Het Historisch Taboe

Op 13 mei 2008, vijf dagen na het aantreden van de (huidige) regering-Berlusconi, brandden de inwoners van de Napolitaanse wijk Ponticelli een kamp van de Roma plat. Een van de Roma was betrapt tijdens een inbraak en de man zou een kind hebben willen stelen, want hij was toevallig een huis binnen gegaan waar ook een baby sliep.

Als u of ik een inbraak plegen, dan denkt niemand aan het stelen van baby’s maar de Roma jatten kinderen voor de handel in organen. Niet dat daar bewijzen voor zijn, maar dat is het soort gruwelverhalen dat de ronde doet. Even naargeestig als kinderlijk; wij maakten ons vroeger na schooltijd bang met verhalen over een man die ‘allemaal messen’ had en die zich verschool in de modderplassen van het veldje waar wij soldaatje speelden. Ik zie hem nog voor me, al heeft hij nooit bestaan.

Het komt de Berlusconi’s en de Sarkozy’s van deze wereld ontzettend goed uit dat er de wildste verhalen de ronde doen over de Roma. Als ik zou beweren dat joden kinderlokkers zijn, dan staat er morgen bij wijze van spreken een agent op de stoep. Maar over de Roma mag je alles zeggen. Want de Roma zijn een probleem en in Italië zelfs een noodsituatie. U kent dit land wel: maffia, corruptie, instortende woonhuizen, operatiekamers waar je niet meer levend uitkomt – maar van al die dingen zijn alleen de ongeveer 160.000 Roma (in een land van 60 miljoen) een emergenza.

Die Roma, zeiden ze in Ponticelli, waren de druppel die de emmer deed overlopen. Ponticelli is inderdaad een ellendig oord, ook zonder illegale kampjes tussen de woontorens. De Roma waren de laatste nieuwkomers en als zodanig niet verantwoordelijk voor de deplorabele toestand van de wijk. Maar de rekening werd wel aan hen gepresenteerd. En om nou te zeggen dat sindsdien alles beter is in Ponticelli

Materiaal zat voor het trekken van enige, euh, historische parallellen, zou je zeggen. Een volk met een eigen, gesloten cultuur dat in crisistijd dankzij wilde verhalen de zondebok krijgt toegeschoven en de volkswoede over zich heen krijgt. Politici die zich haasten om te profiteren van de ontstane situatie door nog wat olie op het vuur te gooien.

Maar volgens Nausicaa Marbe zijn die vergelijkingen terreur.

Wat blijft hangen is dat men in die groepen moderne migranten, met kinderen op de arm en vliegticket op zak, per se de ten dode opgeschrevenen van ooit, onderweg naar vernietigingskampen, wil zien.

Eh, nee, Nausicaa. Dat nu net weer niet. En het is ook niet zo dat ik de Derde Wereldoorlog aan de horizon zie (toe maar!). Beide reacties zijn bespottelijke karikaturen van mijn oprechte zorgen. En in een land dat van mij verwacht de zorgen van een stel ongeletterde Tokkies en samenzweringsfanatici over de islamiseringsfictie serieus te nemen (want we hebben het over anderhalf miljoen kiezers hoor!), mag ik verwachten dat mijn zorgen net zo serieus worden genomen.

De geschiedenis, beste Nausicaa, is er om van te leren en ik ben er zeker van dat jij als eerste met de geschiedenis van Roemenië begint te zwaaien als er een sterke neocommunistische stroming zou ontstaan. Eentje die heel erg lelijke dingen zegt over kapitalistische uitbuiters, eentje die vindt dat al die rijkdommen maar genationaliseerd moeten worden, eentje die wil controleren wat jij in je krantje schrijft. Jij bent dan de eerste die het woord Securitate laat vallen, en het woord Ceausescu. En terecht.

Nu echter pleit je tegen taboes en tegelijkertijd tegen historische vergelijkingen. De tegenstrijdigheid daarvan is je kennelijk ontgaan, maar de parallellen zoals hierboven omschreven kunnen je niet ontgaan zijn. Je vindt alleen dat het tot niets leidt, dat modieuze Hitlergeroep. En daar vergis je je in.

De kinderen van Ponticelli vonden dat ze dat goed gedaan hadden, het platbranden van dat kamp. Die negen- tot elfjarige jongens en meisjes – die thuis hadden moeten spelen – stonden erbij, keken er naar en moedigden hun ouders aan. Ik noemde hen destijds de verloren generatie van Napels.

Dat was te voorkomen geweest als politici van links en rechts niet achteraf als vliegen op de stroop van het populisme af waren gekomen, maar in alle rust en stilte de politie de middelen hadden gegeven om bestaande wetten te handhaven, voordat de situatie uit de hand liep.
En daartoe dient nu de terreur van de historische vergelijking. Misschien dat er iemand wakker wordt die beseft dat je beter kunt voorkomen dat de zaak uit de hand loopt, omdat al dat gebulder over minderheden bijwerkingen heeft waar we niet op zitten te wachten. Maar dat laatste schijnen we niet te willen horen, hoewel het tot in Nederland echoot.

Ik denk dat we het eigelijk redelijk met elkaar eens zijn, Nausicaa. Alleen loop ik niet weg voor de geschiedenis.

Advertisements