Oppergod en het Ministerie van Wraak

Jaren geleden speelde er in Bibelot in Dordrecht een bandje met bovenstaande naam. Het bandje is vergeten; een ooggetuige meldde dat ze vooral pokkeherrie produceerden door met stokken op olievaten te rossen. Zelf heb ik het genoegen nooit gehad om ze te horen, eh, musiceren.

Wij lachten om die naam – zo’n anarcho-communistisch protestbandje zeker, bestaande uit boze krakers en andere randverschijnselen van de jaren tachtig die de wereld indeelden in ‘goeoeoeoed’ en ‘heel erg fout’ met niks er tussenin. De bombastische naam moest natuurlijk een commentaar wezen op de maatschappijijij want die was niet goeoeoeoed.

Maar ik moet er ineens weer heel erg aan denken. Vijfentwintig jaar later zit Oppergod in de Tweede Kamer. Zijn Ministerie van Wraak roffelde tevreden op de bankjes toen vanavond duidelijk werd dat er morgen Irakezen naar Irak worden uitgezet – een land waarnaar het ministerie van Buitenlandse Zaken alle reizen afraadt.

Het was de tevredenheid van vierentwintig volksvertegenwoordigers die wisten dat ze de ‘linkse kerk’ de voet dwars hadden gezet. Een klein stapje in de wraakoefening op dat ‘verschrikkelijke’ links waar rechts ‘zijn vingers bij kan aflikken’. En om dat hogere doel te bereiken, stuurden ze roffelend op de bankjes zevenentwintig vluchtelingen terug een oorlog in.

Als dat het niveau is van de nieuwe politiek, dan heb ik liever de verzamelbox van de band Oppergod en het Ministerie van Wraak. Want dat was tenminste goedbedoelde herrie.

Advertisements