op de tribunes niet voor het hoofd te stoten.

Dat is het verschil. Rugby is voor echte kerels en stoere meiden; voetbal is voor laffe dweilen.

 

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Rugby

  1. Arend de Zwart says:

    Ik speel zelf rugby en ik kan me voor een groot deel wel vinden in wat de schrijver stelt. Maar vlak de hardheid van voetbal, zeker op hoog niveau, niet uit. Aanstellen is een onderdeel van het spel voetbal maar dat betekent niet dat er geen harde charges bestaan in het voetbal. In tegendeel zelfs; soms zie ik acties die pittiger zijn dan menig actie in het rugby. Rugby is gewoon anders dan voetbal.

Comments are closed.