Imponeren

Vroeger, op school, was er in elke klas wel een jongetje (altijd een jongetje, meisjes doen dat anders) dat indruk wilde maken en dus zijn nieuwste en duurste speeltje meenam. Omdat dure speeltjes meestal geen stevige speeltjes waren, ging er nog al eens iets kapot. Jongetjes van een jaar of elf, twaalf weten dan ook bijna allemaal dat je je dierbaarste bezit beter thuis laat. Wie niet gelooft dat jij het Playmobil-piratenschip hebt, die moet maar langskomen.

Silvio Berlusconi heeft deze les gemist. Misschien is hij vroeger altijd weer thuis gekomen met onbeschadigde speeltjes, misschien had hij geen speeltjes, misschien had hij zo veel speeltjes dat het hem niet uitmaakte. Hoe dan ook, in juli komt de G8 bijeen op het eilandje La Maddalena in Sardinië. En Silvio wil indruk maken op zijn vriendjes door de Bronzi di Riace mee te nemen.

Deze twee manshoge bronzen beelden dateren van ongeveer 450 voor Christus en zijn in 1972 gevonden in zee bij Riace, hier in Calabrië. Ze zijn permanent tentoongesteld in het Nationaal Museum van Magna Grecia – de Groot-Griekse cultuur – in Reggio di Calabria. De twee krijgers getuigen van de rijke historie van Calabrië en zijn een waar symbool voor de regio. We zijn er zuinig op – zo zuinig dat de inwoners van Reggio een paar jaar geleden per referendum zelfs stemden tegen het laten maken van afgietsels van de beide krijgers.

Al eerder, in 2003, liet Berlusconi in het diepste geheim, ’s nachts, een cultuurschat verwijderen uit een museum om deze te tonen aan zijn collega-politici. Een buste van Hadrianus werd vanuit Napels overgebracht naar Brussel ter ere van het Italiaanse voorzitterschap. Deze keer moet een dergelijke oekaze van de premier worden voorkomen. De beelden zijn veel groter en brozer dan een buste en kunnen niet worden versleept zonder grote risico’s.

Als hij wil imponeren, moet hij de gasten trakteren op een bezoek aan het museum in Reggio. Dan kunnen ze meteen zien wat de trieste werkelijkheid is onder het afbladderende laagje vernis dat Italië heet.

(Corriere della Sera)

Advertisements

De waarschuwing

In naam van de almachtige Allah. Wij behoren God toe en tot Hem zullen wij wederkeren. Ik wil alle dappere moslims ter wereld informeren dat de schrijver van het boek De Duivelsverzen, dat geschreven, gedrukt en uitgegeven is tegen de islam, de Profeet en de Koran, en die uitgevers die bekend waren met de inhoud ervan, ter dood zijn veroordeeld. Ik roep alle vrome moslims op om hen snel te doden waar men hen kan vinden, opdat niemand het nog zal durven om de heiligheid van de islam te beledigen.

Op 14 februari 1989, overmorgen twintig jaar geleden, sprak Ayatollah Khomeini bovenstaande fatwa uit op de Iraanse radio. De gevolgen waren boekverbrandingen, protesten, een lange periode ‘ondergronds’ voor de schrijver zelf en een dode vertaler – de Japanner Hitoshi Igarashi. En totale verwarring in links Europa.

Rushdie was een behoorlijk linkse schrijver, fel kritisch op de dictatoriale Gandhi’s van India (in Midnight’s Children) en de leidende kaste van Pakistan (in Shame wordt Benazir Bhutto The Virgin Ironpants genoemd), een felle hekel aan Margaret Thatcher (“Maggie Torture”) en met een voorkeur voor linkse figuren als Nicaragua’s Daniel Ortega (in The Jaguar Smile). Hoewel hij daarmee al mensen van zich vervreemdde die van geen kwaad wilden horen over de ‘derde wereld’ – vooral aanhangers van de theorie dat alle problemen uiteindelijk de schuld zijn van het westen – was het Khomeini die de linkerflank werkelijk uiteen trok door de fatwa uit te spreken.

Verwarring op links: een groep ‘onderdrukte’ minderheden trok ineens buitengewoon fel van leer tegen een man die ze juist als hun grootste beschermer zouden moeten zien. Dat geeft aan waar links volledig de fout in is gegaan. Links, ooit de verdediger van het gelijkheidsideaal en de aanjager van het antikolonialisme, is verworden tot een ideologie van beschermers en verschoppelingen – een ideologie van neokoloniale ongelijkheid derhalve, een directe kopie van het onder oudkolonialen vaak gehoorde adagio dat de “inboorlingen” ons nodig hadden.

Deze “inboorlingen” wilden echter niets weten van het gelijkheidsideaal en hadden ook helemaal geen linkse hulp nodig om tot hun woedende acties te komen. En het laatste wat de brullende horden wilden horen, was een intellectualistische uitleg van het hoe en waarom. Ze hadden het boek helemaal niet gelezen en kozen ervoor om blindelings te geloven wat de religieuze leiders hen influisterden. Geen onbekend fenomeen in kringen van gelovigen.

Nadat de storm was overgewaaid, werd alles weer zoals het ooit was. We vergaten Rushdie grotendeels. De linkse politiek bleef zoals ze altijd was geweest, blind voor de problemen met de ‘onderdrukte’ minderheden en de minder plezierige kanten van de geïmporteerde culturen. En daarmee verloor links de slag.

Op 11 september 2001 ging de fundamentalistische tijdbom met een vernietigende klap af. Rechts had een antwoord – Pim Fortuyn – en links stond met lege handen. Nou ja, met Ad Melkert, wat nog erger is.

De bochten waarin links zich sinds Rushdie heeft moeten wringen, hebben de geloofwaardigheid van de progressieve politiek diep aangetast. Terwijl het toch zo makkelijk zou zijn geweest om met het progressieve gedachtengoed in handen de mullahs en de imams van repliek te dienen. Niet door te roepen dat wie zich hier wil vestigen, zich aan ‘onze normen en waarden’ moet houden. Niet door het ‘failliet van de multiculturele samenleving’ te claimen. Maar door met dezelfde felheid waarmee tegen atoombom, apartheid of racisme werd gestreden, ook de extremisten uit het moslimkamp te bestrijden.

Nu staat Wilders met de vlag van de vrijheid te wapperen, terwijl hard rechts ongeveer net zo veel op heeft met vrijheid als de ayatollahs. De discussie is van fundamentalisten afgezakt tot het niveau-hoofddoekjes en álle moslims staan in het beklaagdenbankje: grove generalisaties zijn geen onbekend fenomeen in rechtse kringen. Het is precies wat links al die jaren heeft willen voorkomen.

Maar links is tijdens de voorstelling in slaap gesukkeld en heeft de waarschuwing niet gehoord.

Maar wie zijn het?

Hoe vaak heeft u al van gedachten gewisseld met de groten der aarde? Gisteren sprak ik nog met onze minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, en wisselde ik van gedachten met de internetjournalist Francisco van Jole. Nou ja, gedachten… zo veel als je kwijt kunt in 140 tekens, want meer staat Twitter je niet toe. Het blijft vooral hangen in losse opmerkingen en daarmee is het toch vooral een gadget – al schrijft Van Jole bijna nergens anders meer over.

Natuurlijk kun je er nieuws mee verspreiden en dat gebeurt ook – niet alleen kwamen de eerste berichten en foto’s van de dramatische noodlanding in de Hudson van Twitter, maar ik had zelf de mogelijkheid om als eerste (?) het nieuws van het overlijden van Eluana Englaro aan de Nederlandse twittercommunity kenbaar te maken. Nou ja, aardig. Tien minuten later volgt nu.nl en is je moment van glorie wel weer voorbij. De journalistieke scoop is niet meer wat het geweest is.

Twitterfox - app. in Forefox

Twitterfox - Twitterapplicatie in Firefox

Goed, erg nuttig is Twitter over het algemeen niet. Van Jole (links te zien als 2525) stuurt eens een fotootje van een kop koffie, Verhagen meldt dat hij een bespreking heeft met een buitenlandse collega en bloggers als Robert Engel verspreiden links naar hun stukjes of losse gedachten over van alles en nog wat.

Tenminste, dat denk ik. Ik denk dat het werkelijk Robert Engel en Maxime Verhagen en Francisco van Jole zijn. Maar wie zijn het nu echt? Mijn vriendin zei gisteren dat Verhagen er wel een medewerker voor zal hebben – Italianen die politici vertrouwen, bestaan niet. Zelfs zij is nog te goed van vertrouwen, want er zijn maar liefst drie Balkenendes op Twitter te vinden en niet een van deze premiers is de echte. Dus zit ik wellicht mijn tijd te verdoen met het vragen stellen aan Bouke Obbema uit Surhuisterveen – wie zal het zeggen.

Aan Van Jole vroeg ik, naar aanleiding van zijn blog: De mogelijkheid om accounts te openen onder elke naam ondermijnt al deze sociale netwerken. Moeten we straks paspoorten scannen? Als echte gelovige antwoordde hij: Nee, dat corrigeert zichzelf op den duur vermoed ik. Het adagio van de echte cyberfanaat is altijd geweest dat het allemaal op den duur wel goed zal komen, als we in godsnaam maar geen regels gaan stellen. Ik ben daar zelf ook geen voorstander van, normaal gesproken. Maar ik ben ook niet iemand die gelooft in ‘vanzelf’.

Ik denk dat het een goed idee zou zijn om naast portretrecht en merkenrecht ook naamrecht in te voeren. Ik heet Rob van Kan en ik ben zeker de enige niet, maar ik zou moeten kunnen rekenen op bescherming tegen iemand die zich voor mij uitgeeft. Nu zou ik niet willen dat er een registratiesysteem komt – de praktijk van bijvoorbeeld Second Life leert dat dat niet populair is onder gebruikers – maar wel dat ik achteraf bezwaar kan maken tegen het gebruiken van mijn naam door iemand die geen naamgenoot is. Zeker als die persoon dat doet met de bedoeling om voor mij te worden aangezien.

Het potentieel voor stalkers en andere kwaadwillenden is simpelweg te groot.

È tornata l’acqua

De camera is gemonteerd op een kraan. We zien presentator Alberto Angela van het populair-wetenschappelijk magazine Superquark ergens in Roemenië op een straat in een opgegraven Romeins dorp staan. Langzaam daalt de camera naar hem af. De straat ligt er keurig bij na tweeduizend jaar; in het midden ligt een afvoergoot. Zo kwam vers water het dorp binnen en werd straatvuil weer naar buiten gevoerd, legt Angelo uit. Want de Romeinen waren meesters in waterbeheer.

Dat was toen. Dit is nu.

Via Torricelli, Rende (CS)

Via Torricelli, Rende (CS)

Half Calabrië is aan het wegregenen. Dorpen zijn afgesloten van de buitenwereld, snelwegen zijn geblokkeerd door modderlawines, straten verzakken, huizen staan op instorten. De oorzaak is een beetje regen – een beetje meer dan normaal maar zeker geen zondvloed. Maar de eigenlijke oorzaak is dat de Romeinen van weleer er niet meer zijn. Tegenwoordig maken Italianen de straten en wegen en hoewel de kennis van tweeduizend jaar terug er beslist nog is, wordt er geen gebruik van gemaakt.

Een straat maak je door asfalt op een zandbed te spreiden en het dan plat te walsen. Dat is alles. Geen afwatering, geen goten, geen stoepranden, niks. En dan gaat het regenen en spoelt je zandbed hier en daar weg en krijg je diepe kuilen. Na het aanleggen van zo’n straat moet je ook vooral geen onderhoud plegen aan de muren die moeten dienen om het omliggende gebergte een beetje op zijn plek te houden. Zo verdwijnt je straat vol gaten en scheuren vanzelf een keer onder een lawine. Probleem opgelost.

Water, de Romeinen waren er goed mee. Aquaducten door het hele land met een precisie die ook vandaag de dag nog bewonderenswaardig is. Maar het aquaduct dat water moet leveren aan deze streek is gebouwd in de tijd van Mussolini en valt van ellende uit elkaar. Zeker nu de bergen beginnen te schuiven. En zo is in deze streek ‘Er is weer water’ (È tornata l’acqua) een gevleugelde kreet geworden; het probleem bestaat al jaren. Snel naar huis voordat de buren het water in de opslagtank van je appartementencomplex al hebben opgebruikt. Vandaag staan hier in huis enkele teiltjes water in de douche. Voor het geval dàt.

Er was nog iets waar de Romeinen goed in waren. Het laten instorten van wereldrijken door een gebrek aan gezag, aan kwaliteit, aan planning. En hoe dat moet, zijn ze hier nog niet vergeten.

Maandagochtend

Ook voor mij is het maandagochtend. Een zonnige maandagochtend, maar toch. En hoewel de zaak-Englaro steeds weer nieuwe ontwikkelingen oplevert waar je van achterover valt, doen we vandaag iets makkelijks.

Een auto is een kostbaar bezit, zeker hier in een van de armere regio’s van Europa. En dus vind je hier auto’s die in Nederland allang weggeroest of geplet zijn. En vaak zijn dat geen hobby-objecten maar gebruiksvoorwerpen. Eens kijken of de Nederlander anno 2009 zijn klassieke Italiaanse auto’s nog kent.

Deze kent iedereen

Deze kent iedereen

Dit zou ook geen probleem mogen zijn

Dit zou ook geen probleem mogen zijn

Al wat lastiger wellicht. Het merk bestaat niet meer.

Al wat lastiger wellicht. Het merk bestaat niet meer.

Zeldzame overlevende van een roestepidemie

Zeldzame overlevende van een roestepidemie

Als nieuw in een voortuin

Als nieuw in een voortuin

Als oud vuil in een voortuin

Als oud vuil in een voortuin

In Nederland een zeldzaamheid. En dat is maar goed ook.

In Nederland nooit verkocht. Geloof ik.

Wie het weet, mag het zeggen. Heb je alle zeven goed, dan win je een reis naar Zuid-Italië exclusief reis- en verblijfskosten, drank en etenswaren  en souvenirs. Want ik ben de lulligste niet.

Een dode met een kloppend hart

Er is veel meer te zeggen over de zaak-Eluana Englaro dan ik eerder al zei. Het zwakke punt in het verhaal van vader Beppino is, dat we hem op zijn woord moeten geloven dat zijn dochter niet verder zou willen leven in haar huidige vegetatieve staat: daar is verder helemaal geen bewijs voor. Wat zou het vreselijk zijn als hij straks, na de dood van zijn dochter, lachend de kuierlatten nam naar een tropisch eiland met een jonge vrouw. En dat we dus allemaal het gevoel hebben dat Eluana dood moest omdat ze zijn geluk in de weg lag. Het zou zomaar kunnen.

De kerk en haar aanhang staan zwak om een aantal redenen. Allereerst wordt er op een smerige manier propaganda gevoerd. Er wordt verteld dat ze in een bed ligt met haar weelderige krullen op het kussen en een blos op de wangen. Daar is niets van waar – ze heeft uit praktische ziekenhuisoverwegingen zeer kort haar en ziet bleek na zeventien jaar binnen – maar vader Englaro heeft nooit een foto naar buiten gebracht van Eluana in haar huidige staat, zoals Michael Schiavo dat ooit wel deed met zijn vrouw. En dus wordt zo het beeld versterkt van moord op een mooie jonge vrouw, precies zoals we haar elke dag in de krant zien, op oude foto’s. Ze wordt ook nog altijd een giovane ragazza genoemd, een jonge meid, terwijl ze inmiddels achtendertig is.

Inhoudelijk slaat de kerk de plank mis met de litanie over de ‘natuurlijke dood’. Een natuurlijke dood voor Eluana, ik zei het al, zou in 1992 zijn geweest, kort na haar ongeval. Kennelijk is de kerk van mening dat de voortschrijdende medische wetenschap een zegen van de Heer is – maar alleen in die gevallen dat de resultaten in de dogma’s van de Kerk zijn in te passen.

Die voortschrijdende medische wetenschap is nu precies waar het om draait. Het is niet ondenkbaar dat we binnenkort zo ver zijn dat sterven bijna niet meer nodig is en dat zeer veel mensen in leven gehouden kunnen worden. Ook je moeder van tweeënnegentig die oud en versleten is, kan dan nog twintig jaar of langer mee. Dan moet de vraag gesteld worden, hoe ver we daarin willen gaan en ik denk dat zaken als die van Schiavo en Englaro aantonen, dat we die vraag al hadden moeten stellen. Er moet een punt zijn waarop je zegt dat verder in leven houden geen zin meer heeft, een punt wellicht waarop we kunnen spreken van een dode met een kloppend hart.

Dat is een discussie die raakt aan het meest fundamentele element van het menselijk bestaan: de grens tussen leven en dood. We zien die discussie al aan het andere uiteinde van leven en dood, als we het hebben over abortus en wanneer een bevrucht ei een mens is. Dit raakt ons allen nog wat dieper: we hebben het over mensen die ons na staan en over onszelf – niet langer gaat het over theorieën die louter op religie of wetenschap zijn gestoeld.

Toch geloof ik dat we dat harde gevecht aan moeten gaan. Het decreet van Berlusconi, dat het stoppen van voeding- en vochttoediening aan comapatiënten volledig zou verbieden, getuigt van een volledig gebrek aan toekomstvisie en dus realiteitszin. Er ís een grens aan wat nog leven genoemd kan worden. ‘Levensvatbaar’ is met de voortschrijdende wetenschap geen grens. ‘Levenswaardig’  is een te emotioneel beladen term – denk aan het tegenovergestelde ‘levensonwaardig’. Het begrip ‘leven’ zelf moet op de helling.

Eindelijk een normale vrouw op TV

Vorige week zondag genoten wij van de laatste uitzending van dit seizoen van het cabaretprogramma Zelig. Vaak is het allemaal nogal flauw en meestal is het helemaal geen gewaagde humor – het is dan ook op Silvio’s eigen Mediaset – maar het blijft aardig en wat opvalt, is dat de presentatoren Vanessa Incontrada en Claudio Bisio er werkelijk plezier in lijken te hebben.

Vanessa Incontrada (1978) is een van de vele ex-fotomodellen die hier het scherm bevolken. We mogen ook van ex-Playboymodel en Miss Zweden Victoria Silvstedt genieten die de bordjes omdraait in het Italiaanse Rad van Fortuin. Haar landgenoot Filippa Lagerbäck is aanwezig in de studio van praatprogramma Che tempo che fa waar ze weinig aan toevoegt en zo heeft bijna elk programma wel een vrijwel nutteloze, soms schaars geklede Barbiepop rondlopen met een verleden als fotomodel.

Toch is Vanessa Incontrada een verademing. Ze heeft humor, ze heeft pit en ze heeft kilo’s. Ik zou niet willen zeggen dat ze dik is – wat mij betreft, ziet ze er gezond uit. Toch maakt Bisio er graag opmerkingen over, waarop ze antwoordt dat ze van lekker eten houdt. Maar laten we wel wezen… ‘dik’ is toch echt iets anders.

Vanessa Incontrada. Rechtsboven Claudio Bisio.

Vanessa Incontrada. Rechtsboven Claudio Bisio.

Nou vind ik dat normaal gesproken allemaal niet zo belangrijk, ware het niet dat de gemiddelde Italiaanse vrouw op televisie mager is. Ongezond mager. Geen-kont-en-geen-heupen-meer mager. Liefst met opgespoten lippen en/of siliconenborsten. Neem bijvoorbeeld Ilary Blasi (1981) van het programma Le Iene, tevens echtgenote van topvoetballer Francesco Totti en moeder van twee kinderen.

Ilary Blasi met Luca Bizzarri en (rechtsboven) Paolo Kessisoglu.

Ilary Blasi met Luca Bizzarri en (rechtsboven) Paolo Kessisoglu.

Leuke vrouw, leuk programma ook, maar dat is niet gezond meer. Zeker niet als talloze jonge meiden er alles aan willen doen om er ook zo uit te zien. Blasi is ook zeker de enigste niet – ook iets oudere vrouwen zoals Simona Ventura (1965) lopen broodmager door de studio’s te paraderen, met camera’s die hen van top tot teen in close-up de huiskamer in brengen.

Ik pleit voor meer Incontrada’s. Ik zou willen dat minder jonge meiden zich verhongeren, schuldgevoelens krijgen als ze eten, minderwaardigheidscomplexen oplopen – enfin, noem de problemen maar op. We hebben een ernstig vertekend beeld gekregen van wat een mooie vrouw kan zijn en het wordt tijd dat we dat een beetje gaan proberen recht te trekken.