Bij de dood van de literatuur

There’s no Michelangelo coming from Pittsburgh…
(Lou Reed, Smalltown, over Andy Warhol)

Literatuur in Nederland. Nergens een land te vinden met een schoolsysteem dat zo hoog inzet op het lezen en begrijpen van de eigen hedendaagse literatuur en waar desondanks zo weinig wordt geschreven wat de moeite waard is.

Schrijvers die allemaal het debuut van de eeuw hebben geschreven en vervolgens wegzinken in de wereld van de columns en de talkshows. Schrijvers die meestal niet verder komen dan de taalgrens – als ze al verder komen dan Amsterdam-en-omgeving. Schrijvers die niet vernieuwen, niet shockeren en niet rammelen aan deze of gene poort. Schrijvers die vol ontzag opkeken naar de Laatste van de Grote Drie en nog niet eens een nagelvijltje in Zijn stoelpoten durfden te zetten.

Nu is dan de Nederlandse literatuur dood. De Grote Vaderlandsche Oorlog is er niet meer en onze schrijvers hebben kennelijk niet de fantasie om andere Nationale Trauma’s in verhalen te verwerken. Liever houden zij het op oppervlakkige beschouwingen over het kleine leven van de kleine Hollander, of over hun eeuwigdurende frustraties vanwege hun joodse, gereformeerde of katholieke achtergrond.

Verwacht uit Nederland geen boeken over brandende Middeleeuwse bibliotheken of pestepidemieën in Noordafrikaanse havensteden want de schrijvers hebben het niet meegemaakt. De Nederlandse literatuur is in een Hemingway-achtig realisme blijven steken en dat is niet per definitie verkeerd, maar helaas voor de lezer zijn de A.F.Th.’s en de Zwagermannen niet te porren voor een avontuurtje in een verre oorlog of een verblijf in een exotisch land om hun boeken nog wat op te leuken. En dan kom je niet verder dan een krakersrelletje of een exotische bijslaap.

Het zou mooi zijn als de dood van Mulisch leidt tot reanimatie van het lijk dat vaderlandse literatuur heet. Maar wacht niet te lang want ik kan de lijkenlucht hier al ruiken.

Advertisements

8 Comments

  1. Nationale Trauma’s van na de Groote Vaderlandsche Oorlog.
    Ze zijn er wel, zelfs opnoembaar, maar volgens mij wordt bij elke schrijver daarover direct de mond gesnoerd en de lucht afgeknepen.
    We zijn immers een volk van fastfood en popstars geworden.

  2. Ik denk dat je wel kunt schrijven over bijvoorbeeld Srebrenica, maar dat je het niet moet lanceren als ‘het boek over Srebrenica’. Het moet eerst en vooral een goed boek zijn.
    En waarom bij de waarheid blijven? Umberto Eco heeft nooit in de Middeleeuwen geleefd.
    Deel van het probleem is dat je in Nederland vrijwel niet meer kunt provoceren en shockeren. We hebben het allemaal al eens gezien en bovendien lukt het volgens mij niet als je het provoceren als doel ziet.

  3. Ik denk bijna zeker te weten dat tout “fatsoenlijk nederland” over de schrijver die een roman zou schrijven over de fictieve belevenissen van een persoon rond koninginnedag 2009 heen zou vallen.
    En natuurlijk een leuk opzetje onder Henken & Ingrids zal niet in dank worden afgenomen.
    Maar dat is misschien te aktueel.
    1953, de watersnoodramp. “Daar spreken wij niet over. Wij hebben zo geleden”.
    En zo ken ik er nog meer.

  4. Ik begrijp alleen de Hemingway vergelijking niet. Als er iemand z’n eigen land verliet en over (voor hem) verre oorden en exotische conflicten schreef was hij het wel. En daar over nadenkend, Camus schreef juist over een gebied wat hij kende, namelijk Noord-Afrika. Dat was voor hem geen buitenland.

    Maar ik begrijp je punt, ik ben ook geen fan van DE Nederlandse literatuur. Overigens sluit die achter de dijken navelstaarderij prima aan bij de nationalistische wind die hier steeds harder waait. Maar laten we het niet over Greet hebben.. ;-)

  5. Hemingway schreef heel erg over wat hij kende, wat hij had meegemaakt. Eco en Camus (en Rushdie en zo veel meer schrijvers, ook Mulisch en Hermans) gebruikten wat meer hun fantasie, hadden geen ‘nationaal trauma’ oid nodig om tot grote literatuur te komen. Dat bedoel ik eigenlijk te zeggen.

Comments are closed.