Religie en progressie

Op 9 oktober houdt GroenLinks een congres over de grenzen van de godsdienstvrijheid onder de titel Godsdienstvrijheid of vrij van godsdienst? Ook Femke Halsema zal spreken en afgaande op haar eigen woorden wil ze de kwestie vanuit de progressieve politiek benaderen.

Wat moet progressieve politiek met religie? De twee zijn vrijwel onverenigbaar; er is geen religie te vinden die niet gestoeld is op dogma’s die afkomstig zouden zijn van een onfeilbare godheid. Religies zijn per definitie conservatief, hoeveel verlichte pastoors en gematigde imams je ook weet te vinden. Hun denken blijft geworteld in ideeën van honderden of zelfs duizenden jaren geleden. Ideeën die je kunt herinterpreteren en vertalen naar de huidige tijd, maar die je niet kunt schrappen, afkomstig als ze zijn van de ‘Almachtige’. Aan veel van die regels valt overigens weinig te herinterpreteren.

Religie is de modder die zuigt aan de wielen van de progressieve politiek: op een gegeven moment loop je vast en sta je met al je goede wil, openheid en vooral begrip gewoon stil. Een sociaaldemocratisch stadsbestuur zou eigenlijk pogingen moeten doen om ‘het volk te verheffen’, zoals dat vroeger zo mooi heette. In plaats daarvan koos het in Amsterdam voor een tempel ten bate van een groep die het volk onder de duim wil houden. Dat is geen progressieve politiek; dat is KVP-politiek naar vooroorlogs Brabants model.

Progressieve politiek is het om de mens de mogelijkheid te geven zijn religie achter zich te laten. Zo verheft zich het volk, zo emancipeert het zich tot volwaardige individuen. Je moet ze niet de bankjes uit en de tapijtjes af dwingen, maar je hoeft ze ook niet te helpen bij de beleving van hun godsdienst. Wilde de Amsterdamse gemeenteraad écht dat honderden Turken op vrijdag braaf luisteren naar een man die ze vertelt hoe ze leven en denken moeten? Je wilt juist dat ze buiten de grenzen van hun eigen wereldje kijken om te zien dat het ook anders kan. Wie dan nog de imam verkiest, prima. Dat is een privé-aangelegenheid. Hij of zij heeft in ieder geval een geïnformeerde keuze kunnen maken.

In een progressieve maatschappij bestaat religie niet buiten het privédomein. Er bestaat geen ‘godslastering’ omdat de staat geen god erkent. Er bestaan geen uitzonderingen voor religies omdat de wet voor iedereen gelijk is. En er zijn vooral geen scholen op religieuze grondslag omdat deze de vrije keuze van de kinderen belemmeren. De suggestie die uitgaat van een school waarin naast exacte vakken als taal en rekenen ook religie wordt onderwezen, is vrij sterk. Een leerling van zo’n school wordt doelbewust op een bepaald spoor gezet en is dus minder vrij in het bepalen van zijn keuzes. De staat moet dat niet sanctioneren.

Is dat nu de bijl aan de wortel van de vrijheid van godsdienst? Welnee. U mag, binnen de kaders van de wet, zo veel zondagsschooltjes bouwen als u wilt. U mag uw kind alle negenennegentig bijnamen van Allah uit het hoofd laten stampen – in uw vrije tijd en zonder staatssteun. Al wilt u in pratende bomen geloven, de staat zal het u niet verbieden.
U heeft alleen geen enkel recht dat aanhangers van niet-godsdienstige levensovertuigingen niet hebben. Uw gebedshuis voldoet dus aan de geluidsnormen, uw kinderen en uw vee worden bij gevaar voor de volksgezondheid ingeënt – omdat deze een veel zwaarder wegend belang vormt – en u moet niet zeuren als mensen laten blijken uw religie onzinnig, gevaarlijk of achterlijk te vinden. U mag dat namelijk ook vinden van bijvoorbeeld socialisme, humanisme of astrologie.

Religie is uiteindelijk niets meer waard dan andere levensovertuigingen. Ik begrijp heel goed dat mensen die in de heiligheid van hun goden en geboden geloven dat beslist niet kunnen verteren, maar het wordt langzamerhand tijd om de zaak vanuit het perspectief van de ongelovige te bekijken.

Advertisements

2 Comments

Comments are closed.