De kerk en de Kerk

In Italië bestaan meerdere kerkgenootschappen en natuurlijk ook synagogen en moskeeën, al zou je dat niet altijd meteen zeggen. Want hoewel de staat officieel (en soms zelfs krampachtig) gescheiden is van de kerk, is het katholicisme alomtegenwoordig. Zo heb je la chiesa – de kerk – en la Chiesa – met hoofdletter; de katholieke kerk. En de vertegenwoordigers van de Chiesa zie je bij alle staatsaangelegenheden vooraan zitten – van het kerstconcert in de Kamer van Afgevaardigden tot de opening (met inzegening) van een nieuw politiebureau.

Die Chiesa valt ook weer in twee delen uiteen. Er zijn de bisschoppen, aartsbisschoppen, kardinalen en andere leidersfiguren en er zijn de monniken, nonnen, pastoors en missionarissen. En daarin ligt de macht van de Chiesa besloten.

Er valt namelijk veel af te dingen op de standpunten, bemoeizucht, alomtegenwoordigheid, macht en machinaties van de kerkleiders, maar het antwoord is steevast dat de kerk ook zo veel goeds doet. Dat is absoluut waar. Vanuit de kerken in Italië wordt zo’n beetje het halve vrijwiligerswerk in het land bestierd, van padvindersverenigingen tot en met voedselhulp, en er is veel te doen in een land met minimale sociale voorzieningen, hoge werkeloosheid, gebrek aan basisvoorzieningen zoals ambulances en enorme verschillen tussen arm en rijk. De vrijwilligers van de kerken zijn minstens zo belangrijk als die van het Rode Kruis en de Protezione Civile, de Burgerbescherming.

Het is onmogelijk om af te dingen op de morele waarden van een erenvoudige pastoor die zich tegen de maffiabendes in zijn omgeving keert en die er alles aan doet om de jeugd uit handen van de clans of families te houden. Zo’n man waagt zijn leven en weet dat het een druppel op een gloeiende plaat is. Toch doet hij het, uit diepe overtuiging.

Het is echter net zo goed onmogelijk om nog iets goeds te zien in de morele waarden van kerkleiders die machtsspelletjes spelen, die schandalen krampachtig onder de pet houden, die zich bemoeien met de democratische beslissingen van een soevereine staat en de vrije wil van haar burgers, die smerige propaganda bedrijven om het volk zoet te houden en die uiteindelijk maar in één ding geïnteresseerd zijn: behoud van macht.

De trieste conclusie is dan ook dat al het goeds dat de kerk doet, uiteindelijk dient tot instandhouding van het instituut Chiesa. De kerkleiders zitten op de voorste bankjes van de maatschappij dankzij de ondergeschikten die het vieze werk voor hen opknappen en het volk dat elke aanval op de Chiesa ziet als een aanval op hun eigen pastoors.

En zo houdt zelfs de antimaffiapastoor uiteindelijk een maffia in stand.

Advertisements