Ispettore Colosimo – Hoofdstuk 5

August 16, 2009

(Het gehele verhaal tot nu toe is ook hier te vinden, maar zonder reactiemogelijkheid.)

Het huis van Colosimo lag aan de rand van Tropea – letterlijk, want het was gebouwd op een klif hoog boven het strand in het oudere gedeelte van het stadje. Hij hield ervan om op het balkonnetje te zitten en uit te kijken over de Tyrrheense Zee en de Eolische Eilanden in de verte. Maar vanavond was hij laat en keek hij met een pizza al salame voor zijn neus naar het regiojournaal TGR. Tussen een staking op het vliegveld Lamezia Terme en een dorpsfeest in de buurt van Catanzaro door werd ook nog even vermeld dat er over de zaak van de dode fotograaf – het viel hem op dat de nieuwslezeres ook zo veel mogelijk zijn naam vermeed – niets te melden was.
Read the rest of this entry »


Ispettore Colosimo – Hoofdstuk 4

June 20, 2009
Unical, Arcavacata

Unical, Arcavacata

(Het gehele verhaal tot nu toe is ook hier te vinden, maar zonder reactiemogelijkheid.)

De Università degli Studi della Calabria – de Unical – lag er verlaten bij die middag. Het complex, dat opgebouwd is uit steenrode, vierkante gebouwen aan een centrale brug van meer dan een kilometer lang, was hem als oud-student welbekend en dus reed hij in een keer door naar het gebouw van de Faculteit Letteren en Filosofie. Al snel zat hij tegenover een tengere brunette in een kaal grijs vertrek met een kapotte frisdrankautomaat. Patrizia Marulla. Op het tafeltje had ze de Calabria Ora van die ochtend neergelegd, die net als de Corriere opende met het nieuws over de Nederlander. Het meisje keek de inspecteur strijdlustig aan. Read the rest of this entry »


Ispettore Colosimo – Hoofdstuk 3

June 17, 2009

(Het gehele verhaal tot nu toe is ook hier te vinden, maar zonder reactiemogelijkheid.)

De volgende ochtend begon Colosimo vanuit het politiebureau in Tropea meteen te bellen. Ilaria Brienza klonk eerder slaperig dan brutaal en ze had kennelijk moeite om haar gedachten op een rijtje te zetten. De studente informatica leek het nieuws van de dood van de fotograaf nauwelijks te registreren en antwoordde werktuiglijk op de vragen van de inspecteur. Ja, hij kon wel langskomen. Nee, ze was de hele dag thuis. Ja, in een studentenflat. Nee, dat was geen probleem met huisgenoten. Maar toen de afspraak eenmaal stond, vroeg ze nog eens of Colosimo inderdaad had gezegd dat de fotograaf vermoord was. Hij bevestigde dit, waarna er een lange stilte volgde. “Okay,” zei ze tenslotte, “ik zie u vanmiddag.” Read the rest of this entry »


Ispettore Colosimo – Hoofdstuk 2

May 26, 2009
(Het gehele verhaal tot nu toe is ook hier te vinden, maar zonder reactiemogelijkheid.)

Vincenzo Colosimo had het geluk gehad om kort na zijn studie terecht te kunnen bij de politie. Zoals bijna al zijn collega’s had hij zijn baan te danken aan een familielid met connecties en niet direct aan uitstekende papieren of glanzende sollicitatiegesprekken. Zijn voordeel was echter dat hij tot de eerste generatie inspecteurs hoorde met een universitaire graad – en zijn studie psychologie was wat dat betreft precies de juiste. Colosimo was ervan overtuigd dat kwaliteit het op een dag zou winnen van vriendjespolitiek – maar tot die tijd moest hij het doen met het gebrek aan leiderschap van commissaris Russo, de broer van de voormalige socialistische wethouder. Read the rest of this entry »


Ispettore Colosimo – De dode fotograaf

May 17, 2009
Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op een Volkskrantblog, maar het Volkskrantblog kan maar het beste vergeten worden. Ik ga er weer verder aan werken, maar eerst plaats ik de reeds geschreven delen.

Oh cazzo.” Uit de mond van ispettore Vincenzo Colosimo van de Polizia di Stato klonk het als een vaststelling en niet als een vloek. De inspecteur boog voorzichtig voorover om over de rand van de klif naar beneden te kijken. Dertig meter lager lag een lijk, slordig over een rots gedrapeerd als een oude theedoek.

“Al bekend wie het is?”

“Si, ispettore, het gaat om een Nederlander, ehh, Eddy qualcosa. Zijn papieren zaten in zijn portemonnee.” De agent gaf hem het identiteitsbewijs. Colosimo keek er even vluchtig naar. Eddy van Giersbergen las hij. Nou ja, over de uitspraak van zijn naam kan hij niet meer klagen. “Geld, bankpassen?” vroeg hij terwijl ze naar het paadje liepen dat naar beneden leidde. “Alles, ispettore, hij is niet beroofd.” Read the rest of this entry »


Imponeren

February 14, 2009

Vroeger, op school, was er in elke klas wel een jongetje (altijd een jongetje, meisjes doen dat anders) dat indruk wilde maken en dus zijn nieuwste en duurste speeltje meenam. Omdat dure speeltjes meestal geen stevige speeltjes waren, ging er nog al eens iets kapot. Jongetjes van een jaar of elf, twaalf weten dan ook bijna allemaal dat je je dierbaarste bezit beter thuis laat. Wie niet gelooft dat jij het Playmobil-piratenschip hebt, die moet maar langskomen.

Silvio Berlusconi heeft deze les gemist. Misschien is hij vroeger altijd weer thuis gekomen met onbeschadigde speeltjes, misschien had hij geen speeltjes, misschien had hij zo veel speeltjes dat het hem niet uitmaakte. Hoe dan ook, in juli komt de G8 bijeen op het eilandje La Maddalena in Sardinië. En Silvio wil indruk maken op zijn vriendjes door de Bronzi di Riace mee te nemen.

Deze twee manshoge bronzen beelden dateren van ongeveer 450 voor Christus en zijn in 1972 gevonden in zee bij Riace, hier in Calabrië. Ze zijn permanent tentoongesteld in het Nationaal Museum van Magna Grecia – de Groot-Griekse cultuur – in Reggio di Calabria. De twee krijgers getuigen van de rijke historie van Calabrië en zijn een waar symbool voor de regio. We zijn er zuinig op – zo zuinig dat de inwoners van Reggio een paar jaar geleden per referendum zelfs stemden tegen het laten maken van afgietsels van de beide krijgers.

Al eerder, in 2003, liet Berlusconi in het diepste geheim, ’s nachts, een cultuurschat verwijderen uit een museum om deze te tonen aan zijn collega-politici. Een buste van Hadrianus werd vanuit Napels overgebracht naar Brussel ter ere van het Italiaanse voorzitterschap. Deze keer moet een dergelijke oekaze van de premier worden voorkomen. De beelden zijn veel groter en brozer dan een buste en kunnen niet worden versleept zonder grote risico’s.

Als hij wil imponeren, moet hij de gasten trakteren op een bezoek aan het museum in Reggio. Dan kunnen ze meteen zien wat de trieste werkelijkheid is onder het afbladderende laagje vernis dat Italië heet.

(Corriere della Sera)


De waarschuwing

February 12, 2009

In naam van de almachtige Allah. Wij behoren God toe en tot Hem zullen wij wederkeren. Ik wil alle dappere moslims ter wereld informeren dat de schrijver van het boek De Duivelsverzen, dat geschreven, gedrukt en uitgegeven is tegen de islam, de Profeet en de Koran, en die uitgevers die bekend waren met de inhoud ervan, ter dood zijn veroordeeld. Ik roep alle vrome moslims op om hen snel te doden waar men hen kan vinden, opdat niemand het nog zal durven om de heiligheid van de islam te beledigen.

Op 14 februari 1989, overmorgen twintig jaar geleden, sprak Ayatollah Khomeini bovenstaande fatwa uit op de Iraanse radio. De gevolgen waren boekverbrandingen, protesten, een lange periode ‘ondergronds’ voor de schrijver zelf en een dode vertaler – de Japanner Hitoshi Igarashi. En totale verwarring in links Europa.

Rushdie was een behoorlijk linkse schrijver, fel kritisch op de dictatoriale Gandhi’s van India (in Midnight’s Children) en de leidende kaste van Pakistan (in Shame wordt Benazir Bhutto The Virgin Ironpants genoemd), een felle hekel aan Margaret Thatcher (“Maggie Torture”) en met een voorkeur voor linkse figuren als Nicaragua’s Daniel Ortega (in The Jaguar Smile). Hoewel hij daarmee al mensen van zich vervreemdde die van geen kwaad wilden horen over de ‘derde wereld’ – vooral aanhangers van de theorie dat alle problemen uiteindelijk de schuld zijn van het westen – was het Khomeini die de linkerflank werkelijk uiteen trok door de fatwa uit te spreken.

Verwarring op links: een groep ‘onderdrukte’ minderheden trok ineens buitengewoon fel van leer tegen een man die ze juist als hun grootste beschermer zouden moeten zien. Dat geeft aan waar links volledig de fout in is gegaan. Links, ooit de verdediger van het gelijkheidsideaal en de aanjager van het antikolonialisme, is verworden tot een ideologie van beschermers en verschoppelingen – een ideologie van neokoloniale ongelijkheid derhalve, een directe kopie van het onder oudkolonialen vaak gehoorde adagio dat de “inboorlingen” ons nodig hadden.

Deze “inboorlingen” wilden echter niets weten van het gelijkheidsideaal en hadden ook helemaal geen linkse hulp nodig om tot hun woedende acties te komen. En het laatste wat de brullende horden wilden horen, was een intellectualistische uitleg van het hoe en waarom. Ze hadden het boek helemaal niet gelezen en kozen ervoor om blindelings te geloven wat de religieuze leiders hen influisterden. Geen onbekend fenomeen in kringen van gelovigen.

Nadat de storm was overgewaaid, werd alles weer zoals het ooit was. We vergaten Rushdie grotendeels. De linkse politiek bleef zoals ze altijd was geweest, blind voor de problemen met de ‘onderdrukte’ minderheden en de minder plezierige kanten van de geïmporteerde culturen. En daarmee verloor links de slag.

Op 11 september 2001 ging de fundamentalistische tijdbom met een vernietigende klap af. Rechts had een antwoord – Pim Fortuyn – en links stond met lege handen. Nou ja, met Ad Melkert, wat nog erger is.

De bochten waarin links zich sinds Rushdie heeft moeten wringen, hebben de geloofwaardigheid van de progressieve politiek diep aangetast. Terwijl het toch zo makkelijk zou zijn geweest om met het progressieve gedachtengoed in handen de mullahs en de imams van repliek te dienen. Niet door te roepen dat wie zich hier wil vestigen, zich aan ‘onze normen en waarden’ moet houden. Niet door het ‘failliet van de multiculturele samenleving’ te claimen. Maar door met dezelfde felheid waarmee tegen atoombom, apartheid of racisme werd gestreden, ook de extremisten uit het moslimkamp te bestrijden.

Nu staat Wilders met de vlag van de vrijheid te wapperen, terwijl hard rechts ongeveer net zo veel op heeft met vrijheid als de ayatollahs. De discussie is van fundamentalisten afgezakt tot het niveau-hoofddoekjes en álle moslims staan in het beklaagdenbankje: grove generalisaties zijn geen onbekend fenomeen in rechtse kringen. Het is precies wat links al die jaren heeft willen voorkomen.

Maar links is tijdens de voorstelling in slaap gesukkeld en heeft de waarschuwing niet gehoord.


Maar wie zijn het?

February 11, 2009

Hoe vaak heeft u al van gedachten gewisseld met de groten der aarde? Gisteren sprak ik nog met onze minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, en wisselde ik van gedachten met de internetjournalist Francisco van Jole. Nou ja, gedachten… zo veel als je kwijt kunt in 140 tekens, want meer staat Twitter je niet toe. Het blijft vooral hangen in losse opmerkingen en daarmee is het toch vooral een gadget – al schrijft Van Jole bijna nergens anders meer over.

Natuurlijk kun je er nieuws mee verspreiden en dat gebeurt ook – niet alleen kwamen de eerste berichten en foto’s van de dramatische noodlanding in de Hudson van Twitter, maar ik had zelf de mogelijkheid om als eerste (?) het nieuws van het overlijden van Eluana Englaro aan de Nederlandse twittercommunity kenbaar te maken. Nou ja, aardig. Tien minuten later volgt nu.nl en is je moment van glorie wel weer voorbij. De journalistieke scoop is niet meer wat het geweest is.

Twitterfox - app. in Forefox

Twitterfox - Twitterapplicatie in Firefox

Goed, erg nuttig is Twitter over het algemeen niet. Van Jole (links te zien als 2525) stuurt eens een fotootje van een kop koffie, Verhagen meldt dat hij een bespreking heeft met een buitenlandse collega en bloggers als Robert Engel verspreiden links naar hun stukjes of losse gedachten over van alles en nog wat.

Tenminste, dat denk ik. Ik denk dat het werkelijk Robert Engel en Maxime Verhagen en Francisco van Jole zijn. Maar wie zijn het nu echt? Mijn vriendin zei gisteren dat Verhagen er wel een medewerker voor zal hebben – Italianen die politici vertrouwen, bestaan niet. Zelfs zij is nog te goed van vertrouwen, want er zijn maar liefst drie Balkenendes op Twitter te vinden en niet een van deze premiers is de echte. Dus zit ik wellicht mijn tijd te verdoen met het vragen stellen aan Bouke Obbema uit Surhuisterveen – wie zal het zeggen.

Aan Van Jole vroeg ik, naar aanleiding van zijn blog: De mogelijkheid om accounts te openen onder elke naam ondermijnt al deze sociale netwerken. Moeten we straks paspoorten scannen? Als echte gelovige antwoordde hij: Nee, dat corrigeert zichzelf op den duur vermoed ik. Het adagio van de echte cyberfanaat is altijd geweest dat het allemaal op den duur wel goed zal komen, als we in godsnaam maar geen regels gaan stellen. Ik ben daar zelf ook geen voorstander van, normaal gesproken. Maar ik ben ook niet iemand die gelooft in ‘vanzelf’.

Ik denk dat het een goed idee zou zijn om naast portretrecht en merkenrecht ook naamrecht in te voeren. Ik heet Rob van Kan en ik ben zeker de enige niet, maar ik zou moeten kunnen rekenen op bescherming tegen iemand die zich voor mij uitgeeft. Nu zou ik niet willen dat er een registratiesysteem komt – de praktijk van bijvoorbeeld Second Life leert dat dat niet populair is onder gebruikers – maar wel dat ik achteraf bezwaar kan maken tegen het gebruiken van mijn naam door iemand die geen naamgenoot is. Zeker als die persoon dat doet met de bedoeling om voor mij te worden aangezien.

Het potentieel voor stalkers en andere kwaadwillenden is simpelweg te groot.


È tornata l’acqua

February 10, 2009

De camera is gemonteerd op een kraan. We zien presentator Alberto Angela van het populair-wetenschappelijk magazine Superquark ergens in Roemenië op een straat in een opgegraven Romeins dorp staan. Langzaam daalt de camera naar hem af. De straat ligt er keurig bij na tweeduizend jaar; in het midden ligt een afvoergoot. Zo kwam vers water het dorp binnen en werd straatvuil weer naar buiten gevoerd, legt Angelo uit. Want de Romeinen waren meesters in waterbeheer.

Dat was toen. Dit is nu.

Via Torricelli, Rende (CS)

Via Torricelli, Rende (CS)

Half Calabrië is aan het wegregenen. Dorpen zijn afgesloten van de buitenwereld, snelwegen zijn geblokkeerd door modderlawines, straten verzakken, huizen staan op instorten. De oorzaak is een beetje regen – een beetje meer dan normaal maar zeker geen zondvloed. Maar de eigenlijke oorzaak is dat de Romeinen van weleer er niet meer zijn. Tegenwoordig maken Italianen de straten en wegen en hoewel de kennis van tweeduizend jaar terug er beslist nog is, wordt er geen gebruik van gemaakt.

Een straat maak je door asfalt op een zandbed te spreiden en het dan plat te walsen. Dat is alles. Geen afwatering, geen goten, geen stoepranden, niks. En dan gaat het regenen en spoelt je zandbed hier en daar weg en krijg je diepe kuilen. Na het aanleggen van zo’n straat moet je ook vooral geen onderhoud plegen aan de muren die moeten dienen om het omliggende gebergte een beetje op zijn plek te houden. Zo verdwijnt je straat vol gaten en scheuren vanzelf een keer onder een lawine. Probleem opgelost.

Water, de Romeinen waren er goed mee. Aquaducten door het hele land met een precisie die ook vandaag de dag nog bewonderenswaardig is. Maar het aquaduct dat water moet leveren aan deze streek is gebouwd in de tijd van Mussolini en valt van ellende uit elkaar. Zeker nu de bergen beginnen te schuiven. En zo is in deze streek ‘Er is weer water’ (È tornata l’acqua) een gevleugelde kreet geworden; het probleem bestaat al jaren. Snel naar huis voordat de buren het water in de opslagtank van je appartementencomplex al hebben opgebruikt. Vandaag staan hier in huis enkele teiltjes water in de douche. Voor het geval dàt.

Er was nog iets waar de Romeinen goed in waren. Het laten instorten van wereldrijken door een gebrek aan gezag, aan kwaliteit, aan planning. En hoe dat moet, zijn ze hier nog niet vergeten.


Maandagochtend

February 9, 2009

Ook voor mij is het maandagochtend. Een zonnige maandagochtend, maar toch. En hoewel de zaak-Englaro steeds weer nieuwe ontwikkelingen oplevert waar je van achterover valt, doen we vandaag iets makkelijks.

Een auto is een kostbaar bezit, zeker hier in een van de armere regio’s van Europa. En dus vind je hier auto’s die in Nederland allang weggeroest of geplet zijn. En vaak zijn dat geen hobby-objecten maar gebruiksvoorwerpen. Eens kijken of de Nederlander anno 2009 zijn klassieke Italiaanse auto’s nog kent.

Deze kent iedereen

Deze kent iedereen

Dit zou ook geen probleem mogen zijn

Dit zou ook geen probleem mogen zijn

Al wat lastiger wellicht. Het merk bestaat niet meer.

Al wat lastiger wellicht. Het merk bestaat niet meer.

Zeldzame overlevende van een roestepidemie

Zeldzame overlevende van een roestepidemie

Als nieuw in een voortuin

Als nieuw in een voortuin

Als oud vuil in een voortuin

Als oud vuil in een voortuin

In Nederland een zeldzaamheid. En dat is maar goed ook.

In Nederland nooit verkocht. Geloof ik.

Wie het weet, mag het zeggen. Heb je alle zeven goed, dan win je een reis naar Zuid-Italië exclusief reis- en verblijfskosten, drank en etenswaren  en souvenirs. Want ik ben de lulligste niet.